Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie

Tussentijdse rapportage 2024

Onderstaand vindt u de tussentijdse rapportage 2024 als integrale webpagina.
U kunt deze ook als PDF-bestand downloaden.

|Paul de Bruijn - Portefeuillehouder Middelen|

1. Inleiding

Voor u ligt de Tussentijdse rapportage 2024. Hierin stellen we u op de hoogte van de voortgang in de uitvoering van de begroting 2024, die het Algemeen Bestuur op 28 juni 2023 heeft vastgesteld. Naast de rapportage over de financiële voortgang informeren we u met dit P&C-product over de voortgang en eindejaarsverwachting op de gestelde beleidsdoelen. Waar nodig hebben we een voorstel gedaan de begroting te wijzigen om de ambities voor 2024 waar te maken. Zo schetsen we een integraal beeld van de voortgang en prognose in 2024.

Voortgang 2024

Het eerste half jaar van 2024 kende een aantal bijzondere hoogtepunten voor de regio, te beginnen met de vaststelling van de Regionale Investeringsagenda in april. Hiermee kiezen onze gemeenten ervoor om 14 grote projecten samen te gaan uitvoeren. Denk aan projecten op het gebied van natuur, energie, verstedelijking, openbaar vervoer en doorfietspaden. Hiermee maken we onze leefomgeving gereed voor de toekomst. En het zorgt voor meer brede welvaart voor inwoners van de regio. De gemeenten stellen eenmalig € 7 miljoen beschikbaar voor nader onderzoek naar de projecten en voor een fonds om kleinschaliger projecten te ondersteunen. Op het Regiocongres van Holland Rijnland werd de Regionale Investeringsagenda officieel overhandigd aan de Commissaris van de Koning van Zuid-Holland, Jaap Smit.

Juli was een prachtige maand voor de regio door de opening van de N434 met de Corbulotunnel en de ondertekening van de Bestuursovereenkomst Gnephoek. Na 7,5 jaar bouwen vormt de N434 een directe verbinding tussen de A44 en de A4 bij Leiden. Het is een grote verbetering voor de mobiliteit in de regio. Voor de Gnephoek hebben de gemeente Alphen aan de Rijn, provincie Zuid-Holland, Hoogheemraadschap van Rijnland en Holland Rijnland getekend voor de bouw van 5.500 natuur-inclusieve woningen en de aanleg van een groot natuurgebied. Afspraken over wonen, verkeer, natuur, recreatie, water en bodem worden in oktober officieel ondertekend.

Ook tekende Holland Rijnland samen met de bestuurders van de negen Hollandse Plassen-gemeenten de samenwerkingsovereenkomst Hollandse Plassen. De samenwerking met de negen Hollandse Plassen-gemeenten richt zich onder andere op gebiedsmarketing en het versterken van recreatieve voorzieningen.

Vanuit het Regionaal Bureau Leerrecht zetten consulenten zich elke dag in om thuiszitten van jongeren tegen te gaan, schooluitval te voorkomen en jongeren te begeleiden naar een positieve, zelfstandige toekomst. Dit gaat om de aanpak van verzuim. De aanpak van vroegtijdig schoolverlaters is succesvol. Het percentage vroegtijdige schoolverlaters is in onze regio gedaald tot 2 procent, terwijl het landelijk gelijk gebleven is op 2,38%. Ook zijn er meer voortijdig schoolverlaters een jaar na uitval teruggekeerd naar school of naar het werk. Daarnaast is in 2024 de inzet op thuiszitters die geen of weinig onderwijs volgen verstevigd met een verbeterd registratiesysteem en door nieuwe afspraken te maken met de scholen.

Naar verwachting krijgt het RBL medio 2025 te maken met de nieuwe wetgeving ‘van school naar duurzaam werk’. Hiervoor zijn in het voorjaar van 2024 voorbereidingen getroffen, zoals het opzetten van een pilot waarbij we preventief de meest kwetsbare jongeren al bij het eerste verzuim benaderen.

Daarnaast zijn de pilots voor jongeren van 23 tot 27 jaar voortgezet. In mei heeft de Regiegroep Vroegtijdig Schoolverlaten het plan van aanpak voor het nieuwe VSV-programma goedgekeurd. Daarmee bereidt het RBL zich voor op de toekomst.

Holland Rijnland kreeg in het eerste half jaar van 2024 te maken met een stijgend aantal aanvragen voor woonurgentie. Met de inzet van de urgentiecommissie zijn de aanvragen tijdig opgepakt.

Met de Regiotaxi zorgen we ervoor dat alle inwoners van onze regio veilig en plezierig van A naar B kunnen reizen als de auto of het OV voor hen geen optie of wens is. Reizigers in alle gemeenten gaven in het eerste half jaar van 2024 een 8 of meer voor klanttevredenheid van de Regiotaxi.


2 Samenvatting

Voortgang

Van alle voornemens uit de begroting 2024 geven we in deze tussentijdse rapportage aan in hoeverre we met de uitvoering op schema liggen. We zijn te spreken over de voortgang. De meeste beleidsvoornemens gaan zowel in tijd, kwaliteit als financiën volgens plan. De enkele waarvan tijdige realisatie onzeker of stevig uit de pas loopt, is het gevolg van het speelveld waarin we ons bevinden, de onvoorspelbaarheid van maatschappelijke ontwikkelingen en afhankelijkheid van bestuurlijke processen elders.

Vliegende start Regionale Investeringsagenda

Het algemeen bestuur heeft in juni van dit jaar de Regionale Investerings Agenda vastgesteld.Op het regiocongres is deze gepresenteerd en aangeboden aan de Commissaris van de Koning van de provincie Zuid-Holland, Jaap Smit. Gemeenten hebben zich geconformeerd aan hun bijdrage en medio december volgt de beheersverordening en 1e prioritaire plannen. Voor de snelheid is het bevorderlijk als ondertussen de eerste stappen kunnen worden gezet. Om gemeenten te helpen hebben we in deze tussentijdse rapportage middelen voor personele capaciteit vrijgespeeld (met een omvang van € 120k). Gemeenten kunnen hierop een beroep doen voor hun proces van planvorming -en uitwerking van diverse projecten.

Realistisch begroten

Vorig jaar hebben we een start gemaakt met realistisch begroten zodat begroting en realisatie meer op elkaar aansluiten. Dit betreft met name de activiteiten die worden bekostigd uit bijdragen van de Rijksoverheid en provincie, door de lasten (en de daaraan verbonden baten) in de begroting op te nemen. Deze verbinden we aan de voortgang van de activiteit. Bijvoorbeeld voor Regionaal Bureau Leerrecht en voor de Regionale Energie Strategie. Dit jaar hebben we aan het realistisch begroten een vervolg gegeven door het werken met zero-based ramingen voor begrotingsposten. Voor een aantal onderwerpen (bijvoorbeeld woonurgenties, uitvoering Regiotaxi, leerrecht, mobiliteit, Leader) zijn benodigde kosten en verbonden baten in kaart gebracht en onderbouwd. De effecten daarvan zijn in deze rapportage verwerkt.

Hetzelfde geldt voor de activiteiten van taken die niet onder het regulier takenpakket van Holland Rijnland vallen: huisvesting asielzoekers en regionaal arbeidsmarktbeleid. De benodigde kosten samen met de hiervoor beschikbare middelen in de vorm van subsidies en reserves hebben we in beeld gebracht. Ten opzichte van de primatieve begroting kost de uitvoering van deze taken € 62k extra en is daarmee tegelijkertijd het negatief begrotingssaldo (geraamd resultaat) van 2024. In de resterende maanden van het jaar proberen we een negatief rekeningsresultaat te voorkomen door terughoudend te zijn met onze uitgaven.

Administratieve druk op de organisatie

In belangrijke activiteiten voor Holland Rijnland zoals de totstandkoming van de RIA, het opstellen van de verordening van de RIA en de actualisatie van de Gemeenschappelijke Regeling hebben we gemerkt dat gemeenten steeds vaker om extra ambtelijke afstemming vragen. Dit beperkt zich niet enkel tot processen die zich in een voorbereidende fase bevinden. Deze ontwikkeling zien we ook op onderwerpen waar reeds bestuurlijke richting aan is gegeven. Niet alleen betekent dit een extra administratieve druk voor de organisatie, ook draagt dit bij aan het stijgende aandeel van de overheadlasten in de begroting van Holland Rijnland.

Financiële hoofdlijnen

De tussentijdse rapportage bevat een groot aantal bijstellingen. Het grote aantal komt met name voort uit het verbeteren van de voorspellende waarde van de begroting, het willen bieden van inzicht en de verdieping op begrotingsrechtmatigheid. De bijstellingen zijn in drie categorieen te rangschikken:

  1. neutrale ontwikkelingen: kosten van nieuwe en/of extra activiteiten worden opgevangen door bijkomende subsidies/bijdragen of betreft een herverdeling van middelen.
  2. ontwikkelingen te verrekenen met reserves: het gaat om (meerjarige) ontwikkelingen waarvoor een reserve als achtervang beschikbaar is, met name als in het begrotingsjaar lasten en baten van activiteten niet sychroon lopen of de uitvoering/kosten anders loopt dat de planning.
  3. saldo ontwikkelingen: ontwikkelingen en keuzes die een effect hebben op het begrotingssaldo.
Totale mutaties Turap(bedragen x €1.000)
BatenLastenTotaal
Neutrale ontwikkelingen-1.2281.228-
Ontwikkelingen te verrekenen met reserves-2.1002.100-
Saldo ontwikkelingen-71577762
Totale mutaties Turap-4.0434.10562

De tabel laat zien dat de baten en lasten fors toenemen, met name het gevolg van het toevoegen van Groenprojecten RIF (€ 1,0 mln) en het aanvullen van de Regionaal EnergieStrategie (€ 1,8 mln) aan de begroting. Van de Groenprojecten RIF was het gebruikelijk de lasten (en aanpalende baten uit het fonds) pas op te voeren en toe te lichten in de jaarrekening, Nu ramen we dergelijke lasten (en baten) vooraf in, op basis van een inschatting van uitvoerende gemeenten. Bij de Regionale EnergieStrategie is het bestuurlijk vastgesteld Energieprogramma meerjarig financieel uitgewerkt. De uitwerking (in de vorm van aanvullende lasten en baten voor de RES) nemen we met deze Turap in de begroting op.

Geconsolideerd geeft de Turap een geraamd resultaat van € 62k nadelig. Dit nadeel is afkomstig uit de toegenomen kosten van de taken die buiten de basistaken van Holland Rijnland vallen, regionaal arbeidsmarktbeleid/human capital en regionale coördinatie huisvesting asielzoekers. De lasten hiervoor blijken in de uitvoering hoger te zijn dan de omvang die we uit onze begroting hebben opgevangen. In de primitieve begroting hebben we voor deze niet-basistaken € 138k vrijgemaakt.

Actualisatie van de ramingen laat zien dat € 200k nodig is. Binnen de huidige begroting is deze toename niet op te vangen waardoor ons geraamd resultaat 2024 uitkomt op € 62k negatief. Voor zover het de uitoefening van onze taken niet in de weg staat, gaan we de rest van het jaar sturen in het zoveel mogelijk beperken van dit nadeel. Het uiteindelijk resultaat volgt uit de jaarrekening 2024. Mocht hieruit een negatief saldo volgen dan ligt, bij het ontbreken van een algemene reservepositie, een aanvulling op de gemeentelijke deelnemersbijdrage in de rede.

Als samenvatting tonen we hieronder de opgenomen mutaties van de tussenrapportage, onderverdeeld in de drie categorieen. In de hoofdstukken ‘voortgang programma’ van ieder programma komen deze mutaties terug in het onderdeel ‘Financiële bijstellingen begroting 2024’.

Neutrale ontwikkelingen(bedragen x €1.000)
BatenLastenTotaal
Groenprojecten RIF-1.0421.042-
Externe projectleider Strategie en Beleid-5252-
Impuls Wonen-100100-
Realistisch begroten: verdeling stelpost--642-642
Realistisch begroten: vrijval diverse budgetten--129-129
Realistisch begroten: regionale investeringsagenda-7676
Realistisch begroten: wonen-138138
Realistisch begroten: bedrijvenlocaties-1212
Realistisch begroten: doorfietsroutes-6969
Realistisch begroten: regiodeal Greenports--2-2
Realistisch begroten: toekomstverkenningen-129129
Realistisch begroten: bedrijfsvoeringskosten-349349
Huisvesting SOZ29-29-
Pilots Kwalificatieplicht/RMC-6363-
Totale mutaties Turap-1.2281.228-
Ontwikkelingen te verrekenen met reserves(bedragen x €1.000)
BatenLastenTotaal
Regionale Energie Strategie-1.6621.75290
Inzet reserve Regionale Energie Strategie-90--90
Subtotaal-
Actualisatie Cofinanciering-9898
Extra kosten Regionale Investerings Agenda-7575
Inzet reserve Cofinanciering-173--173
Subtotaal-
Formatieuitbreiding Regionaal Bureau Leerrecht-175175
Indexering rijksbijdrage Voortijdig School Verlaten---
Inzet reserve Regionaal Bureau Leerrecht-175--175
Subtotaal-
Totaal-2.1002.100-
Saldo ontwikkelingen(bedragen x €1.000)
BatenLastenTotaal
Extra rentebaten-144--144
Efficiënties Woonurgenties-5-83-88
Actualisatie Regiotaxi170-175-5
Actualisaties Fondsen en beheer-314227-87
Ondersteuning gemeenten opstart projecten RIA-120120
(Extra) bedrijfsvoeringskosten-337337
Onderuitputting salarislasten--70-70
Vrijval reserve Regionaal Bureau Leerrecht-38--38
Handhaving kwalificatieplicht onderwijs-149141-8
Niet-basistaken (huisvesting asielzoekers/arbeidsmarktregio)-160280120
Inzet Reserves voor niet-basistaken-75--75
Totale mutaties Turap-71577762

De ontwikkelingen uit de tussentijdse rapportage leiden tot de volgende begroting voor het jaar 2024

Programma(bedragen x €1.000)
Lasten/ BatenPrimitieve begroting 2024Begrotings-wijziging 2024Begroting 2024 na wijziging
Strategie en BeleidLasten3.6183.3266.944
Strategie en BeleidBaten-1.017-3.330-4.347
Strategie en BeleidSaldo2.601-32.597
Regionale UitvoeringLasten3.3511223.473
Regionale UitvoeringBaten-1.747-47-1.794
Regionale UitvoeringSaldo1.604751.679
BedrijfsvoeringLasten2.8466573.503
BedrijfsvoeringBaten-6.786-115-6.901
BedrijfsvoeringSaldo-3.940542-3.398
Totale mutaties lasten9.8154.10513.919
Totale mutaties baten-9.550-3.492-13.042
Saldo lasten en baten265613878
Ontrekkingen reserves-265-550-815
Toevoegingen reserves---
Geraamd resultaat-6262

3 Leeswijzer

De opzet van de tussentijdse rapportage sluit aan bij de opzet van de begroting 2024 en de daarin weergegeven doelen (Wat willen we bereiken?) en prestaties (Wat gaan we daarvoor doen?).

Ieder programma wordt kort ingeleid waarna we per product de doelen uit de begroting herhalen (onder ‘beoogde doelen’) en informeren over de voortgang van onze prestaties (onder ‘verwachte beleidsrealisatie eind 2024’). Van iedere voorgenomen prestatie geven we aan of deze naar onze inschatting wel of niet wordt gerealiseerd door middel van onderstaande kleuren:

Niet behaald

(rood): De verwachting is dat de prestatie niet wordt behaald. We verklaren de oorzaak en lichten toe waarom het niet te realiseren is.

Onzeker

(oranje): Het is nog onzeker of de prestatie (dit jaar) wordt behaald. De toelichting geeft weer waarom het onzeker is, eventueel aangevuld met de acties die worden ondernomen om dit te herstellen.

Op koers / behaald

(groen): Naar verwachting wordt de prestatie behaald. We verwachten geen afwijking. De toelichting is beknopt omdat de prestatie op koers ligt.

Hierbij geven we u ter nuancering mee dat de begroting van Holland Rijnland ruim voor de start van een begrotingsjaar (15 september voorafgaand aan het begrotingsjaar) moet worden vastgesteld. Door het beperkte aantal vergadermomenten van het algemeen bestuur en de

zienswijzeprocedure van twaalf weken gebeurt het samenstellen van de begroting ruimschoots eerder, rond februari voorafgaand aan het begrotingsjaar. Dit heeft tot gevolg dat de beleidsvoornemens en te verwachten activiteiten/prestaties met de nodige onzekerheden en aannames worden opgesteld. De voorspellende waarde van de begroting is daarmee beperkt.

Daarnaast zijn veel activiteiten, met name bij Programma Strategie en Beleid, afhankelijk van ontwikkelingen en besluitvorming van Rijk, provincie en de deelnemende gemeenten. Dit geeft afhankelijkheid van beschikbaar gestelde informatie, kwaliteit van inschattingen en hun prioriteitstelling. Ondanks de zo reëel mogelijke inschatting en weging hiervan, geeft dit ook een beperking op de voorspellende waarde van in de begroting opgenomen beleidsvoornemens en activiteiten. Of maakt het voor menig product nog niet mogelijk de beleidsvoornemens of geplande activiteiten specifiek te benoemen of duidelijk te maken.

In de doorontwikkeling van onze P&C-cyclus en haar producten komen we tegemoet aan deze nuancering door voor het begrotingsjaar 2025 in december 2024 te komen met een bijstelling.

De hoofdstukken over de programma’s sluit af met de financiële bijstellingen op de begroting 2024. Per programma worden de afwijkingen per product vermeld en via een begrotingswijziging ter vaststelling voorgelegd. Daarin worden de bijstellingen in lasten en baten onderscheiden. Een positieve last of baat betekent dat er sprake is van budgettair nadeel. Dit verduidelijken we met de letter ‘N’ (nadeel). Een negatieve last of baat betekent dat er sprake is van een budgettair voordeel voor de begroting. Dit illustreren we met de letter ‘V’ (voordeel).

De opgenomen bijstellingen hebben uitsluitend betrekking op het begrotingsjaar 2024. Enkele hebben een structureel effect maar worden nu niet aan het Algemeen Bestuur voorgelegd voor verwerking in het meerjarenbeeld vanaf 2025. Hiervoor volgt een separaat voorstel, deze eerste begrotingswijziging 2025. Deze wordt voor de start van het begrotingsjaar 2025, in de vergadering van het Algemeen Bestuur van december 2024, voorgelegd.

4 Voortgang programma Strategie en Beleid

Programma Strategie en Beleid valt kortweg uiteen in:

  • Het ontwikkelen en opstellen van de Regionale Investeringsagenda (RIA) Holland Rijnland;
  • Het opzetten en starten van toekomstverkenningen op de thema’s uit de regionale investeringsagenda;
  • Het uitvoeren van projecten, programma’s en processen zoals de bedrijventerreinen- en kantorenstrategie en het energieprogramma;
  • Het beheren van de fondsen en subsidies van het regionaal investeringsfonds (RIF), Leader, het cofinancieringsfonds en de provinciale subsidieregeling mobiliteit;
  • Het ontwikkelen van regionaal beleid en het monitoren van gemaakte afspraken

4.1   Regionale Investeringsagenda

De Regionale Investeringsagenda is een overtuigend, gezamenlijk verhaal over de opgaven en een aantal concrete investeringsprojecten voor de regio Holland Rijnland. Hiermee positioneren we onszelf als regio bij andere overheden en kunnen bij hen gericht aankloppen voor cofinanciering van de benodigde projecten. De Regionale Investeringsagenda bestaat uit een drietal gebiedsgerichte programma’s waarmee we komen tot concrete projecten die bijdragen aan duurzame ontwikkeling van onze regio:

  • de Stedelijke As,
  • het Groene Hart,
  • de Duin- en Bollenstreek.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Op koers / behaald

Op 3 april jl. heeft het Algemeen Bestuur de Regionale Investeringsagena (RIA) vastgesteld. In de RIA zijn opgenomen de 14 prioritaire projecten, de werkwijze, position papers voor de 3 gebieden Stedelijke As, Groene Hart en Duin- en Bollenstreek, plus de inrichting van het Regionale Fonds. Daarmee zijn in hoofdlijnen de belangrijkste stappen gezet om van de RIA het instrumentarium te maken dat in de plaats komt van het huidige RIF. Een aantal zaken werken we, samen met de gemeenten, nog uit zoals de beheersverordening met de spelregels, de prioritering in de 14 projecten en de implementatie van de financiën in de begroting. Deze laatste deelproducten worden aan het AB voorgelegd ter vaststelling nog dit jaar. Daarmee zijn we op koers met het hele proces rondom de RIA.

De opzet van de Regionale Investeringsagende op de drie subregio’s van Holland Rijnland (Stedelijke As, Groene Hart en Duin- en Bollenstreek) is enigszins losgelaten. We focussen ons meer op het realiseren van de projecten en inrichten van het regionale fonds, door ons in te zetten op de 4 thematische programma’s (Een bereikbare en verbonden regio, een duurzame en energiezekere regio, een economisch sterke en innovatieve regio en een groene en klimaatbestendige regio) als onderleggers. In het Groene Hart en voor de Duin- en Bollenstreek wordt hecht samengewerkt, ook op subregionaal niveau en onderling vindt er regelmatig afstemming plaats. Voor de Stedelijke as is het van belang om het concept meer inhoud te geven, omdat de gemeenten binnen de Stedelijke as niet per definitie over de gehele as willen samenwerken.
Men doet dat eerder op deelgebiedniveau, terwijl de kracht zit in de gehele Stedelijke As (een stedelijk gebied van tenminste 500.000 inwoners).

4.2 Toekomstverkenningen

Voor de thema’s Openbaar vervoer, Economie en Groenprogramma 2.0 is verder denkwerk nodig om als regio onze positie hierin te bepalen. In 2023 is samen met de gemeenten gestart met dit denkwerk. De insteek is om vanaf 2024 over te gaan tot uitvoering.

4.2.1  Openbaar Vervoersvisie

Beoogd doel: een gedragen visie en strategie voor het openbaar vervoersysteem 2050 in Holland Rijnland. Deze visie schetst hoe het OV-netwerk bijdraagt aan het accommoderen van verstedelijkingsopgaven, het versterken van economische potentie, het invulling geven aan milieu-en klimaatopgaven en het verbeteren van gezondheid, veiligheid en leefomgeving. Bij het opstellen hanteren we als specifieke aandachtspunten: de instandhouding van de bereikbaarheid van het platteland, de veranderende wensen en eisen van klimaat- en milieuwetgeving, de ondersteunende functie van het OV-netwerk voor de verdere ontwikkeling van de Stedelijke As en de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen in de regio’s en gemeenten om Holland Rijnland heen.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Onzeker

Het vaststellen van een concept van de ov-visie 2050 tijdens het AB van juni 2024 is niet gelukt. Afgesproken is om eerst een startdocument op te stellen met daarin een beschrijving van het doel, de werkwijze en de gewenste resultaten om tot een ov-visie te komen. Een eerste concept is ambtelijk gedeeld en reacties zijn ontvangen. Tijdens de regiodag van september 2024 zal aan de commissie mobiliteit gevraagd worden of de voorgestane werkwijze, zoals verwoord in het startdocument, wordt ondersteund. In de conceptversie van het startdocument is voorgesteld om een korte- en langetermijnvisie te ontwikkelen.

Aan de hand van themacafé bijeenkomsten worden deze visies nader gedefinieerd en verder uitgewerkt door een ambtelijke werkgroep. De tussenproducten worden besproken in de commissie mobiliteit. Qua planning koersen we op vaststelling tijdens het AB in maart 2025.

4.2.2 Economische visie

Beoogd doel: Ontwikkelen van een scherp economisch profiel voor de regio, voornamelijk geënt op verbinding van economische activiteiten op het gebied van gezondheid, circulariteit en maakindustrie. We versterken de banden tussen de kennisclusters en het mkb in de regio, waarbij brede welvaart centraal staat. Dat betekent dat economische groei in balans is met zaken als gezondheid, onderwijs, milieu, leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en veiligheid.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Onzeker

In 2023 zijn we gestart met het opstellen van een economisch profiel voor de regio. Ons voornemen om eind 2023 te komen met een economisch regionaal profiel is niet gelukt. De oorspronkelijke insteek om hiervoor te leunen op bestaande onderzoeken van gemeenten bleek niet mogelijk omdat deze onderzoeken onvoldoende overkoepelend waren. In plaats daarvan hebben we, in afstemming met gemeenten, het specialistisch bureau Atlas Research om een studie naar de regionale economie gevraagd. Hieruit zijn een inventariserend en verdiepend onderzoek voortgekomen. De resultaten hiervan zijn eind april 2024 besproken in de commissie Economie en worden meegenomen in het economisch regionaal profiel. We verwachten het economische profiel eind 2024 af te ronden met het aanbieden van het Koersdocument Economie van Holland Rijnland aan het AB. Hierin is gezamenlijk met de gemeenten geformuleerd waarop de regio gaat samenwerken en vormt daarmee de basis voor de inzet van middelen uit het Regionaal Investeringsfonds (RIA) Economie.

4.2.3  Groenprogramma 2.0

Beoogd doel: Voortzetting van het groenprogramma waaruit regionale projecten op het gebied van natuur, biodiversiteit en recreatie worden meegefinancierd. Wel heroriënteren we ons of de huidige vormen nog aansluiten op de actuele opgaven én onderzoeken we met welke criteria de scope van de fondsen kunnen worden uitgebreid, bijvoorbeeld met gezondheid.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Op koers / behaald

Gezien het succes van het Groenprogramma heeft het Algemeen Bestuur besloten om het programma in de vorm van het Thematisch programma Groen en Klimaatbestendig in de RIA voort te zetten. Voor de uitwerking hiervan gaan we gebruik maken van de aanbevelingen uit de evaluatie van het Groenprogramma en de resultaten uit de werksessies. Daarnaast zijn in de Regionale Investeringsagenda twee prioritaire (investerings)projecten opgenomen die raakvlakken hebben met dit Thematisch programma: RIA nr.10: Groenblauw raamwerk en nr. 11: Benutten en versterken landschappelijke kwaliteiten.

4.3 Projecten

Aan de hand van projecten of programma’s beogen we concrete doelstellingen te realiseren. Hier is sprake van een duidelijk begin en eind, met een concreet resultaat. De huidig lopende projecten zijn: Regionale Energie Strategie, Doorfietsroutes, Regiodeal Sierteeltregio en Kantoren- en bedrijventerreinenstrategie.

4.3.1  Regionale Energie Strategie

Beoogd doel: de regio heeft de ambitie om in 2050 een energieneutrale regio te zijn. De aanpak van de onderwerpen energie en energietransitie loopt momenteel vooral via de lijnen van de Regionale Energie Strategie (RES) waarbij de formele en besluitvormende rol bij de gemeenten, de provincie en de waterschappen ligt. Na de vaststelling van de RES heeft de regio in 2023 geconstateerd dat er onvoldoende resultaat wordt behaald. Daarnaast heeft netcongestie steeds een grotere impact op de regio. Om de samenwerking te versterken is in 2023 het Energieprogramma Holland Rijnland vastgesteld. Dit programma vormt de basis voor de samenwerking op het gebied van energie. Hierbij kijken we breed naar het energiesysteem in zijn geheel en zoomen we in op de regionale aspecten van de warmtetransitie en de opwekopgave.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Op koers / behaald

In 2023 en 2024 hebben we de uitgangspunten voor activiteiten voor de RES Holland Rijnland samen met de gemeenten, provincie en Hoogheemraadschap bijgesteld, uitgaande van dezelfde ambities die eerder in RES verband zijn vastgesteld. Dit heeft geleid tot bijgestelde koersen op de thema’s van energie zoals het energiesysteem en de duurzame opwek van energie en warmte. Deze zijn geformuleerd in het Energieprogramma Holland Rijnland.

We hebben gewerkt aan een gedeeld Toekomstbeeld van het energiesysteem. Daarnaast is onderzoek gedaan naar het warmtesysteem van de regio en werken we met het Rijk en de provincie aan betere randvoorwaarden om de warmtetransitie vorm te geven. Ook is er onverminderd aandacht voor de samenwerking om de opwekdoelstelling te behalen. Hier is ook de provincie Zuid–Holland intensiever op gaan sturen in het kader van de actualisatie van het omgevingsbeleid.

Om gemeenten verder te helpen in de uitvoering is er ondersteuning vanuit drie taskforces 1) netcongestie, 2) warmte en 3) duurzame opwek. De taskforce netcongestie helpt gemeenten met obstakels rondom midden- en onderstations, maar ook bij het uitwerken van slimme oplossingen in wijken en bedrijventerrein. De taskforce warmte ondersteunt gemeenten bij het concretiseren van de warmtetransitie. De tasforce opwek gaat met gemeenten aan de slag om tot duurzame energieprojecten te komen. Er zijn vanuit het Rijk extra middelen gekomen om dit programma te financieren (SPUK-gelden Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) en Incidentele bijdrage Energiesysteem 2024-2025).

Op ambtelijk en bestuurlijk niveau is de regiodag (commissie DEG) een platform geworden om gemeentelijk en met provincie en Hoogheemraadschap af te stemmen. We werken naar de regiodagen toe middels ambtelijke en bestuurlijke ateliers op de thema’s van energie. Op die manier is er een structuur gecreëerd om verdere stappen te zetten voor de RES. De uitdaging wordt nu om vanuit de gedane kennis en activiteiten de regionale projecten te destilleren om die ook op regionaal niveau te gaan aanpakken. In de RIA hebben we met de prioritaire projecten haakjes geslagen met warmte en met elektriciteit.

4.3.2 Doorfietsroutes

Beoogd doel: het organiseren, optimaliseren en realiseren van een sluitend gezond en energiek doorfietsnetwerk tussen de kernen en werkgebieden in de regio. Dit betreft 150 à 200 kilometer nog te realiseren doorfietspaden.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Op koers / behaald

Begin 2024 is het onderzoek naar het doorfietsroutenetwerk van Holland Rijnland afgerond. In dit onderzoek is de stand van zaken per fietsroute in kaart gebracht en zijn er vier prioritaire routes aangewezen. Ook zijn de kwaliteitseisen en dekkingsmogelijkheden in dit onderzoek meegenomen. Met de vaststelling van de Regionale Investeringsagenda is Doorfietsroutes ook een prioritair project. Het doorfietsroutenetwerk zal in een programma worden gevat waarin verdere prioritering, tijd en middelen zijn opgenomen. Voor de verdere uitwerking van het programma is een regisseur Doorfiets aangesteld.

In het vervolg van 2024 worden twee routes richting ontwikkeling gebracht. Er wordt een verkenning gestart naar de doorfietsroute Katwijk-Oegstgeest-Leiden, één van de prioritaire routes uit het onderzoek. Daarnaast wordt in samenwerking met de provincie Zuid-Holland en de Vervoersregio Amsterdam (VRA), in het kader van de mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek & Haarlemmermeer, gewerkt aan de aanpak voor fietsmaatregelen. Er is daarin een drietal maatregelen gedefinieerd die betrekking hebben op de doorfietsroutes in dat deel van de regio. Eind 2024 zal daarin een prioritering zijn gemaakt. Aan de hand van deze prioritering kan een fietsroute in de Noordelijke Duin- en Bollenstreek richting ontwikkeling worden gebracht.

4.3.3 Regio Deal Sierteeltregio

Beoogd doel: We streven naar de realisatie van een Regio Deal voor de drie Greenportregio’s, gericht op de versterking van de brede welvaart met de dimensies ‘hier en nu’, ‘later’ en mogelijk ‘elders’. De speerpunten van de Regio Deal zullen zijn: arbeidsinzet, duurzaamheid en circulariteit. We beogen een transitie waarin people, planet, profit (PPP) hand in hand gaan. Dit doen we gebiedsbreed; we beperken ons niet tot de bedrijven en mensen die in de greenport zelf actief zijn.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Onzeker

Begin 2024 is de Regio Deal-aanvraag voor de sierteeltregio, zoals ingediend bij het ministerie van BZK in oktober 2023, niet geselecteerd voor het sluiten van een Deal tussen de regio en het Rijk. Doordat de aanvraag niet is geselecteerd, is de start van de uitwerking en uitvoering van dit project tenminste met een jaar verschoven.

De inzet is om opnieuw een Regio Deal aan te vragen voor de Sierteeltregio, bij de 6e tranche Regio Deals in oktober 2024. In de eerste helft van 2024 hebben verschillende gesprekken met ministeries plaatsgevonden en is feedback opgehaald, met als doel om de nieuwe aanvraag op basis daarvan te kunnen verbeteren. De feedback heeft geleid tot een nieuwe focus van de aanvraag met duidelijke effecten op de brede welvaart in de regio, met de pijlers: arbeidsmigranten, human capital en gezonde leefomgeving.

De grootste activiteiten van 2024 zijn het verder vormgeven van de nieuwe aanvraag in afstemming met stakeholders, afstemming met de betrokken ministeries LVVN, EZ, Klimaat en Groene Groei, BZK, OCW, SZW, I&W en J&V, en provincies Noord- en Zuid-Holland, het organiseren van een werkbezoek voor de ministeries en de lobby. Na besluitvorming door de colleges wordt de nieuwe Regio Deal-aanvraag voor de sierteeltregio in oktober 2024 ingediend. Begin 2025 wordt duidelijk welke Regio Deals worden geselecteerd voor uitwerking van een Deal tussen Rijk en regio.

4.3.4 Kantoren- en bedrijventerreinenstrategie

Beoogd doel: Voor het maken van juiste afwegingen in benutting van schaarse ruimte is goed inzicht in de behoefte naar bedrijventerreinen en kantoorruimten voor gemeenten essentieel. Op basis van dit inzicht stellen we een regionale kantorenstrategie en regionale bedrijventerreinenstrategie op die beantwoordt welk soort kantoren en bedrijvigheid we waar in de regio willen faciliteren.

Afronding van de actualisatie van de regionale kantorenstrategie is gepland voor het zomerreces in 2024.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Onzeker

Na het ontvangen van het verzoek van de provincie tot actualisatie van de de kantorenstrategie is in de zomer van 2024 de actualisatie opgepakt. De kantorenstrategie vormt de onderlegger voor de ruimtelijke ontwikkeling voor kantoorruimte. De afgeronde kantorenmonitor (zie 4.5.4) wordt meegenomen als bron in de actualisatie. Uitvoering en afronding lopen door tot het 1e kwartaal 2025.

Voor de actualisatie van de bedrijventerreinenstrategie is afgesproken dat vanuit de subregio’s eerst de subregionale onderdelen werden uitgewerkt. Daardoor is de actualisatie van de regionale bedrijventerreinenstrategie later dan verwacht begonnen. Naar verwachting is dit document na het zomerreces van 2024 klaar en zal deze worden aangeboden aan de provincie Zuid-Holland. De strategie vormt dan de planologische onderlegger voor de provincie Zuid-Holland voor ontwikkelingen van bedrijventerreinen in de regio.

4.4   Fondsen en Subsidies

Holland Rijnland beheert een aantal fondsen en subsidies die bijdragen aan de ambities van de regiogemeenten door financiële bijdragen aan een groot aantal concrete projecten in alle gemeenten. De fondsen zijn: het Regionaal Investeringsfonds (RIF), het Cofinancieringsfonds, LEADER en de provinciale subsidieregeling mobiliteit.

4.4.1  Regionaal Investeringsfonds (RIF)

Beoogd doel: Het Regionaal Investeringsfonds met een omvang van € 180 mln is in 2008 t/m 2023 ingesteld om, via cofinanciering, de bereikbaarheid en de leefbaarheid van de regio te verbeteren. De middelen zijn ingezet voor een vijftal projecten/programma’s:

  1. RijnlandRoute. Hiervan is de looptijd verlengd tot 2025.
  2. Hoogwaardig OV-netwerk Zuid-Holland Noord. Hiervan is de looptijd verlengd tot 2027. Het behelst de volgende grote HOV-projecten:
    • HOV-corridor Leiden – Katwijk-Noordwijk (HOV-bus)
    • Spoorcorridor Leiden – Utrecht (trein)
    • Alphen aan den Rijn – Gouda (trein)
  3. Programma Ontsluiting Greenport (POG). Dit programma betreft de volgende maatregelen:
    • Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek
    • Maatregelen Middengebied Duin- en Bollenstreek
    • HOV-corridor Noordwijk-Schiphol
      Het POG liep tot eind 2022.Voor een aantal maatregelen uit het POG zijn nog geen uitvoeringsovereenkomsten afgesloten en is ruimte voor herprioritering.
  4. Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek. De looptijd is verlengd tot 2027
  5. Regionaal Groenprogramma.
    Uit het groenprogramma zijn uitvoeringsovereenkomsten (UO) voortgekomen tussen Holland Rijnland en de Landschapstafels/clusters van gemeenten (Leidse Ommelanden, Duin- en Bollenstreek en Duin, Horst & Weide) voor de realisatie van projecten op het gebied van landschap, recreatie en natuur. In het Groenprogramma zijn nog middelen beschikbaar, de looptijd is verlengd tot 2025.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Op koers / behaald

Naar aanleiding van bestuurlijke gesprekken met de gemeenten van de Duin- en Bollenstreek over de voortgang van de projecten POG hebben wij besloten:

  • het AB voor te stellen de vrijval van de Piet Gijzenbrug in te zetten voor DBS met als voorkeur de realisatie doorfietspaden
  • de looptijd van de overige projecten naar 31 december 2030 te verschuiven
  • een projectovereenkomst over de alzijdige aansluiting Beeklaan met de gemeente Noordwijk te ondertekenen (inmiddels gebeurd)

Nadien is gebleken dat de stuurgroep HOV Noordwijk-Schiphol het project ‘rotonden Van Pallantlaan gemeente Teylingen’ niet meer door zal zetten. We nemen nog een besluit over inzet van vrijvallende middelen (alsmede de vrijvallende rentebaten).

Op het project ‘Leiden Utrecht beter Bereikbaar (LUBB)’ onderdeel realisatie station Hazerswoude Rijndijk en ontwikkeling ongelijkvloerse kruising Burgemeester Smeetsweg is een verschil tussen de beschikbare en benodigde financiële middelen. De gemeenten Leiden, Alphen aan den Rijn en Zoeterwoude hebben samen met Holland Rijnland hiervoor een lobbytraject ingezet om de realisatie van deze projecten zeker te stellen..

Van het Groenprogramma (GP) verwachten we eind 2024 volledige realisatie van de volgende projecten:

  • Biodivers Biosciencepark
  • Renovatie Landschuurtjes (Duin- en Bollenstreek)
  • Engelse- en Franse tuin st. Bavo (Noordwijk).

Het project Tweede sluis Braassemmeer heeft vertraging opgelopen. In financiële zin verwachten we een restant van € 0,4 mln, Dit hebben we toebedeeld aan nieuwe groenprojecten in zowel de Duin- en Bollenstreek (landgoed Calorama, actualisatie wandelnetwerk, park Rozendaal en bomenproject Katwijk) als in de Leidse Ommelanden (Vergroenen bermen/ park Kennedylaan Oegstgeest en Wereldtuin Wereldmuseum).

Verder hebben we het Groenprogamma geëvalueerd. Twee van de belangrijkste conclusies zijn dat het Groenprogramma 1) de samenwerking tussen gemeenten heeft vergroot en 2) heeft bijdragen aan aanzienlijke cofinanciering (een omvang van € 23 mln).

4.4.2  Cofinancieringsfonds

Beoogd doel: Bevorderen van regionale, bovengemeentelijke initiatieven met een innovatief karakter en bijdragen aan het realiseren van de opgaven van Holland Rijnland.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Onzeker

In 2024 hebben we een beknopte evaluatie uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat alle projecten naar behoren zijn uitgevoerd. De projecten hebben het innovatief karakter van de economie versterkt en bijgedragen tot samenwerking in triple helix verband. De bijdrage van Holland Rijnland van € 1,3 miljoen heeft mede geleid tot een totale investering van € 15,2 miljoen.

De uitkomsten van de evaluatie worden benut voor het vormgeven van het nieuwe thematisch fonds van de RIA, ‘Economisch sterk en innovatief ‘.

4.4.3  LEADER

Beoogd doel: ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan de versterking van de economie van het platteland. Holland Rijnland neemt deel aan het Leaderprogramma 2016-2022,waarvan enkele projecten doorlopen tot en met 2024. In de nieuwe periode, 2023-2027, is LEADER weer onderdeel van het Europese landbouw- en plattelandsbeleid. Dit keer valt het binnen het Nationaal Strategisch Plan dat grofweg uit twee pijlers bestaat:

  • Pijler 1: directe subsidies voor agrariërs;
  • Pijler 2: subsidies voor plattelandsontwikkeling.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Op koers / behaald

Van het programma Leader Holland Rijnland (2016-2022) zijn naar verwachting eind 2024 de volgende projecten gerealiseerd: Bed&Bulbs (Noordwijk), Local2local Circular orchids (Ter Aar), De Tureluur (Leidschendam), De Tuinen van Boskoop, Pilot Kenniscentrum circulaire economie (Alphen aan den Rijn) en Huize Bijdorp (Voorschoten). Deze projecten hebben positief bijgedragen aan de economie en leefbaarheid van de regio.

In 2024 is het nieuwe programma Leader Hollandse Plassen (2023-2027) van start gegaan. Uit het doelgebied hebben we circa 10 initiatiefvoorstellen ontvangen. Deze en mogelijke toekomstige aanvragen beoordelen we aan de voorwaarden van dit Leaderprogramma. Bij een positief oordeel kennen we de initiatiefnemers via de provincie de aangevraagde subsidie toe. Voor beide programma’s fungeert Holland Rijnland als kassier, rechtspersoon en inhoudelijk adviseur.

4.4.4 Provinciale subsidieregeling mobiliteit

Beoogd doel: Reductie van het aantal verkeersslachtoffers in Holland Rijnland. Daarbij zetten we in op een permanente verbetering van de verkeersveiligheid door educatie en voorlichting aan verkeersdeelnemers in alle leeftijdsgroepen. De basis hiervoor is het Regionaal Plan Verkeersveiligheid.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Op koers / behaald

Alle projecten uit ons Actieprogramma Verkeersveiligheid 2022-2024 hebben we uitgevoerd. Dit zijn regionale projecten voor basis- en middelbare scholieren, volwassen weggebruikers en senioren gericht op het vergroten van verkeersveilig gedrag. Op lokale schaal hebben gemeenten zelf ook uitvoering gegeven aan gedragsbeïnvloedende projecten. Hieraan hebben wij met provinciale subsidie een financiële bijdrage gegeven. Daarnaast hebben we de provincie ondersteunt in het toekennen van € 2,8 mln subsidie voor lokale infrastructurele projecten.

In september van dit jaar dienen we bij provincie Zuid-Holland de subsidieaanvraag 2025-2027 voor lokale en regionale projecten gedragsbeïnvloeding in. Hiermee is een bedrag van 2,2 mln gemoeid. Voor de regionale projecten stellen we daarna een meerjarig Actieprogramma Verkeersveiligheid op.

4.5 Regionaal Beleid en Monitoring

Onder dit product vallen de beleidsontwikkeling van en monitoring op de regionale beleidsthema’s Wonen, Openbaar vervoer, Schiphol, Kantorenmonitor, Arbeidsmarktparticipatie en Huisvesting asielzoekers.

4.5.1  Wonen

Beoogd doel: maken van regionale afspraken (in de Regionale Woonagenda) over het realiseren van de regionale opgave tot het bouwen van circa 30.000 nieuwe woningen voor 2030. In de Regionale Woonagenda stemmen we de regionale woningbouwopgave af met andere regionale ruimteclaims en anticiperen we op de gevolgen voor onder andere de mobiliteit en de elektriciteitsvoorziening.

We besteden aandacht aan kwantiteit en kwaliteit: de juiste woning op de juiste plek. Net als op alle andere vlakken, is samenwerking met het Rijk, de provincie Zuid-Holland en andere partners cruciaal, aangezien dit procedures aanzienlijk kan versnellen. In de regionale woondeal Holland Rijnland zijn afspraken gemaakt met het Rijk, de provincie Zuid Holland, het hoogheemraadschap, de gemeenten en de woningcorporaties over ieders rol en verantwoordelijkheid.

Tot slot streven we middels onze regionale Huisvestingsverordening naar een rechtvaardige en doelmatige verdeling van de schaarse woningen in de sociale sector.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Op koers / behaald

Er gebeurt veel op het terrein van de volkshuisvesting. Gemeenten werken in Holland Rijnland samen om op een zo efficiënt mogelijke manier in gezamenlijkheid zoveel mogelijk huizen te bouwen in de regio, en deze woningen zo eerlijk mogelijk te verdelen over de vele woningzoekenden.

In de eerste helft van 2024 is de regionale Versnellingstafel drie keer bijeengekomen. Bij deze tafel zijn meer dan 50 woningbouwprojecten met knelpunten gemeld waarvoor hulp wordt gevraagd. Versnellers vanuit gemeenten, bouwers, ontwikkelaars, corporaties, het Rijk, de Provincie en nutspartijen hebben zich over de casussen gebogen. Eerste resultaten zijn dat de knelpunten voor vijf projecten zijn opgelost, de experts van het RVO Expertteam Woningbouw actief (zullen) zijn in zes projecten in de regio, het inzicht in projectplanningen is verbeterd en men elkaar beter weet te vinden.

Ook is in de eerste helft van 2024 gewerkt aan de actualisatie van de regionale Huisvestingsverordening, die vanwege de inwerkingtreding van de geactualiseerde Huisvestingswet herzien wordt. In de regionale Huisvestingsverordening hebben de gemeenten in gezamenlijkheid vastgelegd hoe de sociale huurwoningen in de regio verdeeld worden. Vanaf september gaat dit het bestuurlijke traject in. Vaststelling is voorzien in de vergadering van het Algemeen Bestuur van juni 2025.

Daarnaast verzorgt Holland Rijnland zoals elk jaar de actualisatie van het aantal contingentplekken. Sinds begin 2024 wordt beter gemonitord in hoeverre de beschikbare plekken voor uitstroom uit maatschappelijke zorginstellingen of voorkoming van instroom worden benut. De monitoring van de eerste helft van 2024 laat zien dat een derde van de plekken tot nu toe benut is.

4.5.2 OV-concessies

Beoogd doel: We streven naar een pakket van buslijndiensten dat voldoet aan de bereikbaarheidswensen van alle kernen in de regio. Daarnaast streven we, samen met provincie Zuid-Holland, NS en ProRail naar een frequentieverhoging gedurende de hele dag op de spoorcorridor Leiden-Utrecht.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Op koers / behaald

In 2024 heeft er een nieuwe aanbesteding concessie Zuid-Holland Noord plaatsgevonden. Deze is aan Qbuzz gegund. Sindsdien is Qbuzz bezig de in de nieuwe concessie toegezegde producten uit te vouwen over het concessiegebied. Holland Rijnland coördineert voor de gemeenten van de regio’s Holland Rijnland en Midden-Holland de inbreng richting concessieverlener en concessienemer. Daarmee stroomlijnen we de input van de gemeenten richting Qbuzz en de reactie van Qbuzz richting de gemeenten.

4.5.3 Schiphol

Beoogd doel: Herziening van het luchtruim en de cumulatieregeling geluid maken inzet van Holland Rijnland op het Schipholdossier nodig. Ook al vanwege de constatering dat het huidige debat wordt gedomineerd door Noord-Hollandse partijen.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Onzeker

Met de Omgevingsdienst West-Holland en provincie Zuid-Holland werken we nauw samen. Dat heeft geleid tot het onder de aandacht brengen van de Woondealafspraken bij het Rijk (Holland Rijnland dient 30.500 woningen te bouwen t/m 2030), en dat de verandering in cumulatiewetgeving (opeenstapeling van geluid in en rond Schiphol) negatief kan gaan uitpakken voor woningbouwrealisatie. We zitten nu ambtelijk aan tafel om invloed uit te oefenen bij het Rijk als het gaat om dat soort wetgeving.

We zitten ambtelijk aan tafel bij de overleggen van de Bestuurlijke Regie Schiphol. Hier worden vanuit het Rijk de recentste ontwikkelingen in het Schipholdossier meegedeeld. Wij toetsen deze ontwikkelingen aan onze ambities en de hinder die de gemeenten aan deze ontwikkelingen ondervinden. Als blijkt dat de regio nadeel ondervindt trekken we samen met de Omgevingsdienst West Holland en de provincie Zuid-Holland op naar het Rijk om onze belangen meegewogen te krijgen.

4.5.4 Kantorenmonitor

Beoogd doel: inzichtelijk maken hoe de regionale vraag en aanbod van kantoren zich ontwikkelt, met speciale aandacht voor de leegstand.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Op koers / behaald

De kantorenmonitor is conform opdracht uitgevoerd in januari van dit jaar. De monitor laat zien welke mutaties zich hebben voorgedaan op de kantorenmarkt in het afgelopen jaar. De trend wijkt niet af van voorgaande jaren. De vraag voor kantoorruimte in nabijheid van grote OV-locaties is hoog en het aanbod is schaars, zoals bijvoorbeeld rondom het station Leiden Centraal. De uitkomsten van de kantorenmonitor nemen we mee in de actualisatie van de regionale kantorenstrategie. Gezien de ontwikkelingen verwachten we een uitbreidingsvraag van kantoorruimte in de regio.

4.5.5 Arbeidsmarktparticipatie

Beoogd doel: Binnen de arbeidsmarktregio Holland Rijnland werken gemeenten, UWV en sociale partners samen om de dienstverlening aan werkgevers en werkzoekenden vorm te geven. Het doel hiervan is om mensen met (grote) afstand tot de arbeidsmarkt weer aan werk te helpen.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Op koers / behaald

We hebben dit jaar grote stappen gezet op het onderdeel Human Capital. We hebben een Human Capital Aanpak opgesteld die in het derde kwartaal in besluitvorming gaat. Deze aanpak sluit naadloos aan op de activiteiten van de Arbeidsmarktregio en de documenten die in het kader van Economie zijn opgesteld. Dat zorgt hiermee ook voor focus waar de regio zich op richt en wat we over laten aan de gemeenten of andere partijen. De borging van deze activiteiten zal een onderdeel van gesprek zijn in het derde kwartaal.

4.5.6 Huisvesting asielzoekers

Beoogd doel: Holland Rijnland zorgt voor de regionale afstemming en coördinatie tussen de gemeenten ter realisatie van de taakstelling voor het opvangen van statushouders en asielzoekers.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Op koers / behaald

De primaire verantwoordelijkheid voor het huisvesten van asielzoekers ligt bij de gemeenten. Om gemeenten zoveel mogelijk te ontlasten voert Holland Rijnland een aantal coördinerende, monitorende en faciliterende taken uit.

In het afgelopen half jaar zijn er goede stappen gezet ten aanzien van de realisatie van duurzame opvanglocaties in alle gemeenten in de regio. Daarbij heeft Holland Rijnland monitoring uitgevoerd van de realisatie van de taakstelling door individuele gemeenten en op regioniveau. Holland Rijnland heeft de bestuurlijke en ambtelijke regionale governance georganiseerd door het ambtelijke netwerk verder uit te bouwen en te onderhouden en de bestuurlijke Regionale Regietafel (RRT) te organiseren. Daarnaast is (nieuw) provinciaal en Rijksbeleid geduid en zijn contacten met belangrijke stakeholders zoals het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, de provincie Zuid-Holland en de Provinciale Regietafel (PRT) onderhouden.

De regio’s Midden Holland en Holland Rijnland werken samen om de duurzame asielopvangplekken te realiseren. Holland Rijnland heeft samen met de gemeenten de realisatie gemonitord en het concept-verslag voor de Provinciale Regietafel (PRT) opgesteld, met daarin alle geplande locaties voor duurzame opvang. Daarnaast is er ook gewerkt aan een document met daarin de randvoorwaarden die nodig zijn voor de realisatie van de opvangplekken.

Na het zomerreces wordt het PRT-verslag vastgesteld en aangeboden aan provincie. De provincie bundelt alle regionale verslagen en brengt op 1 november verslag uit bij de verantwoordelijke bewindspersoon. De beoordeling van de provinciale plannen volgt op 1 januari 2025.

4.6 Financiële bijstellingen begroting 2024 en toelichting

ProductenLasten/ BatenBedrag (x € 1.000)Voordeel/ Nadeel
Regionale investeringsagendaLasten195N
Regionale investeringsagendaBaten-
ToekomstverkenningenLasten129N
ToekomstverkenningenBaten-
ProjectenLasten1.831N
ProjectenBaten-1.662V
Fondsen en SubsidiesLasten1.367N
Fondsen en SubsidiesBaten-1.356V
Regionaal beleid en monitoringLasten500N
Regionaal beleid en monitoringBaten-260V
Strategie en Beleid AlgemeenLasten-694V
Strategie en Beleid AlgemeenBaten-52V
Totale mutaties lasten3.326N
Totale mutaties baten-3.330V
Mutaties in de onttrekkingen reserves-300V
Mutaties in de toevoegingen reserves-
Totale mutaties Strategie en Beleid-304V

Toelichting op de financiële bijstellingen

Regionale investeringsagenda

Lasten: (€ 195k N). Om enkele beoogde projecten van de RIA reeds in 2024 te kunnen aanvangen maken we € 120k vrij voor capacitaire ondersteuning voor de planuitwerking van deze RIA-projecten. Van een andere orde is het realiseren van randvoorwaardelijke zaken zoals het onderzoek subsidiestrategie, RIA fase 2 van Posad Maxwan en het opzetten van en nieuwe website en huisstijl.

Hiermee zijn kosten gemoeid van € 75k. Gelijk aan de besluitvorming hierover bij de jaarstukken 2023 stellen we voor dergelijke kosten uit de bestemmingsreserve cofinanciering te onttrekken.

Baten: –

Toekomstverkenningen

Lasten: (€ 129 N). In het kader van realistisch begroten verschuiven we € 129k naar dit product voor een externe adviseur Economie, het economisch onderzoek en het opstellen van de OV-visie 2025 vanuit de nog toe te delen middelen van product ‘Strategie en Beleid Algemeen’.

Baten: –

Projecten

Lasten: (€ 1.831k N). De lasten nemen met € 1.752k toe vanuit het vastgestelde Energieprogramma Holland Rijnland.

In onze primitieve begroting waren de lasten (en baten) voor Energie nog beperkt tot € 417k voor het opstellen van een regionale energiestrategie. Het vastgestelde Energieprogramma omvat herijkte werkzaamheden van de RES maar kijkt ook naar het energiesysteem en uiteraard de warmtetransitie. Dit meerjarige Energieprogramma bevat:

  • Het opstellen van een integrale, regionale visie op het energiesysteem van 2050 die zal worden vertaald naar handelingsperspectieven voor de regio. Dit helpt de regio te bouwen aan een toekomstbestendig energiesysteem en geeft richting aan beleidskeuzes die in de regio gemaakt moeten worden.
  • Het vergroten van de haalbaarheid en betaalbaarheid van de warmtetransitie en de optimalisatie van het warmtesysteem in de regio.
  • In RES verband werkt de regio aan het behalen van de RES opwekdoelen uit het klimaatakkoord (1,14TWh)
  • 3 Taskforces op het gebied van netcongestie, warmte en duurzame opwek versterken de uitvoeringskracht van gemeenten op deze velden:
    • Taskforce netcongestie werkt aan ondersteuning bij het versnellen van ruimtelijke processen rondom de infrastructuur (denk aan onderstations) en de taskforce werkt aan slimme oplossingen in het energiesysteem (energiehubs, baterijen, modellering etc.
    • Taskforce warmte ondersteunt gemeenten bij de uitvoeringszaken rondom warmtevraagontwikkeling, denk aan beleidsvorming maar ook participatie en communicatie in wijkuitvoeringsplannen
    • Taskforce opwek ondersteunt gemeenten bij het concretiseren van de opwekdoelstelling.
      Dit omvat technische analyses en het maken van ondersteunende documenten, beleidsondersteuning en ondersteuning in participatieprocessen.
  • Het RES-team ondersteunt het totale Energieprogramma ambtelijk en bestuurlijk, verzorgt monitoring en rapportages over de voortgang, doet de afstemming met het rijk en de provincie en coördineert de werkzaamheden van de verschillende ingehuurde expertise (technische ondersteuning en taskforces).

De totale lasten van het Energieprogramma Holland Rijnland zijn als volgt:

Totale lasten Energieprogramma(bedragen x €1.000)
202420252026
Taskforces726726726
Team RES1.019863863
Technische ondersteuning424424424
Totale lasten2.1692.0132.013

Verder delen we aan het product projecten, vanuit de nog toe te delen middelen van product Strategie en Beleid Algemeen € 79k toe voor het uitvoeren van twee haalbaarheidsonderzoeken naar doorfietsroutes en de organisatie van een themacafé hierover. Dit geeft een vliegende start aan het prioritaire project Doorfietsroutes van de RIA.

Baten: (€ 1.662k V). De baten nemen ook toe vanuit het vastgestelde Energieprogramma Holland Rijnland. In de primitieve begroting waren de baten (en lasten) nog beperkt tot de (rijks)uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid van € 417k. Inmiddels heeft het Rijk deze uitvoeringsmiddelen verhoogd en Spuk-middelen voor het Nationaal programma Lokale warmtetransitie (regionale structuur) en de Incidentele bijdrage Energiesysteem 2024-2025 beschikbaar gesteld. Daarnaast hebben Provincie Zuid-Holland en de deelnemende gemeenten bijdragen toegezegd, vanuit het afgesloten Energieakkoord.

De totale baten van het Energieprogramma Holland Rijnland zijn als volgt:

Totale baten Energieprogramma(bedragen x €1.000)
202420252026
Rijksmiddelen Klimaat- en energiebeleid423423423
SpUk regionale structuur Nat. programma Lokale warmtetransitie462462198
Incidentele Rijksbijdrage Energiesysteem390390390
Gemeenten en provincie577577577
Bijdrage BTW-compensatiefonds227227171
Totale baten2.0792.0791.759
Verschil met lasten/te verrekenen met reserve RES90-66254

Tussen de lasten en de baten van het energieprogramma is in 2024 een verschil van € 90k. Dit verschil onttrekken we aan de reserve RES (zichtbaar bij ‘mutaties in de onttrekkingen reserves’).

Fondsen en Subsidies

Lasten (€ 1.367k N): De lasten (en baten) voor de gesubsidieerde programma’s stellen we bij voor de voortgang. De programma’s Leader Holland Rijnland, Leader Hollandse Plassen en Mobiliteit lopen voor op de jaarplanning waardoor er dit jaar € 227k extra (subsidiabele) lasten zijn te verwachten en voor programma Cofinanciering een extra last van € 12k. Daarnaast hebben we het voornemen om drie nieuwe cofinancieringsaanvragen te honoreren, Schoonwatervoorziening

Boskoop, Kwartiermaker Human Capital sierteeltregio Economic Board Zuid-Holland en Deelakkoord Technolab. Hier is een bedrag van € 166k meegemoeid terwijl in de primitieve begroting voor dergelijke nieuwe projecten € 80k is opgenomen. Dit betekent een bijstelling van € 86k dat we opvangen uit de reserve Cofinanicering (‘zichtbaar bij ‘mutaties in de onttrekkingen reserves’).

Verder voeren we vanuit het principe van realistisch begroten en voor de begrotingsrechtmatigheid de lasten van het Groenprogramma op. Gebaseerd op een inschatting van de voortgang van de Groenprojecten verwachten we in 2024 € 1.042k aan deze projecten uit te keren.

Baten (€ 1.356k V): De hogere bijstelling van de lasten van gesubsidieerde programma’s betekent gelijktijdig dat de subsidiebaten hoger worden. In totaal nemen de baten van de programma’s Leader Holland Rijnland, Leader Hollandse Plassen en Mobiliteit met € 188k toe. Deze toename van de baten is lager dan de toename in de lasten omdat niet alle lasten 100% subsidiabel zijn. Verder geeft het opvoeren van het Groenprogramma RIF in de begroting eenzelfde verhoging van de baten als de lasten, € 1.042k. De begroting stellen we ook bij voor de bijdrage (baat) uit de fondsen als vergoeding voor de personele inzet van Holland Rijnland aan activiteiten voor het RIF (regulier en groenprogramma). Dit vloeit voort uit het besluit van het Algemeen Bestuur uit 2022 waarin in het kader van realistisch begroten is besloten de inzet voor het fondsenbeheer door te belasten naar de fondsen. Voor 2024 is daarmee een bedrag van € 126k gemoeid.

Regionaal beleid en monitoring (Arbeidsmarktregio, Wonen, OV concessies, Kantorenmonitor, Huisvesting Asielzoekers)

Lasten (€ 500k N): De extra lasten voor inzet voor de arbeidsmarktregio/Human Capital en huisvesting asielzoekers bedragen € 280k. Tegenover deze lasten staan baten voor een omvang van € 160k (hieronder bij de baten vermeld). Het nettoverschil van € 120k kunnen we deels voor € 38k opgevangen uit de reserve Onderwijsarbeidsmarkt (zie hieronder bij mutaties in de onttrekkingen reserve) en voor € 37k uit de reserve Budgetoverheveling (zie programma bedrijfsvoering).

Daarnaast vraagt de inzet op de activiteit Wonen, in het kader van realistisch begroten, een aanvulling van € 238k. Hiervoor wordt de ingehuurde secretaris en de ingehuurde voorzitter van de regionale Versnellingstafel bekostigd. Zij dragen zorg dat de regionale Versnellingstafel een bijdrage levert aan het versnellen van de woningbouw door beter inzicht te krijgen in de knelpunten bij woningbouwprojecten en oplossingsrichtingen daarvoor. Middelen hiervoor zijn beschikbaar vanuit nog toe te delen middelen op product Strategie & Beleid (€ 138k) en de aanvullende provinciale subsidie van € 100k (zie hieronder bij de baten).

Verder is er sprake van een beperkte onderuitputting van € 18k op budgetten OV en monitoring. Baten: (€ 260k V). Diverse subsidies voor regionale beleidsactiviteiten zorgen dat de baten met € 260k toenemen. De provincie heeft € 100k beschikbaar gesteld voor de activiteit Wonen. Voor de regievoering op de huisvesting van asielzoekers draagt de provincie Zuid-Holland, net als 2023, € 75k bij en Regio Midden-Holland € 50k. Voor de inzet van de (ingehuurde) projectleider Maatschappij voor de arbeidsmarktregio/Human Capital ontvangen we van de gemeente Leiden een vergoeding van € 35k.

Strategie en Beleid Algemeen

Lasten: (€ 694k V) In het kader van het project ‘realistisch begroten’ bevat het product Strategie en Beleid een stelpost met nog toe te delen middelen met de intentie deze in de loop van het jaar toe te wijzen naar de beleidsinhoudelijke producten. In deze Tussentijdse Rapportage heeft deze toewijzing plaatsgevonden. Dit maakt dat een bedrag van € 642k verschuift naar de producten regionale investeringsagenda (€ 76k), toekomstverkenningen (€ 129k), projecten (€ 79k), regionaal beleid en monitoring (€ 138k) van programma Strategie & Beleid, en € 220k) naar programma Bedrijfsvoering. Daarnaast nemen we lasten van € 52k op voor de extern gefinancieerde projectleider die de uitvoering van Groenprojecten RIF en realisatie van de RIA begeleidt. Deze lasten worden gecompenseerd met een vergoeding van de gemeente Alphen aan den Rijn (zie hieronder bij de baten).

Baten: (€ 52k V). Betreft de vergoeding via de gemeente Alphen aan den Rijn voor de inzet van de (externe) projectleider op Groenprojecten RIF en de RIA, waaronder totstandkoming van de beheersverordening RIA.

Mutaties in de onttrekkingen reserves

De mutaties in de onttrekkingen op dit programma behelsen een bedrag van € 300k en betreffen de volgende reserves:

Reserve Cofinanciering (€ 173k V). Verhoging van de lasten voor cofinancieringsprojecten ter hoogte van € 98k (12+86) betekent een onttrekking van dezelfde omvang. Daarnaast wordt de reserve ingezet om de extra kosten voor RIA-activiteiten van € 75k op te vangen.

In de primitieve begroting is een onttrekking uit de reserve Cofinanciering geraamd van € 265k.Met de aanvullende onttrekking van € 173k in deze Turap bedraagt de totale onttrekking voor 2024 € 438k.

Het te verwachten saldo van deze reserve eind 2024 komt daaruit op € 108k.

Reserve Onderwijsarbeidsmarkt (€ 38k V). Terwille van de bekostiging van de activiteiten rondom het onderwijsarbeidsbeleid (w.o. Human Capital) zetten we deze reserve geheel in. Dit maakt dat deze reserve eind 2024 geen saldo meer heeft waarmee het bestaansrecht ontbreekt. We stellen voor deze reserve eind 2024 op te heffen.

Reserve RES (€ 90k V). De geplande uitgaven 2024 voor het energieprogramma zijn € 90k hoger dan de geplande inkomsten 2024. Dit verschil onttrekken we aan de reserve RES die specifiek voor het niet synchroon lopen van uitgaven en inkomsten is ingesteld.

Mutatie in de stortingen reserves.

5 Voortgang programma Regionale Uitvoering

Gemeenten in Holland Rijnland hebben drie uitvoeringstaken belegd bij Holland Rijnland:

  1. Uitvoeren van de leerplicht, kwalificatieplicht en tegengaan van vroegtijdig schoolverlaten
  2. Verstrekken van urgentieverklaringen voor sociale huurwoningen
  3. Voeren van beheer over het contract met de vervoerder van de Regiotaxi.

Gemene deler van deze drie uitvoeringstaken is het voortdurend gericht zijn op een hoge kwaliteit van dienstverlening tegen zo laag mogelijke kosten.

5.1   Regionaal Bureau Leerrecht

Beoogde doelen:

  • Bevorderen dat steeds meer kinderen en jongeren onderwijs volgen. Als onderwijs niet passend is, werken jongeren en/of krijgen ze (jeugd)hulp.
  • Vaker toeleiden van thuiszitters en voortijdig schoolverlaters naar onderwijs of, als onderwijs niet passend is, toeleiding naar werk en/of hulpverlening.
  • Toename in het volgen van lessen van verzuimende leerlingen na onze interventies.
  • Toename in waardering van de dienstverlening door jongeren, ouders, scholen en partners.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Op koers / behaald

Het RBL voert de taken van elf gemeenten uit op het gebied van leerplicht, thuiszitters en voortijdig schoolverlaten.

Primair- en voortgezet onderwijs/leer- en kwalificatieplicht
Verzuim in het PO en VO

Aan alle scholen in de regio zijn consulenten verbonden, waarvan één verzuim- en één thuiszittersconsulent. Het RBL ontving in het eerste half jaar van 2024 vanuit het primair- en voortgezet onderwijs 1.600 verzuimmeldingen voor 950 jeugdigen. 700 keer is een waarschuwing gegeven of zijn afspraken gemaakt. Ook hebben consulenten preventieve gesprekken gevoerd, met als doel het voorkomen van verder verzuim en uitval.

Aandacht voor thuiszitters/risicoleerlingen

Ook in 2024 heeft het RBL aandacht voor thuiszitters die langer dan drie maanden niet of gedeeltelijk onderwijs volgen. Dit zijn tot op heden 700 jeugdigen, waarvan 150 die helemaal geen onderwijs hebben gevolgd dit jaar. Consulenten coördineren, begeleiden en voeren gesprekken met ouders, jeugdigen en samenwerkingspartners. Daarnaast zijn er bijna 400 jeugdigen met een vrijstelling, waar het RBL betrokken bij is.

Samenwerking partners

In 2024 is verder geïnvesteerd in de samenwerking met ketenpartners. Onder andere door aan te sluiten bij lokale en regionale overleggen rond onderwijs en jeugd. Samen met partners wordt de aanpak “integraal arrangeren” verder verstevigd onder professionals. Daarbij is in verschillende gemeenten gewerkt aan een goede samenwerking met de toegangsorganisaties. Ook met de onderwijspartners is intensief samenwerkt, zoals bijvoorbeeld de monitoringsafspraken die gemaakt zijn met de samenwerkingsverbanden Voortgezet onderwijs.

Het Doorstroompunt (voorheen Regionaal Meld- en Coördinatiefunctie RMC)
Verzuim op het mbo

Het Doorstroompunt van het RBL ontving de eerste helft van 2024 ruim 2.500 verzuimmeldingen voor 1.150 studenten uit het mbo (één verzuimmelding betekent 16 uur verzuim in vier weken). De consulenten zijn wekelijks aanwezig op de locaties van het mbo in de regio, hierdoor kan er goed worden samengewerkt met docenten en begeleiders. Ook buiten de regio heeft het RBL regelmatig contact met mbo-scholen. Indien nodig wordt de student (eventueel met ouders) uitgenodigd voor een gesprek. De eerste helft van 2024 zijn met ongeveer 400 verzuimende studenten gesprekken gevoerd en afspraken gemaakt. Daarnaast zijn preventieve gesprekken gevoerd, gericht op het voorkomen van verzuim of voortijdig schoolverlaten.

Begeleiding voortijdig schoolverlaters (vsv’ers)/huisbezoeken

Jongeren zonder schoolinschrijving, zonder startkwalificatie met een laag inkomen, worden minimaal één keer per jaar benaderd en begeleiding wordt aangeboden. In de eerste helft van 2024 zijn 622 jongeren gebeld en 425 jongeren thuis bezocht. Van de jongeren die thuis bezocht zijn, hebben de consulenten met 203 jongeren en/of ouders contact gehad en direct een gesprek gevoerd. Indien nodig en wenselijk, heeft het RBL de jongeren begeleid naar school en werk.

VSV-aanpak is succesvol

In het voorjaar van 2024, heeft het RBL een nieuwe VSV-analyse gemaakt en gedeeld met de bestuurders in de Regiegroep VSV. De cijfers geven een positief beeld. Zo is het percentage nieuwe vsv’ers gedaald tot 2%, terwijl het landelijke percentage ongeveer gelijk is gebleven (2,38%). Ook zijn er meer voortijdig schoolverlaters, een jaar na uitval, teruggekeerd naar school of aan het werk.

Voorbereiding nieuwe wet “Van school naar duurzaam werk”

De nieuwe wet ‘van school naar duurzaam werk’ (verwachte ingangsdatum medio 2025) zal invloed hebben op de dienstverlening van het RBL. Zo zal de Doorstroompunt-leeftijd uitgebreid worden van 23 naar 27 jaar, de begeleiding naar werk wordt belangrijker én vanuit de nieuwe wet wordt er (door gemeenten, scholen en het Doorstroompunt) meer inzet verwacht voor de meest kwetsbare jongeren. Het RBL heeft de samenwerking tussen het Doorstroompunt en de arbeidsmarktregio in 2024 verstevigd, als voorbereiding op de nieuwe wetgeving. Ook is gewerkt aan uitbreiding van voorbereidende pilots, in overleg met gemeenten.

In 2024 heeft het RBL de pilots voor de dienstverlening van jongeren van 23 tot 27 jaar in Leiden en Noordwijk voortgezet en voor Hillegom, Lisse, Teylingen en Katwijk voorbereid (start in sept.). Op basis van de uitkomsten van deze pilots heeft het RBL de inzet van het huisbezoekenteam verder gedifferentieerd. Daarnaast is vanuit extra middelen van de Aanpak Jeugdwerkloosheid door het RBL een nieuwe pilot gestart waarin meer begeleiding wordt gegeven aan studenten die uitvallen uit entreeopleidingen.

VSV programma

Vanuit de coördinerende rol van het RBL voor de Regiegroep VSV is in 2024 de voorbereiding voor het nieuwe VSV programma gestart. Het RBL heeft een plan van aanpak gemaakt in overleg met de werkgroep VSV. De Regiegroep

VSV heeft dit plan vastgesteld in mei 2024. Ook is de evaluatie van het huidige VSV programma in 2024 gestart. Door LPBL zal vanuit de programmagelden extra onderzoek worden gedaan naar de regio en de inzet op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten. Het RBL leverde extra data voor dit onderzoek.

Het huidige VSV programma zal verlengd worden tot eind 2025. De aanvraag voor de verlenging is de eerste helft van 2024 voorbereid in samenwerking met de Regiegroep VSV.

Gemeentelijke VSV projecten

In aanvulling op het VSV programma worden er door de gemeenten extra VSV projecten gefinancierd. Het RBL is verantwoordelijk voor het beheer van deze projecten. In de eerste helft van 2024 is de realisatie volgens verwachting. Er is in 2024 o.a. inzet op het voorkomen van schulden en voor de begeleiding van oud-ISK leerlingen in het mbo. De resultaten van de projecten zijn gedeeld met de Regiegroep VSV.

5.2 Woonurgenties

Beoogd doel: We zorgen voor een effectieve en efficiënte uitvoering van de taken rondom urgentieaanvragen voor sociale huurwoningen.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Op koers / behaald

De inzet op woonurgenties verloopt voorspoedig. De regionale urgentiecommissie is actief. Vanuit Holland Rijnland voeren we het secretariaat voor de commissie en bereiden we besluitvorming voor. De termijn van twee lang zittende commissieleden is dit jaar verstreken. Er zijn twee nieuwe commissieleden geworven om de continuïteit van het werk te kunnen waarborgen. Het aantal aanvragen tot nu toe is hoger dan in 2023 rond dezelfde tijd. Verklaring hiervoor is o.a. de woningnood. Er wordt onderzocht of er nog andere verklaringen aan ten grondslag liggen. Het aantal bezwaren is tot op heden vergelijkbaar met voorgaand jaar.

5.3 Regiotaxi

Beoogd doel: zorgen dat alle inwoners van onze regio veilig en plezierig van A naar B kunnen reizen als de auto of het OV voor hen geen optie of wens is. Hiertoe dragen we middels stevig contractbeheer met vervoerder(s) zorg voor een kwalitatief hoogstaand systeem van Collectief Vraagafhankelijk Vervoerssysteem (Regiotaxi).

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Op koers / behaald

De uitvoering van regiotaxi verloopt voorspoedig. Reizigers in alle gemeenten geven rapportcijfers op klanttevredenheid van een 8 of meer en het aantal klachten is laag. De gewenste stiptheid van 95% wordt in 2024 nog niet geheel gehaald. Dit heeft te maken met het grote landelijke chauffeurstekort. Hierover zijn wij voortdurend met de vervoerder in gesprek. Het aantal zero-emissie voertuigen is bijna 100%.

Er is al enkele jaren een sterke afname van het aantal ritten (vervoersvolume) waar te nemen. Waar in 2019 nog sprake was van zo’n 25.000 ritten per maand, gaat dit in 2024 om 13.000 ritten per maand. Buro Moventem heeft op ons verzoek onderzoek gedaan bij de reizigers naar de daling van het volume gedaan. Daaruit bleek dat degenen die minder reizen dit met name doen vanwege gezondheidsredenen.

Het contractbeheer vullen we o.a. in door maandelijkse besprekingen met de vervoerder over de naleving vanhet contract. Ook volgen we nauw de klachtenafhandeling door de vervoerder. We overleggen in 2024 vier keer per jaar met de belangenorganisaties, verenigd in de Klankbordgroep, en met de 13 gemeenten. We zorgen voor communicatie met de reizigers via nieuwsbrieven en de website.

5.4 Financiële bijstellingen begroting 2024 en toelichting

ProductenLasten/ BatenBedrag (x € 1.000)Voordeel/ Nadeel
Regionaal Bureau LeerrechtLasten379N
Regionaal Bureau LeerrechtBaten-212V
WoonurgentiesLasten-83V
WoonurgentiesBaten-5V
RegiotaxiLasten-175V
RegiotaxiBaten170N
Totale mutaties lasten122N
Totale mutaties baten-47V
Mutaties in de onttrekkingen reserves-213V
Mutaties in de toevoegingen reserves-
Totale mutaties Regionale Uitvoering-138V

Toelichting

Regionaal Bureau Leerrecht

Lasten (€ 379k N): Om de uitvoering van de wettelijke taken rondom leerrecht te kunnen continueren is er in november 2023 besloten de formatie voor RBL gefaseerd toe te laten nemen. Vanaf 2025 de toename structureel in de begroting op te nemen, voor 2024 een incidentele oplossing door inzet van de reserve RBL. voor In 2024 gaat het om 2 fte. Daarnaast is inhuur nodig geweest voor ziektevervanging. De lasten voor beide onderdelen, samen € 175k, voeren we op in deze Turap. Deze extra lasten worden opgevangen met de inzet van de reserve RBL (zie hieronder bij ‘mutaties in de onttrekkingen reserves’).

Daarnaast nemen de lasten met € 63k toe voor het organiseren en uitvoeren van de Pilot voor extra begeleiding van jongeren uit entreeopleidingen (als voorbereiding op nieuwe wetgeving) en de pilot voor de begeleiding van 23-27 jarigen in samenwerking met gemeenten en Provalu. Hiertegenover staan baten van dezelfde omvang (zie hieronder bij de baten). Tenslotte nemen de overige lasten, met name voor handhaving van de kwalificatieplicht en RMC, met € 141k toe. Deze worden opgevangen uit de ingeschatte indexatie van de rijksbijdrage voor kwalificatieplicht en RMC en de extra bijdrage van Mbo Rijnland.

Baten (€ 212k V): De baten nemen met € 63k toe vanwege vergoedingen van de gemeente Leiden en van Provalu ten behoeve van de aanpak jeugdwerkloosheid voor de uit te voeren Pilots. Daarnaast kunnen we de baten met € 149k bijstellen voor de ingeschatte indexatie van de Rijksbijdrage (€ 73k) en diverse bijdragen voor de uitvoering van de kwalificatieplicht en VSV (€ 76k).

Woonurgenties

Lasten (€ 83k V): Er is sprake van een sterke afname van het aantal bezwaren op besluiten over woonurgenties. Daarnaast hebben we een aantal efficiencymaatregelen doorgevoerd waardoor er aanleiding was om de begroting voor het product Woonurgenties in zijn geheel te herijken. Vanuit het principe van realistisch begroten kunnen de lasten met € 83k neerwaarts worden bijgesteld naar € 416k.

Baten (€ 5k V): De afgelopen jaren vallen de werkelijke legesinkomsten hoger uit dan geraamd. Ondanks de afname van het aantal bezwaren is vanuit het principe van realistisch begroten een (kleine) bijstelling van de baten opportuun.

Regiotaxi

Lasten (€ 175k V): Er is sprake van een teruglopend aantal reizigers en afgelegde reiskilometers van de Regiotaxi. Dit geeft een verlaging van de (subsidiabele) vervoerslasten Regiotaxi met € 170k. De overige € 5k is een actualisatie van de personeelslasten.

Baten (€ 170k N): De lagere vervoerslasten voor de Regiotaxi betekent tegelijkertijd dat de provinciale subsidie met dezelfde omvang afneemt.

Mutaties in de onttrekkingen reserves

Reserve Regionale Bureau Leerrecht (€ 213k V): De reserve zetten we in om de kosten van de extra noodzakelijke capaciteit voor Leerplichthandhaving voor 2024 te bekostigen. Voor 2025 en verder is de formatie voor leerplichthandhaving uitgebreid en zijn de daarmee gemoeide lasten structureel in de begroting opgenomen. Dit maakt dat we in de nabije toekomst niet verwachten een beroep op deze reserve te hoeven doen. De afgelopen 10 jaar is deze reserve ook niet benut. Om niet onnodig beslag te leggen op maatschappelijke middelen onttrekken we het volledige saldo van de reserve van € 213k. Hiermee komt het saldo van de reserve aan het eind van het jaar 2024 uit op € 0. Het voorstel is om deze reserve per deze datum op te heffen.

Mutaties in de toevoegingen reserves

6 Voortgang programma Bedrijfsvoering

Onder programma Bedrijfsvoering vallen de producten Overhead en Algemene Dekkingsmiddelen. Onder Overhead verstaan we alle activiteiten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces. De algemene dekkingsmiddelen zijn de inkomsten waarvoor geen specifiek bestedingsdoel is bepaald en daarmee vrij te besteden is. De bijdrage van deelnemende gemeenten en de rentebaten vallen hieronder. Specifieke dekkingsmiddelen met een geoormerkte besteding zoals provinciale subsidies voor de uitvoering van de regiotaxi, verkeersveiligheid en bijdrage voor het RIF, worden opgenomen in de beleidsprogramma’s Strategie en Beleid en Regionale Uitvoering.

6.1   Overhead

Beoogd doel: De overheadtaken van Holland Rijnland richten zich op een effectieve en efficiënte ondersteuning van bestuur en organisatie en bestaan uit activiteiten zoals management, control, managementondersteuning, bestuurszaken en bestuursondersteuning. Deze activiteiten moeten ertoe leiden dat Holland Rijnland de basistaken kan uitvoeren en voldoet aan de wet- en regelgeving.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Informatie over de voortgang van overheadsactiviteiten valt uiteen in twee categorieën:

  1. Ondersteuning primair proces, met als onderdelen: algemeen beeld overhead en Organisatieontwikkeling (a. opleidingsbudget, b. P&C-cyclus, c. administratieve organisatie en d. interne regelgeving)
  2. Compliance wet- en regelgeving, met als onderdelen: Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), Wet politiegegevens, Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) en Wet Open Overheid (Woo)
Ondersteuning primair proces
Algemeen beeld overhead

Niet behaald

Holland Rijnland ervaart in de uitvoering van de basistaken een toenemende wens vanuit de regio voor (ambtelijke) afstemming, ofwel het bieden van een ambtelijk platform voor overleg. Deze functie legt een druk op de begroting van de overheadtaken. Mede door deze ontwikkeling zien we dat de begrote middelen niet toereikend zijn om de overheadtaken uit te voeren.

Organisatieontwikkeling – opleidingsbudget

Onzeker

Holland Rijnland heeft middelen gealloceerd voor opleidingen van het personeel. Op basis van de eindejaarsverwachting zien we dat we niet alle middelen zullen uitputten. De managers spreken actief met de medewerkers over de opleidingswensen en stimuleren de medewerkers zich periodiek bij te scholen.

Organisatieontwikkeling – P&C-cyclus

Op koers / behaald

In 2024 zijn we de volgende fase ingegaan op het gebied van realistisch begroten en beleidsrijk verantwoorden en vooruitkijken in relatie tot de begrote middelen. Met de nieuwe werkwijze in de turap 2024 hebben we deze fase gestart. We verwachten de werkwijze door te kunnen zetten met de Kaderbrief 2026.

Organisatieontwikkeling – administratieve organisatie

Op koers / behaald

In het verslag van bevindingen over de jaarstukken 2023 heeft de accountant aanbevolen om de administratieve processen te beschrijven en periodiek controle op de juiste uitvoering van deze processen te doen. Daarnaast vraagt de frauderisicoanalyse en het M&O -beleid (misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen) om actualisatie. We verwachten beide in 2024 te realiseren.

Organisatieontwikkeling – interne regelgeving

Op koers / behaald

In 2024 hebben we het normenkader voor het toetsjaar 2024 geactualiseerd. Daarnaast verwachten we in 2024 het mandaatregister en de budgethoudersregeling te actualiseren.

Compliance wet- en regelgeving
Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

Op koers / behaald

In 2023 hebben wij het ambitieniveau voor de gegevensbescherming op ‘bepaald’ (3 van 4) gesteld. Holland Rijnland heeft dit niveau in 2023 behaald en houdt dit niveau vast in 2024. Daarnaast hebben we de taken van de Privacy Officer intern belegd bij de bedrijfsjurist waardoor de externe inhuur voor de toezicht op privacy en gegevensbeveiliging is stopgezet.

Wet politiegegevens (Wpg)

Onzeker

In 2023 hebben wij het ambitieniveau van de mate van compliance aan de Wet politiegegevens op “voldoende” bepaald. Naar dit niveau zullen we ons moeten gaan ontwikkelingen. Voor 2024 streven we naar een beoordeling van matig tot voldoende op alle maatregelen. Hiervoor zullen we voor enkele maatregelen extra inspanningen moeten verrichten.

Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr)

Onzeker

Per 1 juli 2024 moeten gemeenschappelijke regelingen de gewijzigde Wgr hebben verwerkt in de eigen Gemeenschappelijke Regeling. Dit is wegens een nodige actualisatie niet gelukt. De verwachting is dat het Algemeen Bestuur op 18 december de geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling vaststelt. In het traject hebben we extra advieskosten gemaakt die niet geraamd waren .

Wet Open Overheid

Op koers / behaald

In 2024 hebben we ambitieniveau voor compliance op de Wet Open Overheid op “basis” bepaald. Holland Rijnland heeft dit niveau in 2023 behaald en houdt dit niveau vast in 2024.

6.2 Algemene dekkingsmiddelen

Beoogd doel: Holland Rijnland gebruikt de algemene dekkingsmiddelen voor de uitvoering van de basistaken zoals deze zijn opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling. De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit rentebaten en de reguliere bijdragen van gemeenten. We streven ernaar de taken zo effectief en efficiënt mogelijk uit te voeren en de bijdrage van gemeenten zo laag mogelijk te houden.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2024

Begrotingsevenwicht – Sluitende begroting

Onzeker

Het doel is het realiseren van de organisatiedoelen binnen de door het algemeen bestuur gestelde kaders van de begroting 2024. Met deze Tussentijdse rapportage verzoeken we het Algemeen Bestuur niet om extra middelen, wel vragen we om middelen tussen programma’s te verschuiven en een deel van de reserves in te zetten om mogelijke tekorten op activiteiten te voorkomen.

Rentebaten

Op koers / behaald

Holland Rijnland verwacht € 140K aan rentebaten te realiseren.

6.3 Financiële bijstellingen begroting 2024 en toelichting

ProductenLasten/ BatenBedrag (x € 1.000)Voordeel/ Nadeel
OverheadLasten657N
OverheadBaten29N
Algemene dekkingsmiddelenLasten0N
Algemene dekkingsmiddelenBaten-144V
Totale mutaties lasten657N
Totale mutaties baten-115V
Mutaties in de onttrekkingen reserves-37V
Mutaties in de toevoegingen reserves-
Totale mutaties Bedrijfsvoering504N

Toelichting

Overhead

Lasten (657k N): Een forse bijstellling op de overheadllasten is nodig vanuit twee redenen: In het project ‘realistisch begroten / nieuwe begrotingsstructuur’ uit 2022 zijn de bedrijfsvoeringslasten lager en te beperkt ingeschat waarbij de ‘niet gealloceerde’ middelen bedrijfsvoering terecht zijn gekomen bij nog toe te delen middelen van de programma’s Strategie en Beleid en Regionale Uitvoering. Daarnaast hebben we gezien dat bepaalde overheadtaken in de programma’s werden uitgevoerd. Dit corrigeren we door vanuit deze programma’s middelen op te voeren voor o.a. communicatie, accountant, juridisch- en organisatieadvies, kostenstijging basisdienstverlening Interne Dienstverlening en Advisering gemeente Leiden, onze ondernemingsraad en de lasten gemoeid met de extra ambtelijke afstemming (€ 349k).

Ten tweede worden we geconfronteerd met een aantal kostenverhogende incidentele ontwikkelingen met een totale omvang van € 337k:

  • noodzakelijke inventarisatie van de informatiebeveiliging
  • extra inkoop financieel advies
  • noodgedwongen inhuur voor moeilijk vervulbare, essentiële functies in de organisatie en/of ziektevervanging
  • personele lasten van voormalige werknemers

Naast deze kostenverhogende factoren is er ook sprake van een kostenverlaging. De overheadlasten stellen we met € 29k neerwaarts bij voor de huisvesting en facilitaire kosten SOZ. Dergelijke kosten hebben niet betrekking op de taken van Holland Rijnland. Dit is de reden dat de de hiermeegemoeide kosten (en aanpalende opbrengsten van dezelfde omvang) uit onze begroting halen.

Baten (€ 29k N): Lagere lasten voor huisvesting en facilitaire kosten SOZ betekent gelijktijdig dat de bijdrage van de huurder SOZ met hetzelfde bedrag daalt.

Algemene dekkingsmiddelen

Lasten : –

Baten (€ 144k V): De hogere baten zijn veroorzaakt door rentebaten. De rentestijging en toegenomen bevoorschotting van rijks- en provinciale subsidies zorgen dat de rentebaten groeien naar een significante omvang van € 144k. Bij het opstellen van de begroting, anderhalve jaar geleden, hadden we deze ontwikkelingen niet voorzien.

Mutaties in de onttrekkingen reserves

Reserve budgetoverheveling (€ 37k): In de jaarrekening 2023 hebben we € 37k van niet besteden ontvangsten voor huisvesting asielzoekers in de reserve budgetoverheveling gestort met de intentie deze in 2024 in te zetten (overheveling). Op product ‘projecten’ bij programma Strategie en Beleid voeren we dit bedrag voor activiteiten rondom huisvesting asielzoekers op. Onder dit programma stellen we de begroting bij voor de onttrekking uit deze reserve.

Mutaties in de toevoegingen reserves

7 Financiële bijstellingen resumé

ProgrammaLasten/ BatenBedrag (x €1.000)Resultaat
Strategie en BeleidLasten3.326N
Strategie en BeleidBaten-3.330V
Strategie en BeleidSaldo-3V
Regionale UitvoeringLasten122N
Regionale UitvoeringBaten-47V
Regionale UitvoeringSaldo75N
BedrijfsvoeringLasten657N
BedrijfsvoeringBaten-115V
BedrijfsvoeringSaldo542N
Totale mutaties lasten4.105N
Totale mutaties baten-3.492V
Saldo lasten en baten613N
Ontrekkingen reserves-550V
Toevoegingen reserves-
Geraamd resultaat62N

8 Besluit

Het Algemeen Bestuur van het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland;

b e s l u i t:

De tussenrapportage 2024 en de daarbij behorende begrotingswijzingen vast te stellen.

Aldus besloten in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van het Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland, gehouden op 23 oktober 2024 te Alphen aan den Rijn.

9 Bijlagen

De tussentijdse rapportage geeft op programmaniveau de financiële bijstellingen voor 2024 aan, en daarmee de voorgestelde begrotingswijziging voor 2024.

De impact op de begrotingstotalen van de drie programma’s geven we in de drie tabellen hieronder weer. Op productniveau, onderverdeeld in baten en lasten.

Ontwikkeling begroting 2024 programma Strategie en Beleid

Producten(bedragen x €1.000)
Lasten/ BatenPrimitieve begroting 2024Begrotings-wijziging 2024Begroting 2024 na wijziging
Regionale investeringsagendaLasten456195650
Regionale investeringsagendaBaten---
ToekomstverkenningenLasten285129413
ToekomstverkenningenBaten-10--10
ProjectenLasten6321.8312.463
ProjectenBaten-417-1.662-2.079
Fondsen en SubsidiesLasten1.1111.3672.478
Fondsen en SubsidiesBaten-590-1.356-1.946
Regionaal beleid en monitoringLasten274500774
Regionaal beleid en monitoringBaten--260-260
Strategie en Beleid AlgemeenLasten860-694166
Strategie en Beleid AlgemeenBaten--52-52
Totale mutaties lasten3.6183.3266.944
Totale mutaties baten-1.017-3.330-4.347
Saldo lasten en baten2.601-32.597
Ontrekkingen reserves-265-300-565
Toevoegingen reserves---
Geraamd resultaat2.336-3042.032

Ontwikkeling begroting 2024 programma Regionale Uitvoering

Producten(bedragen x €1.000)
Lasten/ BatenPrimitieve begroting 2024Begrotings-wijziging 2024Begroting 2024 na wijziging
Regionaal Bureau LeerrechtLasten2.3223792.701
Regionaal Bureau LeerrechtBaten-1.282-212-1.494
WoonurgentiesLasten499-83416
WoonurgentiesBaten-20-5-25
RegiotaxiLasten529-175355
RegiotaxiBaten-445170-275
Totale mutaties lasten3.3511223.473
Totale mutaties baten-1.747-47-1.794
Saldo lasten en baten1.604751.679
Ontrekkingen reserves--213-213
Toevoegingen reserves---
Geraamd resultaat1.604-1381.466

Ontwikkeling begroting 2024 programma Bedrijfsvoering

Producten(bedragen x €1.000)
Lasten/ BatenPrimitieve begroting 2024Begrotings-wijziging 2024Begroting 2024 na wijziging
OverheadLasten2.8466573.503
OverheadBaten-15029-121
Algemene dekkingsmiddelenLasten-00
Algemene dekkingsmiddelenBaten-6.636-144-6.779
Totale mutaties lasten2.8466573.503
Totale mutaties baten-6.786-115-6.901
Saldo lasten en baten-3.940542-3.398
Ontrekkingen reserves--37-37
Toevoegingen reserves---
Geraamd resultaat-3.940504-3.435

Verwachte reservepositie eind 2024

Deze tussentijdse rapportage bevat een aantal voorstellen voor onttrekkingen uit reserves. Dit heeft impact op de resevepositie van Holland Rijnland. Het onderstaande overzicht geeft de ontwikkeling van de reservepositie vanuit de jaarrekening 2023 naar de verwachte reservepositie eind 2024 weer. Hierin zijn de vastgestelde resultaatbestemmingen 2023, de geraamde reservemutatie uit de primitieve begroting 2024 (een onttrekking van € 264k uit de reserve Cofinanciering) en de geraamde onttrekkingen uit deze tussentijdse rappportage in verwerkt.

De reserves Regionaal Bureau Leerrecht en Onderwijsarbeidsmarkt worden met de voorgestelde onttrekking in deze Turap volledig ingezet. Doordat hierdoor de bestaansreden verdwijnt, worden deze reserves opgeheven.

Reserves(bedragen x €1.000)
Balans 31-12-2023Resultaat-bestemming JR 2023Onttrekking 2024Verwachte Balans 31-12-2024
Algemene reserve11-11
Bestemmingsreserves:
Reserve RBL213-2130
Reserve cofinanciering760-214-437109
Reserve onderwijsarbeidsmarkt99-61-380
Reserve budgetoverheveling-37-370
Reserve regionale energiestrategie (RES)682-50-90542
Totaal bestemmingsreserves1.754-288-815651
Totaal reserves1.765-288-815662