Nieuws
Themacafé Ruimte en Mobiliteit: Wat voor regio willen we zijn?

Woensdag 2 december was het Themacafé Ruimte en Mobiliteit van Holland Rijnland. Waar zit nog speling in de krappe ruimte in onze regio? En hoe blijven de dertien gemeenten goed bereikbaar? Met behulp van externe adviseurs wordt er hard gewerkt aan een Regionale Strategie Mobiliteit en een Strategische Agenda Ruimte. Drie van deze adviseurs kwamen tijdens het Themacafé aan het woord om bestuurders, raadsleden en belangstellenden online te informeren over de werkwijze en voortgang van het proces.

 

Het waren complexe onderwerpen en veel te bespreken materie. Gelukkig was gespreksleider Hilde Blank (stadsbouwmeester Leiden) er om de avond soepel te begeleiden en inzichtelijk te houden. Ze gaf in de studio als eerste het podium aan Emile Revier van stedenbouwkundig bureau PosadMaxWan. Met een presentatie duidde hij de uitkomsten van het dashboard ‘Verstedelijking en Landschap’. ‘Het dashboard wordt gebruikt om vanuit realistische modellen vier extreme verstedelijkingscenario’s te schetsen. Niet met het oogmerk om uiteindelijk naar een van de vier extremen toe te werken, maar zodat we ‘cherry picking’ kunnen toepassen.’ De vier vergeleken extremen binnen Holland Rijnland zijn: ‘Zoeterwoude tot Zee’, ‘Alphen als tweede stad’, ‘Oude (spoor-) lijn als ruggengraat’ en de meest gelijkmatig verdeelde optie, ‘Wonen in het groen’. Allen hebben hun voor- en nadelen. Revier benoemde op het eind nog de vraag die deze avond vaker terugkwam en een belangrijke rol gaat vervullen in de besluitvorming: ‘Wat wil je voor regio zijn?’

 

In de chatfunctie van de livestream konden ondertussen genodigden discussiëren en vragen stellen. De betrokkenheid bleek groot. Namens Holland Rijnland behandelde Marco van de Esschert (Senior strategisch adviseur Ruimtelijke Ontwikkeling) de uiteenlopende vragen. Van vraagtekens omtrent kwetsbare wijken tot de invloed van het coronavirus; er kwam van alles aan bod. In de discussie werd bijna vergeten dat er ook nog andere sprekers aanwezig waren.

No Regret

De eerstvolgende was Jeroen Smink (SWECO). Als adviseur en procesmanager presenteerde hij de werkwijze en onderzoeksresultaten voor de Regionale Strategie Mobiliteit. ‘Holland Rijnland heeft een mooie positie in de Randstad. Dat levert kansen op, maar het mobiliteitssysteem staat daardoor ook onder druk’, was het duidelijke openingswoord. Het leidde een verhaal in waaruit duidelijk werd dat er veel afwegingen moeten worden gemaakt. Het onderzoek onderscheidde problemen en oplossingen voor de korte, middellange en lange termijn. Daarbij kwam onder andere de term ‘No Regret-punt’ langs. Een plek waarin de investering op korte termijn zich ongetwijfeld ook op lange termijn zal uitbetalen. Op de vraag of hij er een aan kan wijzen, was Smink resoluut: ‘Leiden Centraal. Als je ziet wat daar samenkomt. Dat blijft van onmiskenbaar belang voor de regio.’

 

Na wederom een levendige vragenronde was het woord aan Daan Zandbelt (Rijksadviseur Fysieke Leefomgeving). Als bedenker van het eerder genoemde dashboard gaf hij extra duiding op de werkwijze en afwegingen. ‘Eigenlijk keken we de hele tijd binnen het bouwhek, maar we willen er nu juist ook over heen kijken. De mogelijkheden en consequenties van woningbouw echt verkennen. En vanuit het idee dat vandaag genomen beslissingen, morgen geen spijt opleveren.’ Hij benadrukte nog dat het onderzoek slechts de basis vormt voor de te volgen gesprekken, maar dat het wel veel meer inzichtelijk heeft gemaakt.

 

Deze avond waren ook Fleur Spijker (regionaal portefeuillehouder Ruimte) en Arno van Kempen (regionaal portefeuillehouder Mobiliteit) aanwezig om extra inzicht te geven en vragen te beantwoorden. Beiden sloten de avond af met een kort woord. Spijker: ‘Hoe kunnen we nou met elkaar zorgen dat die krachten in 2030, 2040 tot z’n recht komen? Zet die regionale pet op!’

Van Kempen benadrukte nogmaals dat we ons de komende maanden goed moeten afvragen wat voor regio we willen zijn en voegde eraan toe: ‘Mensen wonen en werken niet alleen hier, ze léven hier. Alles hier besproken, heeft invloed op het sociale domein. Als we dat er ook nog bij betrekken zijn we echt integraal bezig.’