Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie

Jaarverslag 2024 Regionale Urgentiecommissie Holland Rijnland

Onderstaand vindt u het jaarverslag rapportage 2024 als integrale webpagina.
U kunt deze ook als PDF-bestand downloaden.

1. Inleiding

Zoals gebruikelijk legt de Regionale Urgentiecommissie woonruimteverdeling jaarlijks, door middel van een jaarverslag, verantwoording over haar werkzaamheden af aan het Dagelijks Bestuur.

Op 1 januari 2024 is de nieuwe Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024 in werking getreden. De regels met betrekking tot het verlenen van urgentie zijn niet veranderd. Wel is in de nieuwe verordening opgenomen wanneer een woningzoekende gƩƩn urgentie krijgt.

De sociale huurwoningmarkt in de regio Holland Rijnland blijft zeer krap. Met ingang van de nieuwe Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024 duurt het nog langer voordat een woningzoekende een (andere) sociale huurwoning kan krijgen. Sommige woningzoekenden kunnen hier niet op wachten. Zij verkeren in dusdanige omstandigheden dat op korte termijn een (andere) sociale huurwoning nodig is. Hiervoor is de urgentieregeling opgenomen in de Huisvestingsverordening Holland Rijnland.

Het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland heeft een Regionale Urgentiecommissie benoemd. De urgentiecommissie bestaat uit een voorzitter en maximaal zes overige leden, waarvan een derde op voordracht van het Dagelijks Bestuur, een derde op voordracht van de woningcorporaties en een derde op voordracht van de huurdersorganisaties.

De urgentiecommissie heeft tot taak om namens het Dagelijks Bestuur te besluiten tot het toekennen, afwijzen, verlengen of intrekken van urgentieverklaringen. De urgentiecommissie hanteert bij alle werkzaamheden als toetsingskader de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024 (hierna: de Verordening), de Huisvestingswet 2014 en de Algemene wet bestuursrecht. De urgentiecommissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door het secretariaat bestaande uit twee juristen (de secretarissen) en ƩƩn secretarieel medewerkster.


2. Het proces

2.1 Ā Algemeen

Een urgentieaanvraag start bij ƩƩn van de woningcorporaties in de regio. De woningzoekende maakt een afspraak voor een intakegesprek. Er wordt bekeken of de woningzoekende zelf de woonnoodsituatie kan oplossen, bijvoorbeeld omdat betrokkene al voldoende inschrijftijd heeft opgebouwd of over voldoende eigen vermogen beschikt om op de particuliere huurmarkt een woning te vinden. Ook wordt er een inschatting gemaakt over de kans van slagen van de aanvraag.

Nadat het intakegesprek is afgerond, de intaker van de woningcorporatie alle benodigde documenten van de aanvrager heeft ontvangen en de aanvrager de urgentieaanvraag wil indienen, wordt het dossier doorgestuurd naar het secretariaat van de urgentiecommissie. Nadat de leges (€ 65,-) zijn betaald, wordt de aanvraag in behandeling genomen.

De secretaris van de urgentiecommissie schrijft een preadvies. Het preadvies geeft een korte samenvatting van de problematiek van de aanvrager. Ook wordt er geadviseerd hoe de aanvraag af te handelen. Daarbij wordt ook meegewogen hoe in vergelijkbare aanvragen door de urgentiecommissie is beslist. De commissie ontvangt ook de volledige aanvraag.

De commissie vergadert eens per twee weken. In 2024 heeft de commissie 22 keer vergaderd. Tijdens de vergadering wordt iedere aanvraag om urgentie uitgebreid besproken. Elk commissielid kan zijn of haar visie geven. In de besluitvorming wordt gezocht naar consensus. Zelden komt het aan op stemming.

De commissie streeft ernaar om de doorlooptijd voor de aanvrager zo kort mogelijk te houden. De periode tussen binnenkomst van de aanvraag bij Holland Rijnland en bespreking in de commissievergadering is maximaal twee weken. Dit betekent dat in beginsel alle aanvragen die na een vorige vergadering binnenkomen, in de volgende vergadering worden besproken. Uitzonderingen kunnen zich voordoen. Bijvoorbeeld wanneer meer informatie opgevraagd moet worden. In dat geval is de aanvraag dus incompleet ingediend.

Wordt urgentie toegekend? Dan wordt de toekenningsbrief binnen een week na de vergadering aan de woningzoekende verzonden. Woningzoekenden die niet voor urgentie in aanmerking komen krijgen hierover binnen twee weken een brief. Het versturen van de afwijzingsbrieven neemt meer tijd in beslag dan de toekenningsbesluiten. Dit komt doordat in de afwijzingsbrief duidelijk en specifiek op de persoonlijke situatie wordt ingegaan. En er wordt uitgelegd waarom geen urgentie is toegekend. Ook worden, waar mogelijk, alternatieven en tips genoemd om het woonprobleem op te kunnen lossen.

Wanneer een woningzoekende het niet eens is met het door de urgentiecommissie genomen besluit, kan hij hiertegen bezwaar maken. Hoe hij dit kan doen, wordt ook uitgelegd in de afwijzingsbrief.

2.2 Ā Medische en psychosociale adviezen

Door het Dagelijks Bestuur is de GGD Hollands Midden aangewezen als adviesorgaan voor aanvragen op medische of psychosociale gronden. Als de urgentiecommissie vindt dat de aanvraag door een medische deskundige moet worden beoordeeld, dan wordt de casus aan de GGD voorgelegd. Er worden dan specifieke vragen gesteld die de urgentiecommissie door de GGD beantwoord wil hebben. Bijvoorbeeld of een woningzoekende gelet op zijn psychische problematiek in staat moet worden geacht om op kamers te wonen (en dus voorzieningen zoals een keuken en badkamer te delen met huisgenoten).

Aantal adviezen GGD
Jaarverslag RUC 2024

Afgelopen verslagjaar (2024) is in totaal 30 keer advies gevraagd aan de GGD naar aanleiding van een verzoek tot urgentie (26) of van een bezwaarschrift (4). Dat is minder dan het vorig kalenderjaar. In 2023 werd de GGD nog 40 keer om advies gevraagd naar aanleiding van een urgentieverzoek (33) of vanwege een bezwaarprocedure (7).

Alleen als de commissie te weinig objectieve informatie van deskundigen heeft, of daar twijfel over is, wordt de GGD verzocht om een advies uit te brengen.

  • In 10 zaken heeft de GGD aangegeven dat er geen medische (of psychosociale) noodzaak was om urgentie te verlenen.
  • In 19 zaken heeft de GGD geadviseerd om urgentie toe te kennen. Dit advies is in al deze zaken overgenomen.
  • In 1 zaak heeft de aanvrager zijn aanvraag ingetrokken nadat advies is gevraagd aan de GGD.

2.3Ā  Mandaat bij Vrouwenopvang

De secretarissen van de urgentiecommissie hebben ondermandaat om urgentieaanvragen op grond van een verblijf in een instelling voor vrouwenopvang af te doen. Zij hebben die bevoegdheid gekregen, omdat er op basis van de Huisvestingswet 2014 een verplichting bestaat om deze doelgroep in de Huisvestingsverordening als categorie urgent woningzoekende op te nemen. Daarbij geldt dan niet de eis dat de betrokkene minimaal twee jaar onafgebroken in de regio Holland Rijnland moet wonen. De voorwaarde is wel dat betrokkene het intramurale traject bij een instelling voor vrouwenopvang heeft doorlopen. Het gaat dus niet om mensen die ambulant begeleid worden door de vrouwenopvang. Het wettelijke recht op urgentie na een intramuraal traject is ingegeven om de doorstroming te waarborgen.

In 2024 zijn alle 36 van dergelijke aanvragen toegekend. In 2023 zijn er 17 aanvragen toegekend. Van de 36 aanvragen in 2024 waren 25 aanvragen vanuit de instelling voor vrouwenopvang gevestigd in de regio Holland Rijnland. De andere 11 aanvragen kwamen vanuit de instelling voor de vrouwenopvang van buiten de regio Holland Rijnland.

2.4 Verplichtingen bij urgentie

Een woningzoekende met een urgentieverklaring heeft voorrang op alle andere woningzoekenden. Aan de urgentieverklaring zijn wel voorwaarden verbonden. Die staan in de toekenningsbrief. De belangrijkste verplichting is dat een woningzoekende geen passende woning mag weigeren. Wanneer een urgent woningzoekende heeft gereageerd op een van de woningen die via Huren in Holland Rijnland is aangeboden en betrokkene wordt door de woningcorporatie uitgenodigd om de woning te bezichtigen, dan moet hij op deze uitnodiging ingaan. Doet de urgent woningzoekende dat niet? Dan wordt dit aangemerkt als een weigering van een woning. De urgentiecommissie toetst wel of de betreffende woning ā€˜passend’ is gelet op het zoekprofiel van de urgentieverlening. Is dat het geval? Dan wordt de urgentie ingetrokken, tenzij er sprake is van zeer bijzondere omstandigheden. De urgentieverklaring wordt ook ingetrokken als de urgent woningzoekende, na bezichtiging van de woning, aangeeft de woning niet te willen huren. Bijvoorbeeld omdat de woning niet aan de verwachtingen voldoet of men niet in die buurt wil wonen. Dan wordt de urgentie niet gebruikt om het woonprobleem op te lossen maar is er sprake van een woonwens.

Dit verslagjaar heeft de urgentiecommissie 3 keer een urgentieverklaring ingetrokken, omdat een woningzoekende met urgentie een passende woning heeft geweigerd.

3.Ā Ā  Cijfers en trends

3.1 Trends urgentie-aanvragen

Aanvragen per jaar
Jaarverslag RUC 2024

In 2024 heeft de commissie 273 aanvragen om urgentie ontvangen. Dat is een stijging van 9,2% ten op zichte van 2023. De stijging van 9,2% zou het gevolg kunnen zijn van de nieuwe Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024.

Met ingang van 1 januari 2024 wordt de woonduur (in maanden) opgeteld bij de inschrijfduur van een woningzoekende ingeval de woningzoekende bij verhuizing een sociale huurwoning achterlaat in de regio Holland Rijnland. Dit betekent dat een woningzoekende die geen sociale huurwoning in de regio Holland Rijnland achterlaat, een hogere inschrijftijd moet hebben. Zij laten immers geen sociale huurwoning in de regio Holland Rijnland achter, waardoor zij geen aanspraak maken op de woonduur.

Uit de cijfers is ook gebleken dat er in 2024 een toename is in aanvragen vanuit de voorzieningen van de vrouwopvang. Zie hiervoor paragraaf 2.3.

Uitkomst van aanvraag
Jaarverslag RUC 2024

Net als in 2023 werden in 2024 meer aanvragen toegekend dan afgewezen.

De afgelopen jaren is er ingezet op het voorkomen van ā€˜kansloze aanvragen’. Er vindt in elk geval ƩƩn keer per jaar overleg plaats tussen de secretarissen van de urgentiecommissie en de intakers van de corporaties. Ook hebben de secretarissen in maart 2024 aan alle intakers een cursus gegeven. In deze cursus is uitleg gegeven over de urgentieregeling in de nieuwe Huisvestingverordening.

Het doel is om goede en duidelijke voorlichting te geven aan de woningzoekende met een hulpvraag. Het (bijna) gelijk blijven van het aantal toekenningen en de daling van het aandeel afwijzingen sinds 2022 is daarvan het resultaat.

3.2 Aanvragen, toewijzingen en afwijzingen per corporatie (excl. vervallen/lopend)

CorporatieToekenningenAfwijzingenAanvragen 2024Aanvragen 2023Aanvragen 2022Aanvragen 2021% Toekenning '24% Toekenning '23% Toekenning '22% Toekenning '21
Aarwoude3361171850%64%71%33%
De Sleutels2273128224971%75%55%45%
Dunavie951511171760%73%53%41%
Habeko33745543%0%60%60%
MeerWonen2592291522%36%67%0%
Nieuwkoop381195427%33%80%50%
Ons Doel71812151788%83%47%35%
Padua6713791046%57%78%40%
Portaal1171818243261%50%50%25%
Rijnhart Wonen1519342214944%55%50%67%
Rosa Manus2502615161296%100%94%92%
Stek20244747496243%38%57%37%
Woonforte21194643346046%65%62%42%
Woonzorg Nederland101179100%0%29%22%

In deze tabel is een overzicht gegeven van de aantallen aanvragen om urgentie en de uitkomsten, per corporatie. In dit overzicht is terug te zien dat het aantal aanvragen per corporatie vrijwel gelijk is gebleven. Alleen bij Rijnhart Wonen is een toename in het aantal te zien. In 2024 waren dit er 8 meer dan in 2023.

3.3 Toekenningen van urgentie

Grafiek: grond van toekenning, % van totaal toekenningen. Deze grafiek kon niet in een toegankelijke versie worden omgezet.


 
In 2024 zijn 149 aanvragen toegekend. Het aandeel van toekenningen op grond van ā€˜vrouwenopvang’, ā€˜psychosociaal’ en ā€˜hardheidclausule’ is sterk toegenomen.

Ook toepassing van de hardheidsclausule heeft met 21% in 2024 een groot aandeel in de toekenningen. Wanneer er geen grond is voor urgentie op een van de reguliere gronden, maar als de situatie die zich voordoet dusdanig ernstig en bijzonder is dat het gerechtvaardigd is dat er urgentie moet worden verleend, kan dat met toepassing van de hardheidsclausule. Op basis van de hardheidsclausule kan de urgentiecommissie, in afwijking van de regels van de verordening, in bijzonder schrijnende situaties toch urgentie verlenen.

Wat voor situaties noopten in 2024 tot toekenningen op basis van hardheid? Zie onderstaande kaders voor een tweetal voorbeelden.

Casus 1: Aanvrager is een jong volwassen man. Hij heeft een kindregeling ontvangen, omdat zijn ouders gedupeerden van de toeslagenaffaire zijn. Door de toeslagenaffaire is aanvrager op het verkeerde pad terechtgekomen. Aanvrager heeft een kindje van 3 jaar. Aanvrager is dakloos en heeft psychische problemen. Aanvrager kan wel zelfstandig wonen. Ondanks dat aanvrager niet in de regio Holland Rijnland een woonadres heeft, is de aanvraag om urgentie op grond van de hardheidclausule toegewezen. Reden hiervan is de multiproblematiek, dakloosheid en het feit dat aanvrager een kind is van gedupeerde van de toeslagenaffaire.

 

Casus 2: Aanvraagster woont met haar 3 minderjarige kinderen buiten de regio Holland Rijnland. De zoon van aanvraagster zit thuis van school. De zoon van aanvraagster kan door verschillende problematiek geen regulier onderwijs volgen. Hij is aangewezen op speciaal onderwijs. In de betreffende regio waar aanvraagster woont is er geen passend onderwijs voor de onderwijsbehoeften van de zoon. Er zijn meerdere scholen geprobeerd, maar dit was niet passend en heeft geresulteerd in het feit dat de zoon van aanvraagster al geruime tijd thuis zit. Een passende school is uiteindelijk gevonden in de regio Holland Rijnland. Verhuizing naar de regio Holland Rijnland is noodzakelijk, want de zoon van aanvraagster heeft structuur nodig, gevoelens van angst en onveiligheid verminderen, een positieve stemming te ontwikkelen en om positieve sociale contacten te ontwikkelen. De reisafstand is te zwaar voor de zoon van aanvraagster en het is belangrijk dat hij sociale contacten kan opdoen. Aanvraag om urgentie is dan ook op grond van de hardheidsclausule toegewezen.

Net als in 2023 kan samenvattend gesteld worden dat urgentie op basis van de hardheidsclausule vooral wordt toegekend in het geval van schrijnende situaties voor kinderen, of indien iemand niet verantwoordelijk gehouden kan worden voor zijn handelen.

3.4 Afwijzingen van urgentie

In 2024 werden 108 aanvragen afgewezen. Artikel 26 sub h van de Verordening vormde het afgelopen jaar de belangrijkste reden om urgentieverzoeken af te wijzen. Dit artikel luidt als volgt:

ā€˜Aanvrager zijn woonnoodsituatie redelijkerwijs binnen zes maanden zelf kan oplossen door onder meer gebruik te maken van:

  1. een voorliggende voorziening;
  2. de door hem opgebouwde inschrijftijd als woningzoekende;
  3. kamerbewoning of bewoning van een andere niet-zelfstandige woonruimte;
  4. zijn beschikbare inkomen en/of vermogen;
  5. overige middelen ter beschikking heeft om zijn woonsituatie zelf op te lossen’
Afwijzingen van urgentie
Jaarverslag RUC 2024

Een aantal woningzoekenden van buiten de regio wil om uiteenlopende redenen naar deze regio verhuizen. Echter wanneer niet wordt voldaan aan de voorwaarde uit de Verordening dat betrokkene de afgelopen twee jaar met een woonadres stond ingeschreven in de Basisregistratie Personen van ƩƩn van de gemeenten binnen Holland Rijnland, wordt in principe geen urgentie toegekend. Met toepassing van de hardheidsclausule kan van deze eis worden afgeweken.

Een andere uitzondering op de eis van regionale binding vormt de omstandigheid dat in het kader van noodzakelijke mantelzorg verhuisd moet worden naar deze regio.

Tot slot geldt het vereiste van regionale binding niet voor degenen die het intramurale traject in de vrouwenopvang hebben doorlopen. De Huisvestingswet zegt dat in dat geval voorrang verleend moet worden voor het huren van een sociale huurwoning in welke gemeente in Nederland dan ook.

6 Stadsvernieuwingsurgenties

Soms is het nodig dat woningcorporaties woningen slopen om plaats te maken voor andere huurwoningen. Of worden grootschalige renovaties uitgevoerd. De huidige huurders kunnen dan niet meer in hun woning blijven wonen. Om de huurders met voorrang een andere sociale huurwoning te kunnen laten huren is er stadsvernieuwingsurgentie.

De aanvragen voor stadsvernieuwingsurgentie worden in ondermandaat behandeld en toegekend door de secretaris van de urgentiecommissie. Deze aanvragen worden niet besproken tijdens de vergadering van de urgentiecommissie.

In 2024 zijn in totaal 150 stadsvernieuwingsurgenties afgegeven. Aan huurders van Woonforte zijn 44 van deze urgenties verleend, 44 aan huurders van Stek en 62 aan huurders van De Sleutels.

Aantal toegekende urgentieverklaringen
Jaarverslag RUC 2024

Deze urgenties hebben een langere looptijd (ten minste 18 maanden) dan gewone urgenties (6 maanden). De urgentieverklaring geldt voor de eerste zes maanden alleen voor de huidige woonplaats. Vanaf de 7de t/m de 18de maand geldt de stadsvernieuwingsurgentie voor de hele regio. Bij een stadsvernieuwingsurgentie is het uitgangspunt dat de woningzoekende een urgentie krijgt voor hetzelfde woningtype als waarin hij nu ook woont.

5.Ā  Bezwaar en beroep

5.1 Ā Algemeen

De behandeling van bezwaarschriften behoort niet tot de bevoegdheid van de urgentiecommissie. Maar in het jaarverslag wordt wel kort aandacht besteed aan de bezwaar- en beroepsprocedures. De uitkomsten van deze procedures kunnen voor de urgentiecommissie een graadmeter zijn of de afwegingen die door de commissie worden gemaakt om al dan niet urgentie toe te kennen, door de bezwarencommissies en de rechter worden gevolgd.

Door Holland Rijnland wordt gebruikgemaakt van een onafhankelijke adviescommissie bezwaarschriften. In 2024 heeft het Dagelijks Bestuur in ƩƩn zaak besloten om, nog voordat zij het bezwaar doorgestuurd heeft naar de bezwaarschriftencommissie, toch urgentie toe te kennen. Nieuwe feiten en omstandigheden maakten dat in tweede instantie toch tot toekenning is overgegaan. In de bezwarenprocedure wordt het primaire besluit namelijk volledig heroverwogen, zowel op rechtmatigheid als doelmatigheid. Een bezwaarmaker kan bij het indienen van het bezwaarschrift nieuwe feiten en omstandigheden aandragen die eerder niet bekend waren. Soms wordt er een nieuw GGD-advies gevraagd. Deze nieuwe feiten en omstandigheden kunnen door heroverweging resulteren in een ander besluit.

5.2 Ā Bezwaar

In 2024 zijn er 48 bezwaren ingediend tegen de uitkomst van de urgentieaanvraag. In 2023 waren er 35 bezwaren ingediend. De reden van deze stijging is erin gelegen dat in 2024 alle bezwaren die in 2024 zijn binnengekomen, zijn geregistreerd in 2024. Dit betekent dat bezwaren die zijn gericht tegen besluiten van 2023, maar in 2024 binnen zijn gekomen, worden meegenomen in de registratie van 2024. In de voorgaande jaren werden de bezwaren op een andere wijze geregistreerd. Bij deze wijze van registratie werden alleen de bezwaren geregistreerd tegen de besluiten van dat desbetreffende jaar. Dus in 2023 zijn alleen de bezwaren geregistreerd die gericht waren tegen besluiten uit 2023. Door deze registratie is het mogelijk dat er bezwaren niet worden meegerekend, omdat er in 2024 nog bezwaren zijn binnengekomen gericht tegen besluiten uit 2023. Daarom is ervoor gekozen om vanaf 2024 alle bezwaren die zijn binnengekomen in 2024 mee te nemen in het jaarverslag van 2024. Hierdoor is er een aanzienlijke toename van het aantal bezwaren. Dit is het gevolg van de nieuwe manier van registeren.

De 47 bezwaarschriften (binnengekomen in 2024) die zijn doorgezonden naar bezwaarschriftencommissies kunnen als volgt worden onderverdeeld:

  • 35 bezwaren tegen de afwijzing van de urgentie;
  • 10 bezwaren tegen het zoekprofiel van de urgentieverklaring;
  • 2 bezwaren tegen de intrekking van een urgentieverklaring;

Daarvan zijn:

  • 27 bezwaren ongegrond verklaard;
  • 17 bezwaren zijn door bezwaarmaker ingetrokken;
  • 1 bezwaar kennelijk niet ontvankelijk;
  • 2 bezwaren gegrond verklaard;

5.3 Ā Beroep bij de rechtbank en hoger beroep bij de Raad van State

Na afloop van de bezwarenprocedure kan een woningzoekende beroep instellen bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank heeft in 2024 uitspraak gedaan in 3 procedures. In alle uitspraken is het beroep ongegrond verklaard. Na het beroep bij de rechtbank kan een woningzoekende in hoger beroep bij de Raad van State. Er zijn dit verslagjaar geen procedures bij de Raad van State behandeld.

6.Ā Ā  Slotwoord urgentiecommissie

Terugkijkend op 2024 zijn er enkele zaken die opvallen. Om te beginnen stond het afgelopen jaar vooral in het teken van wisselingen in de bezetting van de commissie. Voor een viertal commissieleden, waaronder de voorzitter, zat de maximale zittingstermijn van 2x vier jaar erop. Zo ontstond er in elk van de geledingen die in de commissie vertegenwoordigd zijn een vacature. Na een korte wervingsprocedure en voordrachten vanuit de betrokken geledingen heeft de commissie weer enkele nieuwe, enthousiaste en ter zake deskundige leden.

Omdat er in 2023 ook al een nieuw lid was toegetreden betekende dit dat binnen het bestek van ongeveer een jaar de commissie vijf nieuwe leden heeft gekregen. Om de kwaliteit en continuĆÆteit van de commissie te waarborgen en om de nieuwkomers gelegenheid te bieden om zich goed in te kunnen werken, heeft de voorzitter toegezegd om nog twee jaar in functie te blijven.

In het voorafgaande gedeelte van dit jaarverslag hebt u uitgebreid kennis kunnen nemen van de resultaten van het werk van de commissie. Tussen al die cijfers zijn er een paar die in het oog springen.

Enkele jaren geleden heeft de commissie met onze portefeuillehouder in het Dagelijks Bestuur afgesproken dat we, gezien de hoge kosten, zouden trachten om het aantal medische adviezen te verminderen. Kijkend naar het resultaat zijn we in drie jaar van 50 naar 30 gevraagde adviezen per jaar gegaan.

Een tweede cijfer dat opvalt is het aantal urgenties dat is verleend aan vrouwen in de vrouwenopvang. Het afgelopen jaar is dat aantal bijna verdubbeld tot ongeveer een kwart van het totaal aantal toegewezen urgenties. Deze cijfers lijken te duiden op een hardnekkig en ernstig maatschappelijk probleem. De commissie kan bijdragen aan een oplossing hiervan door de betrokkenen een weg te bieden naar een nieuwe, en vooral veilige, plek.

Bijzondere aandacht is er ook altijd voor de wijze waarop de commissie omgaat met de hardheidsclausule. Die clausule is een uiterste middel dat de commissie kan inzetten in gevallen waarin sprake is van zeer bijzondere omstandigheden, waarvoor de overige bepalingen in de Huisvestingsverordening geen oplossing bieden. Afgelopen jaar is de hardheidsclausule in ruim een vijfde van alle aanvragen toegepast om de aanvrager toch een urgentieverklaring te kunnen geven. Ook hier lijkt sprake van een toename van ernstige maatschappelijke problemen waardoor aanvragers sneller in bijzondere (woon)noodsituaties komen te verkeren.

Tenslotte wil ik ons secretariaat bedanken voor het vele werk dat zij ook het afgelopen jaar weer verricht hebben en dat ons als commissie in staat stelt om tot goed afgewogen besluiten te komen.

Vastgesteld in de vergadering van de Regionale Urgentiecommissie Holland Rijnland d.d. 24 juni 2025.

De voorzitter,