P3 Warmtenet inclusief consequenties elektriciteit

Onze regio heeft de mogelijkheid een deel van de warmtevraag te voorzien via warmtenetten, gevoed met bovenlokale warmtebronnen (geothermie en restwarmte via Warmtelinq+).

Door de warmtevraag niet te elektrificeren, voorkomen we verdere druk op het elektriciteitsnet en kunnen andere sectoren het net benutten. Het ontwikkelen van deze beschikbare bovenlokale warmte is noodzakelijk om de overstap naar warmtenetten mogelijk te maken. Dit kan alleen als lokaal de warmtenetten worden uitgerold én transport wordt ontwikkeld om vraag en aanbod aan elkaar te verbinden.

Wat moeten we doen om het project te starten?

  • We werken een ontwerp uit van de benodigde infrastructuur, passend bij de plannen rondom de lokale warmtetransitie (uitrol warmtenetten/wijkuitvoeringsplannen) en bij de plannen rondom de realisatie van bovenlokale warmtebronnen.
  • We maken afspraken over de organisatie rondom transport (realisatie, beheer, eigendom) en de relatie met de afzetgebieden (kavels).
  • Het uiteindelijke doel is dat we komen tot een detail ontwerp, vormen van samenwerkingsafspraken, et cetera om tot realisatie over te kunnen gaan.

Aan welke landelijke, provinciale of regionale doelen draagt dit project bij

We werken in de Stedelijke As toe naar een samenhangende ruimtelijk-economische invulling en systeem op de terreinen economie, mobiliteit, groen/blauw, wonen, en energie.

De regionale warmte-infrastructuur draagt bij aan landelijke, provinciale, regionale én lokale doelen. Dit is door de provincie Zuid-Holland bij het nMIEK ( nationaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat) aangemeld als nationaal belang. De warmte- infrastructuur in de regio Holland Rijnland is onderdeel van die aanvraag.

Betrokken partijen

De RES-regio trekt dit project, in nauwe samenwerking met de sub-regio’s.

Stakeholders zijn gemeenten, de provincie Zuid-Holland, de ministeries van EZK en BZK; publieke partijen (EBN, Gasunie, Alliander, Firan) en private partijen (Vattenfall, Aardwarmte Rijnland).

Fasering

Onderzoek naar een integraal infrastructuurontwerp, financiering en mogelijke governance. Parallel analyse Wet Collectieve Warmtevoorziening: wat is er mogelijk binnen de nieuwe wet?

  • Besluitvorming over (globale) fasering en aanleg van warmtetransportnet, in samenhang met plannen uitrol lokale netten (vraagontwikkeling).
  • Uiteindelijk toewerken naar een definitieve investeringsovereenkomst op basis van afspraken ontwerp, afname en levering van warmte fasering, governance etc.

Investering

  • Globale kosteninschatting op basis van het infrastructuurontwerp
  • Inschatting benodigde cofinanciering van het Rijk binnen haalbare businesscases
  • Beschikbare middelen bij gemeenten
  • De kosten voor de P3-fase komen op € 300.000 (2024)

Financiële consequentie ten laste van de Regionale Investeringsagenda

€ 300.000

Back To Top Ga naar de inhoud