Nieuwsbrief 03-2019
Regiocongres strijkt neer in Hillegom

Het Fioretti College in Hillegom vormde het decor voor het elfde regiocongres Holland Rijnland. Op woensdagavond 13 februari kwamen hier raadsleden, wethouders en burgemeesters bijeen om zich te laten informeren, inspireren en om elkaar te ontmoeten.

Dhr. A. van Erk

De avond startte met een animatiefilm die beknopt de meerwaarde van Holland Rijnland uiteenzette. Daarna heette Arie van Erk als burgemeester van de ontvangende gemeente Hillegom de deelnemers van het congres welkom. ‘Bemoedigend voor de samenwerking’, beoordeelde Van Erk de ruime opkomst in de theaterzaal van de school. Daarbij maakte hij handig gebruik om zijn gemeente te promoten. ‘Net als in het samenwerkingsverband Holland Rijnland, zoekt deze school verbinding met de buitenwereld. Ervaar het zelf, en kom na vanavond vooral nog een keer terug voor een fietstocht door het landelijk gebied.’

Daarna was het woord aan avondvoorzitter Tseard Hoekstra, chief information officer voor de Leidse Regio en voormalig lid van het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland. Hij weersprak de typering dat het samenwerkingsverband afstandelijk is en voor gemeenten beslist. ‘Holland Rijnland is niet een ander, dat zijn wij samen met elkaar. Met z’n allen geven we hier invulling aan. Deze avond sluit hier mooi op aan, met twee doelen. We laten ons inspireren op de inhoud én we ontmoeten mensen die we wellicht zelden spreken, maar waar we wel veel mee delen.’

De voorzitter van het dagelijks bestuur, de Leidse burgemeester Henri Lenferink, beaamde dit: ‘Goed om hen te ontmoeten die actief zijn in aanpalende sectoren.’

‘Pak op waar regionale aanpak meerwaarde heeft’

In vogelvlucht blikte Lenferink terug op zestien jaar regionale samenwerking. ‘De Bollenstreek en de Leidse regio gingen in 2003 niet vanzelfsprekend samen’, memoreerde hij. ‘Maar in de loop der jaren verbeterde het overleg. Inmiddels hebben we al veel bereikt. Met ons Regionaal Investeringsfonds kwamen veel projecten van de grond die anders nooit waren gerealiseerd. Denk aan de Rijnlandroute met een totale investering van 900 miljoen. Onze investering genereerde een veelvoud aan gelden vanuit het rijk. Dat geldt ook voor een nieuwe OV-verbinding tussen het oosten en westen van de regio en tientallen groenprojecten. Wat we nu nodig hebben, is een goed plan voor de toekomst. Het succes van de nieuwe Regionale Agenda hangt af van concrete doelen. We moeten die punten en ambities oppakken waarbij een regionale aanpak meerwaarde heeft.’

Vervolgens introduceerde Hoekstra de eerste spreker van de avond: Jan Dirk de Jong, lector jeugdcriminaliteit en integrale aanpak aan de hogeschool Leiden. In drie boeken van zijn hand behandelt hij onder meer opvallend delinquent gedrag onder Marokkaanse jongeren, de straatcultuur, de functie van rolmodellen en de regierol die de gemeente hoort te nemen. ‘Was de groep rotjongens van vroeger vooral een sociaal verschijnsel, tegenwoordig is het vooral etnisch van aard. Marokkaanse jongeren van nu voelen zich buiten de samenleving staan.´

Dhr. J.D. de Jong

Volgens De Jong willen deze jongeren vooral gezien worden, bij de groep horen en het gevoel hebben er toe te doen. ‘Het heeft met erkenning te maken. Hoewel jeugdcriminaliteit de laatste jaren daalt, zien we dat probleemgevallen steeds jonger worden. Overlast komt voort uit een nieuw soort verslaving, de hang naar status op straat. De criminaliteit verhardt ook. Er ontstaat een generatie die schijt heeft aan alles. Geweld is normaal, status belangrijk en vermogenscriminaliteit begrijpelijk.’

Volgens De Jong zijn jongeren die met hun rug naar de maatschappij staan vatbaar om het verkeerde pad op te gaan. ‘Allochtone jongeren hebben eerder dat gevoel’, vervolgt De Jong. ‘Als je dat koppelt aan een individu met een licht verstandelijke beperking, op zoek naar macht en erkenning, dan heb je iemand die vatbaar is voor crimineel gedrag. Het kost veel moeite om uit zo’n situatie te stappen.’

En ook al krijgt een jongere op een gegeven moment een rustiger leven, de kans op terugval is volgens De Jong groot. De rol van een buddy die hem zowel streng als liefdevol bijstaat, is enorm belangrijk. Net zoals het perspectief op verbondenheid met de samenleving. Een onderzoek onder de doelgroep, uitgevoerd door de Erasmus Universiteit, bevestigt dat de invloed van de groep op straat vaak tot ongewenst gedrag leidt, terwijl de rol van een buddy het tegenovergestelde verricht.

Maar wat is dan de rol van de gemeenten in de aanpak van jeugdcriminaliteit? ‘Nodig is een integrale goede samenwerking in de regio’, vertelt De Jong. ‘Het is ingewikkeld om hier goed op te regisseren, Het meest succesvol zijn die gemeenten  die het sociale domein en het veiligheidsdomein weten samen te brengen. Soms wijzen gemeenten naar elkaar voor financiering en zorg. Terwijl het probleem juist regionaal is’, besloot De Jong.

Dhr. J. Modder

Na de pauze was het woord aan Jaap Modder, expert stedenbouw en ruimtelijke ordening. Hij startte met een goed en slecht nieuwsbericht voor de regio. ‘Het goede is dat er hier genoeg geestdrift is voor samenwerking op het terrein van ruimtelijk ordening. Het slechte is dat er eigenlijk weinig sterke voorbeelden zijn. De meest succesvolle regio’s weten het ruimtelijke thema aan het economische te koppelen. Vaak zie je bij de wat eigengereide regio’s, dat de slagkracht groot is. Hier krijgen ze vaak veel voor elkaar. Maar de kans op mislukken is ook groter.’

Blauwe banaan

Volgens Modder heeft Nederland een probleem met regio’s. ‘Terwijl in Frankrijk het samenwerken op regionale schaal heel gewoon is, heeft Nederland – het land van Thorbecke – nog steeds moeite met deze vierde bestuurslaag’, vervolgde hij. ‘Toch is er zeker toekomst voor regio’s in ons land. De schaal is geschikt voor bestuurlijke samenwerking. In de uitvoering zijn we ook al ver gevorderd, het lukt alleen nog niet zo om dingen te bedenken.’

Op een kaart van Europa toonde Modder vervolgens de blauwe banaan, een band beginnend in Milaan die zich via Oostenrijk, het Duitse Ruhrgebied over de Nederlandse Randstad naar Londen een kromme weg baant. ‘In deze banaan bevindt zich het meest verstedelijkte, welvarendste, best opgeleide en innovatiefste deel van Europa. In deze zes procent van het grondgebied speelt zich dertig procent van de Europese economie af. Daar liggen wij dus middenin. Wij zouden dus in staat moeten zijn om onze opgaven te realiseren.’

Volgens Modder voeren drie thema’s op dit moment de boventoon in ruimtelijke ordening: woningmarkt, bedrijfslocaties en duurzame energie. ‘Om op deze terreinen stappen te zetten, moet je out of the box kunnen denken. Combineer woningbouw bijvoorbeeld met de klimaatopgave, door gebruik te maken van houtbouw. Hout is immers een energieneutraal product. Of probeer de ban op buitenstedelijk bouwen te verbreken, met kleine zelfvoorzienende communities in het landelijk gebied. Dat geldt ook voor bedrijfslocaties. Meng woon- en bedrijfsvormen met elkaar. Denk ook meer na over locaties. Zo is het logischer om grote transporteurs bij grote logistieke punten samen te brengen, zoals Schiphol. Het gebied Holland Rijnland is onderdeel van één groot stedelijk complex, van Amsterdam-Schiphol-Leiden-Rotterdam. Ga dus in gesprek over de regiogrenzen heen. De metronetwerken van de metropoolregio’s Amsterdam of Rotterdam houden bijvoorbeeld nu op bij die grenzen. Dat is onlogisch en inefficiënt.’

Het slotwoord was aan Henri Lenferink. ‘Het was goed om elkaar te spreken. Qua nieuwe agenda zijn we er misschien nog niet, maar het hoeft gelukkig ook nog niet compleet te zijn. Je moet vooral die thema’s oppakken waarin je meerwaarde kunt bereiken. Samen praten we daar verder over.’