Leefomgeving
Themacafé biedt inspiratie voor nieuwe groenprojecten

De tuinen van Kasteel Duivenvoorde vormden een mooi decor voor het drukbezochte Themacafé Groen van Holland Rijnland. In het nieuwe paviljoen Hof van Duivenvoorde kregen deelnemers aan de hand van drie voorbeelden tips om het groen in de regio te beschermen.

Nanning Mol, bestuurslid van Holland Rijnland en wethouder in Voorschoten, heette de aanwezigen welkom in zijn gemeente. ‘Goed om te zien dat u vanuit Hillegom tot Alphen aan den Rijn hiernaartoe gekomen bent. Vanavond kijken we met u hoe we onze regio groener gaan maken. En hoe Holland Rijnland u kan helpen en wat u zelf kunt doen.’

Mol schetste in vogelvlucht hoe het Groenprogramma van Holland Rijnland is ontstaan vanuit het Regionaal Investeringsfonds. Over de periode van 2010-2020 is een bedrag beschikbaar van € 20 miljoen. ‘Hierbij hanteren we het principe van cofinanciering’, legde hij uit. ‘We financieren per project maximaal 25%. De rest komt van anderen. Op deze wijze hebben we inmiddels meer dan honderd projecten mede gefinancierd, waaronder de herinrichting van de kasteeltuinen hier. Met een inbreng van 13,1 miljoen realiseerden we een totale investering van 54,4 miljoen. Voor de toekomst definieerde Mol een aantal opgaven, te weten: biodiversiteit, (water)recreatie en toerisme, gezonde leefomgeving, landbouwtransitie en bodemdaling, energie, verstedelijking en klimaatadaptatie.

Durf te veranderen!

De eerste spreker was Adrienne Vriesendorp, oud-voorzitter van Stichting Duivenvoorde. Zij vertelde hoe de herinrichting van landgoed Duivenvoorde werd gerealiseerd. ‘Sinds 1960 is het landgoed ondergebracht in een stichting. Zo’n 140 vrijwilligers zetten zich in voor het behoud van Duivenvoorde. In 2005 besloten we om de kasteeltuinen opnieuw aan te leggen, met meer wandelmogelijkheden, een nieuwe parkeerplaats en herstel van enkele historische elementen. Ook dit Paviljoen hoorde daarbij. Hiervoor was 2,7 miljoen nodig.’

De stichting zat al aan tafel met de gemeente voor de herinrichting van een groene zone, de Duivenvoorde corridor. Dat hielp volgens Vriesendorp om de financiering rond te krijgen. ‘Want via de gemeenten kwamen we bij de regio en vervolgens bij de provincie. Omdat zij de plannen ondersteunden, volgden andere fondsen. Door publiek-private samenwerking konden we eveneens flinke stappen zetten.’

Volgens Vriesendorp is het belangrijk om bij soortgelijke projecten niet té behoudend te zijn. ‘Durf te veranderen en laat zien dat je klaar bent voor de toekomst. Voeg bijvoorbeeld nieuwe, recreatieve functies toe. Mensen staan daar echt wel voor open. Wij zelf hebben geen enkel bezwaar ontvangen.’

Zorg voor draagvlak en bekendheid

Het volgende groenproject in de spotlights, was de restauratie en herinrichting van Calorama, een landgoed in de bebouwde omgeving van Noordwijk-binnen. Groen erfgoed-specialist Ronald van Immerseel van stichting In Arcadië, vertelde hoe het verpauperde Calorama weer z’n oude grandeur terugkreeg. ‘Het grote probleem was dat het landgoed niet ommuurd was’, begon Van Immerseel. ‘Dit resulteerde in zeer veel gedumpt vuil, vernielingen en zelfs tot het in brand steken van de theekoepel. De laatste eigenaar, baron Everwijn, overleed in 2015. Hij liet Calorama na aan een stichting vergezeld van een groen testament. Die stichting nam het herstel ter hand, wat grofweg bestond uit drie projecten; de restauratie van de tuinmuur, het herstel van de drie hectare tuin en de restauratie van het koetshuis.’

Volgens Van Immerseel was het belangrijk om een breed draagvlak te creëren rond Calorama. ‘Het gekke was, dat weinigen het vijf hectare grote landgoed kenden’, vervolgde hij. ‘Het is namelijk niet vanaf de weg te zien. Ter introductie organiseerden we een theaterstuk over Calorama en een jeugdvoorstelling waarvoor we de omgeving uitnodigden. Dat kweekte veel goodwill. Mensen raakten enthousiast en melden zich aan als vrijwilliger. Maar er gebeurde meer. Vanuit het Wellant College in Rijnsburg konden we rekenen op de inzet van hovenierstudenten. De kerk van Noordwijk hield een stille omgang op het landgoed, omdat volgens de overlevering de Heilige Jeroen hier door de Vikingen is onthoofd. Daarnaast leidde de vereniging De Oude Dorpskern van Noordwijk ’s zomers mensen rond.‘

Er was ook belangstelling vanuit de colleges van Noordwijk en Noordwijkerhout. ‘Dit opende weer  de weg naar Holland Rijnland. Door die brede steun en goede contacten met omwonenden en overheid, kregen we veel  voor elkaar, zodat we vanaf het begin direct professionals bij het project konden betrekken.’

Als één schaap over de dam is…

Na een korte pauze was het woord aan John de Hoon, directeur van Vogelpark Avifauna, dat sinds enkele jaren een onafhankelijke stichting is. ‘We hebben verschillende ideële doelstellingen’, zette De Hoon uiteen, ‘zoals het behoud van biodiversiteit, natuureducatie, vogelopvang en natuurbescherming. Dat laatste doen we over de hele wereld, bijvoorbeeld in Zuid-Afrika. Maar drie jaar geleden bedachten we dat we die projecten ook dichter bij huis konden doen. Dat resulteerde in het project IJsvogel, een samenwerking met Stichting Landschapsfonds Alphen aan den Rijn, de SLA. Om de hoek bij Avifauna, in het Zaanse Rietveld, startten we een project om een educatie- en voorlichtingsproject te realiseren in een nieuw aan te leggen natuurgebied. Onze insteek was specifiek om de weidevogels te beschermen, want vogels zijn onze expertise.’

Dat IJsvogel slaagde, was volgens De Hoon te danken aan verschillende factoren. ‘Dat wij en de SLA ons écht inzetten voor het project, was cruciaal. Maar net zo belangrijk was de nauwe betrokkenheid van agrariërs in het gebied en een naastgelegen camping. Kennis van en een netwerk in fondsenwerving bleek zeer waardevol. De forse bijdrage van de Provincie bleek doorslaggevend. Die toekenning trok ook de gemeente en Holland Rijnland over de streep, die in eerste instantie afwachtend waren.’

In de afsluitende paneldiscussie bleken de sprekers ook van elkaar iets te hebben opgestoken. Volgens Vriesendorp is het belangrijk om vroegtijdig draagvlak te creëren. Van Immerseel vulde daarop aan dat je zelf enthousiasme moet uitstralen om commitment te krijgen.’

Vanuit de zaal werd beaamd dat dit ook geldt voor de boeren in een projectgebied: ‘Maak hen enthousiast en laat zien dat ook zij profijt hebben, bijvoorbeeld van biodiversiteit of natuurontwikkeling.’

‘Maar hoe bind je die vrijwilligers aan je?, wilde Mol ter afsluiting weten.

‘Zorg vooral dat ze leuke dingen te doen krijgen, waarin ze goed zijn’, antwoordde De Hoon.

Vriesendorp: ‘Je moet ze ook iets bieden en deel laten uitmaken van een familie die een stichting ook is.’

Presentaties