Leefomgeving
Hoe verdelen we schaarse sociale huurwoningen?

De druk op de regionale woningmarkt is hoog. ‘Niet voor niets is de bouw van meer woningen hét grote politieke thema binnen Holland Rijnland’, vindt ook Dagelijks Bestuur-lid Gerben van Duin. Maar met bouwen alleen ben je er nog niet. Ook de verdeling van de sociale huurwoningen in de regio is soms punt van discussie. Hoe dit op regionale schaal wordt georganiseerd, werd 31 oktober uit de doeken gedaan tijdens het Holland Rijnland Themacafé over de nieuwe regionale huisvestingsverordening.

 

Hoe verdeel je schaarste? En hoe eerlijk gaat het er eigenlijk aan toe? De regionale huisvestingsverordening gaat over de verdeling van de sociale huurwoningen. Een nieuwe verordening is in de maak en zal in juli 2019 worden vastgesteld. Wat deze gaat behelzen en wat anders is ten opzichte van de bestaande verordening, was de insteek van het Themacafé in de Nieuwe Energie in Leiden. Zo’n zestig raads- en collegeleden uit de hele regio waren aanwezig.

 

‘Het is het onderwerp van menig verjaardagsgesprek’, weet ook Van Duin. ‘De toekenning van sociale huurwoningen levert vaak discussies op. Buiten de reguliere woningzoekenden doen ook andere groepen, zoals statushouders, zorgdoelgroepen en spoedzoekers een beroep op die woningvoorraad.’

 

De huisvestingsverordening reguleert de toekenning. Hierbij wordt een eerlijk en transparant systeem gehanteerd waarbij de verdeling plaatsvindt op basis van inschrijfduur. Daarnaast krijgen bepaalde woningzoekenden voorrang op de reguliere zoekers. De regels rondom urgentieverlening en urgentie omtrent stadsvernieuwing zijn in de verordening opgenomen. Regulering is hard nodig, want er gaapt een gat van maar liefst 30.000 woningen tussen het aantal aanvragen en het aantal daadwerkelijk beschikbare sociale huurwoningen. Wat de verordening echter niet regelt, is de bouw van nieuwe woningen, de transformatie van winkels- of kantoorpanden naar woningen, de huisvesting van arbeidsmigranten of het huurbeleid van de woningbouwcorporaties.

 

Frans de Lorme van Rossem, strategisch adviseur bij Holland Rijnland, leidde de aanwezigen door de materie heen via een interactieve presentatie. Op de eerste plaats schetste hij de dagelijkse praktijk van de vraag en de toekenning van sociale huurwoningen aan de hand van enkele cijfers. Zo bleek dat het aantal woningzoekenden de afgelopen jaren telkens toeneemt, maar dat in 2017 het aantal daadwerkelijke verhuringen juist daalde. Daarvan kwam het gros (71 procent) terecht bij de reguliere woningzoekenden en werd de rest toegekend aan een bont palet aan verschillende doelgroepen.

 

De ontwikkeling van een nieuwe huisvestingsverordening vloeit voort uit de verplichting dat iedere vier jaar de bestaande verordening moet worden herzien. De Lorme van Rossem liet aan het einde van de avond nogmaals zien hoe het tijdspad verloopt tot de nieuwe verordening in juli 2019 in werking treedt. En dat het een lang tijdspad is, mag niet vreemd zijn. Want maar liefst veertien gemeenten, twintig corporaties, twintig woonbelangenverenigingen en een dozijn zorginstellingen zijn bij de totstandkoming betrokken.

 

Hoewel veel informatie werd verstrekt, was het Themacafé een interactieve bijeenkomst. De zogenaamde ‘Lagerhuis’-opstelling van de zaal verraadde dit al een beetje. Aan de hand van zes stellingen gingen de aanwezigen met elkaar in debat. Sommige statements leverden aardige discussies op. Op de stelling dat statushouders een urgentieverklaring horen te krijgen werd verdeeld gereageerd, maar leverde vooralsnog weinig discussie op. Een deel gaf aan dat het de verplichting is om zorg te dragen voor statushouders en dat je als regio dus ook zorgt voor woningruimte. Maar bij de stelling dat inschrijfduur niet meer passend is in deze tijd, liepen de meningen sterker uiteen. Sommigen vonden dat jongeren hiermee teveel op achterstand kwamen. Maar anderen hamerden er op dat het juist een eerlijk en transparant criterium is. In het vervolg daarop waren er maar weinigen die het systeem van loting voor toekenning, konden waarderen. Juist de willekeur die het teweegbrengt werd als negatief ervaren. Discussiepunt bleef of er niet één urgentiesysteem moet komen. Enerzijds zou het makkelijker kunnen zijn, maar het verschil tussen contigent en urgentie is te groot. Bij de eerste wordt een woning toegewezen voor een mensen die vertrekken uit een opvangvoorziening. Bij urgentie gaan woningzoekenden eerst zelf voor een termijn van zes maanden op zoek naar een woning. Die twee bleken slecht verenigbaar.

 

De ideeën en opmerkingen die tijdens het themacafé de revue passeerden, zijn meegenomen. Van 20 december tot 14 februari volgt er nog een inspraakronde op de nieuwe verordening. Daarna wordt het vastgesteld en treedt de huisvestingsverordening 2019 in werking.

 

Presentatie:

‘Naar een nieuwe regionale huisvestingsverordening’