PHO Leefomgeving archief
Themasessie Verkeer en Vervoer 25-05-2016

Gast: gedeputeerde Floor Vermeulen
Voorzitter: Arno van Kempen

1.Netwerkanalyses

De provincie heeft netwerkanalyses gemaakt voor de verschillende modaliteiten in het verkeer. Gedeputeerde Vermeulen presenteert kort de eindresultaten van deze analyses en het vervolgproces.
In de Inhoudelijke Agenda 2016-2020 Holland Rijnland is speerpunt 9, Beter benutten regionaal mobiliteitsnetwerk opgenomen. Daarvoor wordt een knelpuntenanalyse uitgevoerd met daarbij een uitvoeringsprogramma (aanpak en welke partij gaat het oppakken). De resultaten van de netwerkanalyses van de provincie leveren basisgegevens, die verder uitgewerkt kunnen worden voor de regio. Portefeuillehouder Van Kempen presenteert enkele ideeën voor de knelpuntenanalyse Holland Rijnland.
De aanwezigen bespreken met de gedeputeerde en elkaar hoe de regionale verdiepingslag vorm gegeven kan worden.
Doel: gezamenlijk richting geven aan het speerpunt 9, Beter benutten regionaal mobiliteitsnetwerk uit de Inhoudelijke Agenda van Holland Rijnland.

2.Onderkant OV

(circa 30 min.)
De provincie gaat de huidige situatie van de onderste laag in het OV (niveau 4 uit de regionale OV-visie, zie kader) analyseren. Op basis van de resultaten van deze analyse wil ze enkele pilots starten om de onderste laag van het OV anders in te vullen. De gedeputeerde licht de eerste bevindingen van de provinciale analyse toe. Aan de gedeputeerde wordt gevraagd welke mogelijkheden voor pilots er zijn binnen de huidige OV-concessie. Als gemeenten zelf invulling willen geven aan (een deel van) het doelgroepenvervoer, kunnen zij daarvoor dan geld uit de OV-concessie ontvangen?

OV-visie Holland Rijnland; niveau 4, aanvullend vervoer
De snelle en frequente hoofdverbindingen (niveau 1 en 2) aangevuld met het onderliggende net (niveau 3) ontsluiten bijna de gehele regio. Er zullen echter altijd niches zijn die niet ontsloten worden door bovenstaande vormen van openbaar vervoer, omdat ze geïsoleerd liggen en de vervoerwaarde te klein is voor een volwaardige busverbinding. Of omdat de wegstructuur hier niet voor geschikt is.

Daarnaast zijn er potentiële reizigers met een lichamelijke beperking die wel binnen het invloedsgebied van het openbaar vervoer wonen maar voor wie de afstand naar de haltes te ver is, of die om andere redenen niet met het openbaar vervoer kunnen reizen. Beide groepen dienen toegang te hebben tot goed openbaar vervoer om zo volledig mee te kunnen draaien in de maatschappij. Hiervoor is echter maatwerk noodzakelijk. Voorbeelden hiervan die nu in de regio voorkomen zijn CVV (Collectief Vraagafhankelijk Vervoer) waarvan het WMO- vervoer deel uit maakt alsmede de lijntaxi en de buurtbus.

  • Doel: positiebepaling van de gemeenten in hoeverre zij zelf het doelgroepenvervoer willen vormgeven. De resultaten van de discussie kunnen ingebracht worden in de Stuurgroep Doelgroepenvervoer op 1 juli a.s.

3.Overige onderwerpen
(circa 15 min.)

  • Toelichting van de gedeputeerde op de nieuwe provinciale subsidieregeling mobiliteit
  • Overige vragen van gemeenten

Documenten