Nieuwsbrief 03-2019
Rol corporaties in energietransitie


De invloed van de energietransitie op de gebouwde omgeving is groot. Als het gaat om energiebesparing, duurzame opwekking of de warmterotonde speelt woningbouw een prominente rol. Holland Rijnland organiseerde daarom een speciale bijeenkomst voor woningbouwcorporaties. Op 24 januari kwamen bestuurders en medewerkers van corporaties en gemeenten bijeen in de Nieuwe Energie in Leiden.

Liesbeth Spies, burgemeester van Alphen aan den Rijn en bestuurslid van Holland Rijnland, refereerde in haar welkomstwoord aan het Regionaal Energieakkoord Holland Rijnland, dat in 2017 werd afgesloten. ‘Het is een prachtige ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn’, vertelde zij, ‘maar we stellen ook tussendoelen. In 2025 moeten we al flink op weg zijn in energiebesparing en duurzame opwekking. Dat heeft zijn invloed op de gebouwde omgeving zoals we die nu kennen. Aangezien corporaties een groot woningbestand hebben, zijn zij belangrijke partners in deze transitie. Gelukkig zijn zij al een aardig eind onderweg.’

W/E Adviseurs, een adviesbureau voor Duurzaam Bouwen, onderzocht in opdracht van Holland Rijnland hoe overheden en de huursector kunnen samenwerken bij de energietransitie. ‘De eerste stap hierin is luisteren’, zette Ruud van Vliet uiteen, ‘wat zijn de opgaven, wat de belemmeringen? Het blijkt dat corporaties structureel al bezig zijn met de transitie, maar dat ze tegelijkertijd tegen een aantal problemen aanlopen. Wie neemt bijvoorbeeld de regie? Daarnaast blijken nul-op-de-meter-woningen financieel slecht haalbaar. En hoe zit het met regelgeving rondom het terug leveren aan het elektriciteitsnet? Corporaties mogen namelijk niet ook energieleverancier zijn.’ Van Vliet schetste een breed palet aan zaken waarmee corporaties zich geconfronteerd zien, variërend van het meekrijgen van minimaal zeventig procent van de bewoners tot aan de capaciteit van het elektranetwerk. Volgens hem zou meer zekerheid over het voortbestaan van subsidies of de route van de warmterotonde wenselijk zijn.

Voor corporaties is het van groot belang dat ze huurders meekrijgen in de plannen rondom woningaanpassingen. ‘Je moet hen betrekken in de plannen’, benadrukte Van Vliet. ‘In sommige gevallen gaan de huren omhoog, maar maak duidelijk dat ze kunnen terugwinnen op energiebesparing.’

Niet alle aanwezigen waren hiervan overtuigd. ‘Loopt die besparing niet uit de pas met de huurverhoging’, of ‘We zitten bij sommige woningen al aan het plafond van de maximale huur.’

Aanwezigen waren het er wel over eens dat corporaties al veel stappen nemen in de energietransitie. In Leiden hebben corporatie-woningen gemiddeld een energielabel B, en dat is – zeker gezien de veelal oude woningvoorraad – een knappe prestatie. De Leidse corporaties onderstrepen het belang om huurders bij de plannen te betrekken. Het raakt immers iedere burger tot achter de voordeur. Dat het een ingewikkelde puzzel is om de activiteiten van alle stakeholders op elkaar af te stemmen, realiseren ze zich in Leiden terdege. ‘Wanneer vervangen we de riolering, gaat de netbeheerder groot onderhoud plegen, wat doen de corporaties, enzovoort.’

Na de plenaire introductie, gingen de deelnemers in vier groepen uiteen om opeenvolgend vier verschillende deelsessies bij te wonen. Iedere sessie werd geleid door een moderator en gevoed door een expert op desbetreffend terrein.

Deelsessie 1 stond in het teken van Warmte en de bijbehorende infrastructuur. Daarin kwam naar voren dat het essentieel is dat corporaties, gemeenten en netbeheerders samenwerken in het delen van plannen en planningen. De regie hierin zou bij de gemeente moeten liggen. Maar er ligt ook een grote rol weggelegd voor de regio. Nieuwe projecten en pilots, zoals de aanleg van warmtenetten zijn voor vooral kleinere gemeenten te complex. En ook voor een grootschalige warmterotonde heeft de regio een aanjaagfunctie en is het gesprekspartner met de provincie.

Bij de deelsessie Zon op daken werd ingezoomd op kansen en belemmeringen. Als het om de financiering van projecten gaat, rees de vraag of de aanpassing aan woningen wordt doorberekend aan de huurders. Niet iedere corporatie dacht daarover hetzelfde. Sommige corporaties vinden dat de hogere huur opweegt tegen de besparing op de energierekening. Maar om plannen te realiseren, is voldoende instemming nodig van de bewoners. Om die reden kiezen andere corporaties ervoor om geen huurverhoging door te voeren. ‘Alleen zo kunnen we écht de vaart erin houden.’ Naast financiering, liggen er nog andere hindernissen in het verschiet, zoals de capaciteit van het netwerk ter plaatse of de flora- en faunawetgeving. Daarnaast blijkt plaatsing op hoogbouw nu nog een probleem net als het vinden van bedrijven en vakmensen die de installaties kunnen verzorgen.

De deelsessie Bewoners haakte vooral in op het meekrijgen van mensen bij woningaanpassingen. Daarin stond centraal dat de communicatie richting huurders eerlijk, transparant en geloofwaardig moet zijn. Betaalbaarheid is één van de speerpunten. Bewoners willen veelal meegaan in het verduurzamen van hun woning, maar kiezen vaak – als het er op aan komt – toch voor de prijs. Ook omdat de beoogde besparing op termijn, veelal niet hard is. Daarnaast vrezen huurders voor overlast tijdens de aanpassing van hun woning. Soms kan het helpen om niet een begrip als energielabel A in het vooruitzicht te stellen, maar verhoging van het wooncomfort als aantrekkelijk resultaat. Samenwerking tussen gemeenten, corporaties en netbeheerders is essentieel om eenduidig te kunnen communiceren tussen bewoners.

In de laatste sessie Financiering en regelgeving stond eveneens de betaalbaarheid van verduurzamingsprojecten centraal. Onderbouwing is nodig om aan te tonen dat uiteindelijk de maandlasten omlaag gaan. Voor de daadwerkelijke financiering ligt de bal bij de corporaties, want die kunnen goedkoop leningen afsluiten. Omtrent regelgeving willen corporaties vooral belemmerende procedures wegnemen. Een vereenvoudiging van regels zou kunnen helpen, bijvoorbeeld door het aanvragen van een parapluvergunning voor zaken als flora en fauna, dakhoogtebeperkingen, precariogelden en rooilijnen. Vanwege het grote maatschappelijke belang van verduurzaming, opperden sommigen een versoepeling van de zeventig procent instemmingsverplichting van bewoners. Een regionale lobby richting Den Haag over aanpassing van landelijke wetgeving, zou hierbij behulpzaam zijn. Er is, volgens verschillende deelnemers, wel een spanningsveld tussen duurzaamheid en stedenbouwkundige kwaliteit. Hoe ga je bijvoorbeeld om met het installeren van zonnepanelen in een monumentale binnenstad als Leiden of andere historische dorpsgezichten? Sommigen voerden aan dat zonnepanelen ook weer eenvoudig te verwijderen zijn en daar door geen permanente aantasting zijn van de woningen.

De deelsessies waren beperkt in tijd en de discussies waren lang nog niet beëindigd. Maar als algemene conclusie kwam naar voren dat samenwerking tussen de verschillende partijen een essentiële voorwaarde is voor de realisatie van de energietransitie bij de woningvoorraad van corporaties.