Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie

Jaarstukken 2025

Onderstaand vindt u de jaarstukken 2025 als integrale webpagina.
U kunt deze ook als PDF-bestand downloaden.

|Paul de Bruijn - Portefeuillehouder Middelen|

1 Inleiding

1.1  Algemene beschouwing

2025 was een succesvol jaar voor Regio Holland Rijnland. De samenwerking tussen de dertien gemeenten verliep voorspoedig. En daarmee boekten we tastbare resultaten voor de brede welvaart van onze regio:

De Regionale Investeringsagenda, die bestaat uit veertien regionale projecten en een Regionaal Fonds, bracht veel in beweging:

  • We organiseerden een feestelijke kick-off om de start van de Regionale Investeringsagenda te vieren;
    • Voor bijna alle projecten uit de projectenportefeuille werd een Plan van Aanpak vastgesteld en een Stuurgroep en een Projectgroep gevormd;
    • We versterkten de samenwerking tussen gemeenten, regio en provincie, en vergrootten de inbreng op Rijks- en provinciaal niveau (NOVEX Zuidelijke Randstad en Groene Hart);
    • We startten met een integrale gebiedsaanpak (de propositie Ontwikkel-as).
  • Economisch ging het voor de wind:
    • De regio Leiden/Duin- en Bollenstreek steeg naar de derde plaats van de Entrepreneurial Ecosystem Index (EEI) in Nederland van onderzoeksbureau Birch. Daarmee haalden we Brainport Eindhoven in;
    • We stelden de Regio Deal Sierteeltregio vast, met een Rijksbijdrage van € 10 miljoen.
    • Het Rijk kende € 34 miljoen toe aan het spoorproject Leiden Utrecht Beter Bereikbaar en de aanleg van het nieuwe station Hazerswoude-Rijndijk.
  • We stelden belangrijke beleidsdocumenten vast:
    • Het Regionaal Koersdocument Economie;
    • Het Toekomstbeeld Warmte;
    • De Huisvestingsverordening.
  • Mede dankzij de Versnellingstafel Wonen startte de bouw van 4.000 woningen; dat is 120% van de doelstelling.
  • Holland Rijnland kreeg de nieuwe naam Regio Holland Rijnland. Ook kwam er een nieuwe bijbehorende site en huisstijl.

De uitvoerende taken van Regio Holland Rijnland verliepen uitstekend:

  • Het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL) zette zich dit schooljaar in om thuiszitten te voorkomen en te verminderen en verzuim tegen te gaan. Dit deden wij in opdracht van elf gemeenten, waarin bijna 60.000 kinderen en jongeren wonen in de leeftijd van 5-18 jaar.
    • Gelukkig gaat 98,5% van hen ‘gewoon naar school’;
    • Het percentage jongeren in de regio tot 23 jaar dat het onderwijs voortijdig verlaat zonder startkwalificatie is 1,91%. Daarmee doen we het beter dan vergelijkbare regio’s in Nederland;
    • Het RBL behandelde 300 meldingen absoluut verzuim en 1000 meldingen voor kinderen die (gedeeltelijk) thuiszitten;
    • 1300 jongeren zijn gebeld en 1000 jongeren zijn thuis bezocht;
    • 290 jongeren werden begeleid en met 650 werden preventieve gesprekken gevoerd op het mbo.
  • Reizigers gaven de Regiotaxi in alle gemeenten rapportcijfers van een 8 of meer op klanttevredenheid.
    • Het aantal klachten was laag;
    • Er is een landelijk tekort aan chauffeurs en personeel. De vervoerder investeerde fors in het werven en behouden van personeel. Ondanks de extra inspanningen behaalde de vervoerder niet de gewenste stiptheid van 95%.
  • Het team Woonurgenties droeg bij aan een effectieve en efficiënte uitvoering van de taken rondom urgentieaanvragen voor sociale huurwoningen. En de aanvragen werden tijdig opgepakt.

Regio Holland Rijnland presteerde financieel solide:

  • We zijn verdergegaan op de in 2024 ingeslagen weg van kostenbewuste uitvoering;
  • Het resultaat na bestemming bedraagt € 463.551 (positief);
  • In 2025 hebben we weinig hoeven inhuren, wat tot een financieel voordeel leidde;
  • De realisatie valt lager uit dan de begroting, onder andere op de functies in hogere schalen;
  • Het overgrote deel van onze activiteiten werd volgens planning gerealiseerd.

We kijken met voldoening terug op een sterk regionaal jaar, dat vertrouwen geeft in de toekomst. We bouwen samen voort op een stevige basis.


1.2 Leeswijzer

In het vervolg van dit hoofdstuk leest u het rekeningresultaat 2025, de stemverhoudingen van het Algemeen Bestuur voor de deelnemende gemeenten en de samenstelling van het Dagelijks Bestuur.

In hoofdstuk 2 vindt u de inhoudelijke verantwoording van de programma’s Strategie & Beleid, Regionale Uitvoering en Bedrijfsvoering. Per programma geven we aan wat er in 2025 is bereikt, wat daarvoor is gedaan en welke kosten daarmee waren gemoeid.

Hoofdstuk 3 bevat de paragrafen van de jaarstukken. Nieuw is de verantwoording over de ontvangen en afgehandelde klachten in de paragraaf Bedrijfsvoering. Tot slot is de jaarrekening opgenomen

in hoofdstuk 4 met daarin de balans, de toelichting op de balans en het overzicht van baten en lasten inclusief toelichting. Verder, vanaf verantwoordingsjaar 2023, legt het Dagelijks Bestuur (DB) verantwoording af over de rechtmatigheid, de accountant geeft geen oordeel meer af over de rechtmatigheid. Hiertoe toetste het DB het rechtmatig handelen van de organisatie op de drie criteria: het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium. Ook deze verantwoording hebben we opgenomen in dit hoofdstuk.

Leeswijzer beleidsverantwoording

  • Indicatie van de realisatie van voornemens en prestaties geven we aan de hand van een stoplicht. De te beoordelen voortgang kan per activiteit verschillen: op kwaliteit (leveren we de beoogde kwaliteit?), op kwantiteit (halen we aantallen?) of tijd (vindt realisatie plaats volgens de planning). Hierin proberen we zo volledig mogelijk te zijn. We onderscheiden drie kleuren:
    • rood: activiteit niet gerealiseerd.
    • oranje: activiteit niet geheel gerealiseerd of activiteit gerealiseerd (output) maar effect van de gerealiseerde activiteit niet conform verwachting (wel output, geen outcome)
    • groen: activiteit en effect van activiteit gerealiseerd.

Leeswijzer financiële tabellen

  • Directe kosten: kosten voor leveringen, goederen en diensten die rechtstreeks ten laste komen van projecten in de programma’s;
  • Kosten werkorganisatie: kosten voor personeel, huur gebouw en dergelijke die via toerekening van uren worden verdeeld over de projecten in de programma’s;
  • Directe baten: baten die rechtstreeks ten gunste komen van projecten in de programma’s. Het gaat voornamelijk om subsidies van Rijk en provincie, aanvullende bijdragen en subsidies van gemeenten of bijvoorbeeld leges.

1.3 Rekeningresultaat

In het jaar 2025 is Regio Holland Rijnland verder gegaan op de in 2024 ingeslagen weg van kostenbewuste uitvoering van activiteiten. Vooruitlopend op het deels gedempte ravijnjaar 2026 stelde Regio Holland Rijnland kaders voor een efficiënte uitvoering van haar taken die financieel voldoende schokbestendig zijn. Zo hebben we in 2025 salarislasten begroot op het maximum van de schaal, conform uitgangspunten van de Kaderbrief 2026. Wanneer zich beperkt tot geen zaken voordoen

die aanzetten tot tijdelijke inhuur, leidt dit tot onderbesteding. Daarnaast zien we dat we niet alle activiteiten konden uitvoeren die we in 2025 wilden doen, zoals het ontwikkelen van een OV-visie. Ook valt met deze jaarrekening een tweetal voorzieningen vrij voor personeelslasten. Deze ontwikkelingen, alle met een voordelig effect op het resultaat voor bestemming, leidden tot een positief saldo van € 824.399 (Voordeel).

Hoe is het resultaat opgebouwd?

Met de laatste begrotingswijziging gaven we aan dat we verwachtten uit te komen op een negatief resultaat van € 199K. De reden voor dit negatieve resultaat betrof de (nog) niet verstrekte subsidie van de provincie Zuid-Holland voor de coördinatie van de huisvesting asielzoekers. Deze cijfers waren bijgewerkt tot en met september. In de laatste maanden van 2025 hebben we erop gestuurd een negatief resultaat te voorkomen. Daarin zijn we geslaagd. Daarnaast hebben we eind februari 2026 de subsidiebeschikking voor de Huisvesting Asielzoekers ontvangen, die hoger is uitgevallen dan we rekenen mee hadden gehouden. Voor Strategie en Beleid geldt daarom dat we een positief resultaat van € 474K realiseerden ten opzichte van begroot. Het programma Regionale Uitvoering realiseerde een positief resultaat ten opzichte van de begroting van € 279K. Algemene dekkingsmiddelen en overhead laten een positief resultaat zien van € 271K ten opzicht van begroting (namelijk € 199K nadeel).

Het resultaat over heel 2025 wijkt af van de verwachting zoals we die hebben opgesteld op basis van de realisatie t/m september 2025. In onderstaande tabel laten we de belangrijkste ontwikkelingen zien waarmee we afwijken van begroting en benoemen we of deze afwijking een incidenteel of structureel karakter heeft. Waar het een structureel voordeel betreft verwerken we dit in komende begrotingen.

ActiviteitKarakterInvloed op resultaatToelichting
Regionaal Bureau Leerrecht - Materiële lastenIncidenteel80.000(Voordeel)Geen materiële lasten gemaakt. Deze post hebben we niet meer opgenomen in de begroting 2026
Regionaal Bureau Leerrecht - Lagere inhuurlastenStructureel100.000(voordeel)Lagere inhuurlasten gerealiseerd
VSV trajectenen kwalificatieplichthandhavingIncidenteel35.000(voordeel)Voordeel gerealiseerd op de VSV-activiteiten
Subsidie Coördinatie Huisvesting AsielzoekersIncidenteel285.000(voordeel)We hebben geen subsidie begroot. Uiteindelijk is het subsidiabele bedrag hoger dan verwacht.
Uitstel activitetentoekomstverkenning OV-visieIncidenteel142.500(voordeel)In 2025 hebben deze activiteiten niet plaatsgevonden, deze schuiven door naar 2026
Vrijvalvoorziening personeelslastenIncidenteel200.000(voordeel)Betreft voorziene lasten die zich niet hebben voorgedaan in 2025 en ook niet voordoen in 2026 e.v.
Voordeel op woonurgenties en regiotaxiStructureel60.000(voordeel)De activiteiten hebben we efficiënter uitgevoerd dan begroot
Post onvoorzien niet aangewendIncidenteel60.000(voordeel)Er hebben zich geen onvoorzienbare, onuitstelbare en onvermijdbare zaken voorgedaan

Tabel 1.1: Ontwikkelingen totstandkoming resultaat 2025

Toelichting op hoofdlijnen

Het programma Regionale Uitvoering sloot het jaar af met een positief resultaat van € 279K. Dit betreft een optelsom van enerzijds onderuitputting op het materiële budget van de afdeling voor advies- en implementatiekosten (€ 83K voordeel) en anderzijds betreft het grotere baten dan begroot op de doorbelasting van de inzet van de programmamanager van het Doorstroompunt en inzet van consulenten aan Mbo-Rijnland (€ 75K). Deze ruimte in de formatie hebben we niet ingevuld in 2025. Tot slot zien we dat, door te begroten met het salaris aan het einde van de schaal, we een voordeel op de salarislasten realiseerden. We hebben in 2025 geen extra kosten hoeven maken voor tijdelijke vervanging en gedurende enkele maanden hebben we een enkele formatieplek niet ingevuld. Op woonurgenties en regiotaxi hebben we een positief resultaat van € 37K en € 23K geboekt.

Het saldo van Strategie en Beleid is € 474K positief ten opzichte van begroting. Dit kunnen we voor het grootste deel verklaren doordat we de kosten voor het ontwikkelen van een OV-visie niet hebben gerealiseerd wat leidt tot een voordeel van € 142K. Daarnaast hebben we op de activiteiten Versnellingstafel Wonen en Huisvesting asielzoekers positieve resultaten gerealiseerd van respectievelijk € 136K en € 186K. In de begroting hebben we voor deze activiteiten voorzien in dekking van de reguliere middelen, maar uiteindelijk bleek de bijdrage vanuit de provincie ruimer

dan begroot, terwijl we (beperkt) minder lasten hebben gerealiseerd. Dit zien we terug in het saldo. Voor het overige zien we dat de lasten en baten van het programma Strategie en Beleid, met enkele verschillen tussen de producten, met elkaar in evenwicht zijn.

Op algemene dekkingsmiddelen en overhead hebben we een positief resultaat van € 70K. Dat valt uiteen in drie delen. Allereerst hebben we op overhead een beperkt negatief resultaat van € 21K. Daarnaast valt op de overige baten de voorziening personeelslasten geheel vrij en bleef de post onvoorzien bijna geheel ongebruikt, resulterend in een positief resultaat van € 271K ten opzichte van begroting.

1.4 Regionaal Investeringsfonds

Het doel van de Regionaal Investeringsfonds (RIF) is de bereikbaarheid en de leefbaarheid van de regio Holland Rijnland te verbeteren. De deelnemende gemeenten stelde het fonds in 2007 in om vijf programma’s te financieren:

  1. De Rijnlandroute
  2. Het Hoogwaardig OV-netwerk Zuid Holland Noord (HOV-netwerk ZHN)
  3. Het Programma Ontsluiting Greenport (POG)
  4. Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek (Greenport Ontwikkelings Maatschappij, GOM)
  5. Regionaal Groenprogramma.

In totaal dragen de gemeenten in tranches € 180.000.000 bij over de periode 2007-2024. De uitvoering van enkele projecten binnen het RIF loopt nog door na deze periode. Behalve de gemeenten droegen ook Rijk en provincie Zuid-Holland fors bij aan de realisatie van de projecten. In onderstaande tabel staat de verdeling inclusief de prognose totale uitgaven RIF:

ProjectBudget RIFRealisatie t/m 2025Prognose totale uitgaven RIF
Rijnlandroute75.000.00075.000.00075.000.000
HOV-netwerk Zuid-Holland Noord37.500.00037.363.20037.363.200
Noordelijke ontsluiting Greenport37.500.00013.000.00037.500.000
Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek (GOM)10.000.00010.000.00010.000.000
Regionaal Groenprogramma20.000.00017.915.84219.793.874
Totaal180.000.000153.279.042179.657.074

Tabel 1.2: Prognose uitgaven RIF (*Alle bedragen zijn exclusief rente)

Bovenstaande tabel laat zien dat de RIF-gelden voor nagenoeg alle programma’s volledig worden benut. Bij het Groenprogramma is sprake van een lichte onderschrijding,

Voor meer inhoudelijke informatie over het RIF verwijzen we naar paragraaf 2.1.4.

Ten aanzien van het Groenprogramma, dat via de exploitatie van Holland Rijnland loopt, is nagegaan in hoeverre de projecten waaraan we bijdragen al zijn gerealiseerd. Hiermee is rekening gehouden

in de administratie. De lasten zijn al opgenomen in de administratie terwijl de betaling door Holland Rijnland nog moet plaatsvinden. Pas bij de eindverantwoording vindt deze daadwerkelijke betaling plaats.

In 2024 hebben de gemeenten de laatste begrote bijdrage van € 5.872.514 voldaan. Dit bedrag is direct in het fonds gestort. Naast de bijdragen van gemeenten ontvangt Holland Rijnland rentebaten op de middelen als inkomsten in het RIF. De rentebaten voegen we toe aan het fonds en houden we aan als buffer voor de uitvoering van projecten waar een mogelijke overschrijding op verwacht wordt. Daarnaast bieden de rentebaten de mogelijkheid de beheerskosten voor het RIF te dekken. Aangezien we tot op heden geen grote overschrijdingen verwachten op de RIF-projecten, is er eind 2024 door het Algemeen Bestuur besloten om € 1,8 miljoen van deze rentebaten op de RIF gelden terug te betalen aan de deelnemende gemeenten. Deze terugbetaling heeft plaatsgevonden in 2025. Het gaat hierbij over de rentebaten over de periode tot en met het jaar 2023.

Stand Regionaal Investeringsfonds

Stand per 1 januari 202528.251.791
Ontvangsten:
Totaal ontvangen van de gemeenten0
Rentebaten 2025651.653
Totaal opbrengst651.653
Uitgaven:
Rijnlandroute0
HOV-netwerk ZHN0
Programma Ontsluiting Greenports (POG)0
Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek (GOM)0
Regionaal Groenprogramma488.499
Personeelslasten102.354
Totaal besteed590.853
Stand per 31 december 202528.312.591
Verantwoording
Verantwoord op ontvangen RIF-gelden26.035.923
Rentecorrectie op ontvangen RIF-gelden685.037
26.720.960
Rente saldo1.591.631
Totaal28.312.591

Tabel 1.3: stand RIF

Bijdrage per gemeente

Overzicht RIF-bijdrage per gemeenteBijdrage t/m 2025
Kaag & Braassem6.101.665
Hillegom6.939.599
Katwijk28.797.764
Leiden50.217.561
Leiderdorp8.565.330
Lisse6.685.013
Noordwijk15.734.645
Oegstgeest6.543.222
Teylingen11.946.258
Voorschoten9.343.122
Zoeterwoude2.685.810
Subtotaal exclusief rentecorrectie153.559.989
Rentecorrectie685.037
Subtotaal inclusief rentecorrectie154.245.026
Katwijk: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute8.627.300
Leiderdorp: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute754.974
Leiden: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute16.372.700
Totaal180.000.000

Tabel 1.4: bijdrage RIF per gemeente

1.5 Regionale Investeringsagenda

De Regionale Investeringsagenda is een overtuigend, gezamenlijk verhaal over de opgaven en enkele concrete investeringsprojecten voor de regio Holland Rijnland. Hiermee positioneren we onszelf als regio bij andere overheden en kunnen bij hen gericht aankloppen voor de benodigde cofinanciering van projecten. De Regionale Investeringsagenda bestaat uit een drietal gebiedsgerichte programma’s waarmee we komen tot concrete projecten die bijdragen aan een duurzame ontwikkeling van onze regio:

  • de Stedelijke As;
  • het Groene Hart;
  • de Duin- en Bollenstreek.

In de periode 2025-2027 dragen de gemeenten in totaal € 7 miljoen bij aan de Regionale Investeringsagenda, € 4 miljoen voor de veertien strategische projecten en € 3 miljoen voor het Regionaal Fonds.

Strategische Projecten

Onderstaande tabel laat de stand van de middelen voor de strategische projecten en voor het Regionaal Fonds zien.

Stand Regionale Investeringsagenda

Stand per 1 januari 2025-
Ontvangsten:
Totaal ontvangen van de gemeenten voor strategische projecten1.408.334
Totaal ontvangen van de gemeenten voor Regionaal fonds1.000.002
Rentebaten 202538.509
Totaal opbrengst2.446.845
Uitgaven:
Uitgaven voor strategische projecten 2025729.159
Uitgaven voor Regionaal fonds 20250
Totaal besteed729.159
Stand per 31 december 20251.717.686

Tabel 1.5: Stand RIA

Overzicht RIA-bijdrage per gemeenteBijdrage 2025
Alphen aan den Rijn454.496
Hillegom90.223
Kaag en Braassem115.310
Katwijk279.737
Leiden529.357
Leiderdorp109.649
Lisse92.694
Nieuwkoop116.627
Noordwijk195.801
Oegstgeest117.580
Teylingen167.084
Voorschoten101.304
Zoeterwoude38.474
Totaal2.408.336

Tabel 1.6: bijdrage RIA per gemeente

1.6 Bestuur

De regio Holland Rijnland bestaat uit dertien gemeenten: Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. Deze regiogemeenten worden vertegenwoordigd door de 39 leden van het Algemeen Bestuur.

Het Algemeen Bestuur kwam in 2025 vier keer bijeen voor een vergadering, op 26 maart, op 2 juli, 3 november en 17 december.

Algemeen Bestuur en stemverhouding per 31 december 2025

GemeenteAantal AB ledenStem per lidtotaal
1.Alphen aan den Rijn31236
2.Hillegom339
3.Kaag en Braassem339
4.Katwijk3721
5.Leiden31442
6.Leiderdorp339
7.Lisse339
8.Nieuwkoop339
9.Noordwijk3515
10.Oegstgeest339
11.Teylingen3412
12.Voorschoten339
13.Zoeterwoude326
Totaal39195

Tabel 1.7: Algemeen Bestuur en stemverhouding

Samenstelling van het Dagelijks Bestuur per 31 december 2025

P.J. HeijkoopVoorzitter en portefeuillehouder Algemeen Bestuurlijke Zaken
F.D. Van HeijningenVicevoorzitter en portefeuillehouder Ruimte
R.J. van DuijnPortefeuillehouder Economie
P. de BruijnPortefeuillehouder Bestuur en Middelen
I.G. MostertPortefeuillehouder Mobiliteit
J.A.C. LangeveldPortefeuillehouder Maatschappij en Wonen
M. Van den HendeSecretaris-Directeur (interim)

Tabel 1.8: Dagelijks Bestuur per 31-12-2025


2 Jaarverslag Programma verantwoording

2.1  Programma Strategie en Beleid

In de inleiding benoemden we al in het kort de verschillende werkzaamheden die we uitvoeren binnen het programma Strategie en Beleid van Holland Rijnland. In 2025 werkten we aan de uitvoering op de volgende onderdelen:

  • Regionale Investeringsagenda
  • Toekomstverkenningen
  • Projecten
  • Fondsen en Subsidies
  • Regionaal Beleid en Monitoring

Met het vaststellen van de Regionale Investeringsagenda – de inhoud in april, en het “hoe” in december – in het AB van Holland Rijnland, is een belangrijk kader vastgesteld voor regionaal samenwerken. Dat biedt houvast voor inzet en prioritering voor de komende jaren.

In dit hoofdstuk gaan we per product in op het antwoord op de vragen ‘wat hebben we bereikt’ en ‘wat hebben we daarvoor gedaan’. Tot slot laten we zien wat het heeft gekost.

2.1.1  Regionale Investeringsagenda

De Regionale Investeringsagenda is een overtuigend, gezamenlijk verhaal over de opgaven en enkele concrete investeringsprojecten voor de regio Holland Rijnland. Hiermee positioneren we onszelf als regio bij andere overheden en kunnen bij hen gericht aankloppen voor de benodigde cofinanciering van projecten. De Regionale Investeringsagenda bestaat uit drie gebiedsgerichte programma’s die leiden tot concrete projecten die bijdragen aan een duurzame ontwikkeling van onze regio. De programma’s zijn: de Stedelijke As, het Groene Hart, de Duin- en Bollenstreek.

Binnen de RIA geven we enerzijds invulling aan de uitvoering van de strategische projecten en anderzijds hebben we middelen in het Regionaal Fonds beschikbaar voor aanvragen vanuit gemeenten.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

De RIA bestaat uit twee onderdelen:
Projectenportefeuille (groen)
Voor bijna alle projecten uit de projectenportefeuille is een Plan van Aanpak vastgesteld, een Stuurgroep gevormd en een projectgroep gevormd.
De RIA zet in 2025 het nodige in beweging. Wat het opleverde, is: cofinanciering (€ 10 miljoen voor Regio Deal Sierteeltregio), versterking van de samenwerking tussen gemeenten, regio en provincie, inbreng op rRijks- en provinciaal niveau (NOVEX Zuidelijke Randstad en Groene Hart) en een integrale gebiedsaanpak (propositie ontwikkel-as).
We organiseren projectleidersbijeenkomsten, houden zicht op het proces van besluitvorming rondom de RIA samen met regiocoördinatoren, informeren colleges en gemeenteraden over de voortgang, nemen deel aan projecten en vervullen bij een aantal projecten de projectleidersrol en ambtelijk de opdrachtgeversrol.
Een uitgebreide rapportage over de voortgang van de prioritaire projecten hebben we als bijlage bij deze jaarstukken bijgevoegd.
Regionaal Fonds (oranje)
Het kader voor het Regionaal Fonds, in de vorm van thematische programma’s, is opgesteld en vastgesteld door het Algemeen Bestuur van maart 2025. Dit kader biedt houvast voor gemeenten om een aanvraag uit het Regionaal Fonds in te dienen. Het Regionaal Fonds subsidieerde in 2025 één project. Dat is minder dan verwacht. Dat is deels te verklaren doordat het cofinancieringsfonds doorliep in 2025, waardoor projectbijdragen eerst uit dit fonds zijn toegekend. Verder zijn gemeenten nog in voorbereiding van een aanvraag. Daarom verwachten wij het Regionaal Fonds in 2026 meer te kunnen benutten.
We stimuleren aanvragen en ondersteunen gemeenten waar nodig bij het indienen van een aanvraag.

2.1.2  Toekomstverkenningen

Naast de veertien strategische projecten zijn in de Regionale Investeringsagenda vier thema’s opgenomen die om een gezamenlijke aanpak en visie vragen: de toekomstverkenningen.

2.1.2.1  Bereikbaar en verbonden

Beoogd doel: Een gedragen visie en strategie voor het openbaar vervoersysteem 2050 in Holland Rijnland. Daarin streven we naar een verbeterde (OV-)verbinding tussen stad en platteland, de bestrijding van vervoersarmoede en de overgang naar duurzame vervoersmiddelen, waarmee we het duurzame mobiliteitsnetwerk van de toekomst vormgeven.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Oranje
In de commissie mobiliteit is in 2025 een start gemaakt met het formuleren van de criteria waaraan de OV-visie Holland Rijnland moet voldoen. Er is opdracht gegeven voor het schrijven van een startnotitie die de basis vormt voor de uitvraag voor de OV-visie.
In 2025 waren er andere prioriteiten (LUBB, MNDBS&H) waardoor er nog geen volledige inzet was op de OV-visie.

2.1.2.2  Economisch sterk en innovatief

Beoogd doel: Onze regio heeft het potentieel om een bloeiende kennisregio te worden, met prominente locaties zoals het Leiden Bio Science Park, Unmanned Valley en de NL Space Campus. Ondanks de diverse midden- en kleinbedrijven in Holland Rijnland ontbreekt het aan onderlinge connectie. Er bestaat een kloof tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Om deze uitdagingen aan te pakken, willen we kennisinstellingen en uitvoerende partijen in de regio beter verbinden via het Regionaal Fonds dat investeert in human capital en innovatie stimuleert bij mkb-bedrijven. We streven naar een scherp economisch profiel voor de regio, in lijn met de ambities van het Rijk en de provincie.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Groen
In 2024 is het onderzoek naar het economisch profiel van de regio opgesteld. Daaropvolgend is in 2025 een Regionaal Economisch koersdocument opgesteld. Het Koersdocument geeft antwoord op de centrale vraag: ‘Wat is de toekomstbestendige economie van Holland Rijnland?’. De koers geeft de regio richting om in te zetten op het creëren van een toekomstbestendige, vitale en concurrerende regionale economie, met het life sciences & health-cluster, het hightech cluster, de greenports en de circulaire bouw als onderscheidende sectoren met grote potentie. De koers biedt ook handvatten voor de RIA-projecten en het Regionaal Fonds.

2.1.2.3  Groen en klimaatbestendig

Beoogd doel: Onze regio streeft naar toekomstbestendigheid, waarbij water en bodem de leidende factoren worden voor ruimtelijke inrichting. Maatregelen voor versterking van natuur en klimaatbestendige inrichting zijn essentieel, zoals het beter vasthouden van water tijdens droogte en het opvangen daarvan tijdens hevige regenval. Slim gebruik van beperkte ruimte is cruciaal om onze grotendeels verstedelijkte regio gezond, groen en leefbaar te houden, terwijl ruimte wordt geboden aan woningbouw. Er wordt gebouwd aan een regionaal netwerk van groen en water, inclusief ecologische corridors, gebieden voor natuurrecreatie en uitbreiding van wandel- en fietsnetwerken. Dit zorgt voor een evenwichtige benutting van ruimte, bevordert de biodiversiteit, verrijkt het landschap en waarborgt de leefbaarheid en het groen van de regio.
Groen
In 2025 zijn de plannen van aanpak van project 10, Groenblauw raamwerk, en project 11, Benutten en versterken landschappelijke kwaliteiten, vastgesteld. In de werkregio Holland Rijnland Klimaatadaptatie zijn diverse projecten in uitvoering. Voor Leader Holland Rijnland en Hollandse Plassen ontvingen we voor diverse projecten subsidie (EU, provinciaal en gemeentelijk) en zijn diverse projecten gerealiseerd. Ook wordt het Uitvoeringsprogramma Hollandse Plassen (o.a. waterrecreatie) geactualiseerd.

2.1.3  Projecten

Naast de projecten en programma’s in het kader van de Regionale Investeringsagenda, zetten we ons vanuit het programma Strategie en Beleid ook in voor andere programma’s, projecten of processen. Hierbij is sprake van een duidelijk begin en eind, met een concreet resultaat.

2.1.3.1 Energie

Beoogd doel: In de Regionale Energiestrategie (RES) spreken we als regio de ambitie uit om in 2050 energie-neutraal te zijn. Met onze grote regionale ambities op het gebied van verstedelijking, wonen, economie en mobiliteit, is voldoende (duurzame) energie een randvoorwaarde. Er is meer opwek nodig, maar zeker ook een opwaardering van de onderliggende energie-infrastructuur. Om een toekomstbestendig regionaal energiesysteem in Holland Rijnland te ontwikkelen, stelden we het Energieprogramma op. Dit programma, dat loopt tot 2026, is gericht op het optimaliseren van onze samenwerking en concentreert zich op gezamenlijke regionale inspanningen om de doelstelling van de RES 1.0 te behalen. Het Energieprogramma biedt een kader voor de samenwerkende regiopartijen en vormt de basis voor verdere expertise-aanwerving in 2023-2026.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Groen

  • In 2025 ontwierpen we gezamenlijk met de regio een toekomstbeeld van het energiesysteem in 2050, inclusief een beeld voor warmte. Dankzij die toekomstbeelden weten we welke acties de komende twee tot drie jaar nodig zijn voor wonen, mobiliteit, economie, groen, ruimte en het energiesysteem – acties waaraan we werken met vele partijen. De acties uit de door alle colleges vastgestelde ActieAgenda Energiesysteem en Netcongestie helpen de gemeenten bij de integraliteit van hun werkzaamheden.
  • Door samen te werken met Liander hebben we beter zicht op de ambities in de regio en de samenhang met de uitbreiding van het elektriciteitsnet.
  • De taskforce Netcongestie hielp gemeenten ruimtelijke verkenningen sneller door te maken. Hierdoor is netverzwaring niet vertraagd. We werken aan netneutraal bouwen, we maken slim laden mogelijk en ondersteunen bedrijventerreinen in het doorvoeren van slimme oplossingen.
  • De taskforce Opwek hielp gemeenten met participatie en het versnellen van zon op dak.
  • Het toekomstbeeld warmte dient als gezamenlijk kompas om de warmtetransitie in de regio zo optimaal mogelijk te maken. Gemeenten werken in de regio samen aan kavelstrategieën en stemmen de ontwikkeling van warmtebedrijven af. Ook bouwen ze aan inzicht in financiële haalbaarheid voor een gezond warmtebedrijf en in betaalbaarheid, zodat inwoners hun energierekening kunnen betalen.
  • Gemeenten doorlopen met behulp van de taskforce Warmte participatieprocessen en maken een strategie op uitvoering.
2.1.3.2  Doorfietsroutes

Beoogd doel: Doel is om in 2025 een route of routeonderdeel richting uitvoering te brengen en een route richting ontwikkeling.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Groen
Begin 2025 is een verkennend onderzoek naar één van de prioritaire routes afgerond. Het gaat om de route Katwijk – Oegstgeest – Leiden. Binnen het RIA-project Doorfietsroutes werken we verder aan de planvorming.
Voor de communicatie over het project Doorfietsroutes ontwikkelden we voor de zomer een brochure. Deze brochure is gemaakt om raadsleden, AB-leden, colleges mee te nemen in de laatste stand van zaken. Daarnaast werd het Themacafé aangekondigd. Dit Themacafé organiseerden we in de maand november, samen met de provincie Zuid-Holland. Centraal stond het thema fietsstimulering. Naar het Themacafé kwamen raadsleden, AB-leden en ambtenaren.
Onder de paraplu van de RIA werken we aan het realiseren van het doorfietsroutenetwerk van Holland Rijnland.

2.1.3.3  Regio Deal Sierteeltregio

Beoogd doel: In de periode 2025 tot en met 2027 willen we de Regio Deal uitvoeren. Ook kijken we of we samen met de provincies en de verschillende Rijksdepartementen alsnog uitvoering kunnen geven aan de gestelde ambities los van het instrument Regio Deals.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Groen
We organiseerden de betrokkenheid van de samenwerking tussen de regionale partijen binnen de Regio Deal. Waaronder:

  • Communicatieve uitingen, zoals het opbouwen van een website voor de Regio Deal en de opmaak van het Startprogramma.
  • We hebben een aantal bijeenkomsten gefaciliteerd ten gunste van de Regio Deal, zoals een bestuurlijke bijeenkomst in Aalsmeer en een bijeenkomst over de opbouw van de programmalijnen in Boskoop.
2.1.3.4  Kantoren- en bedrijventerreinenstrategie

Beoogd doel: Voor het maken van juiste afwegingen in de benutting van schaarse ruimte, is goed inzicht in de behoefte naar bedrijventerreinen en kantoorruimten voor gemeenten essentieel. Op basis van dit inzicht stellen we een regionale kantorenstrategie en regionale bedrijventerreinenstrategie op die beantwoordt wat voor kantoren en bedrijvigheid we waar in de regio willen faciliteren.
Groen
Op verzoek van de provincie startte in oktober 2024 de actualisatie van de kantorenstrategiedie. Deze liep door tot maart 2025. De kantorenstrategie vormt de onderlegger voor de ruimtelijke ontwikkeling voor kantoorruimten. De afgeronde kantorenmonitor is meegenomen als bron in de actualisatie. Gedeputeerde Staten van provincie Zuid-Holland aanvaarde de kantorenmonitor in december 2025.

2.1.4  Fondsen en subsidies

2.1.4.1  Regionaal Investeringsfonds (RIF)

Beoogd doel: Het Regionaal Investeringsfonds, met een omvang van € 180 mln, is in 2008 tot en met 2023 ingesteld om, via cofinanciering, de bereikbaarheid en de leefbaarheid van de regio te verbeteren. De activiteiten binnen het RIF lopen door tot en met 2027.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Groen
Een aantal projecten binnen het Programma Ontsluiting Greenport van het Regionaal Investerings Fonds kon om verschillende redenen geen doorgang vinden. Er is gebruik gemaakt van de mogelijkheid om binnen het programma te schuiven met middelen. Er is een substantieel bedrag voor de fietsmaatregelen gereserveerd, zoals aangegeven in de Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek & Haarlemmermeer (MNDBS&H). Dit bedrag komt grotendeels overeen met de hoogte van de door de provincie Zuid-Holland gereserveerde middelen. Hierdoor is een co-financiering gerealiseerd van 100%.
De ontwikkelingen binnen het project Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek geven geen reden om het budget van € 12,5 miljoen verder te verdelen.
Voor de verdere ontwikkeling van het project Leiden Utrecht Beter Bereikbaar (waarvoor vanuit het RIF een bedrag van (afgerond) € 4,2miljoen is bijgedragen) zijn een gedeelte van de rentebaten van de RIF-middelen gebruikt als co-financiering voor het binnenhalen van de WoKT subsidie van € 34,2 miljoen

Groenprogramma

Het AB besloot in 2025 de termijn van de Tweede Sluis Roelofarendsveen te verschuiven naar Q4 2029. De afronding (2026) en realisatie van projecten uit het Groenprogramma loopt volgens planning.

2.1.4.2  Cofinancieringsfonds

Beoogd doel: Bevorderen van regionale, bovengemeentelijke initiatieven met een innovatief karakter die bijdragen aan het realiseren van de opgaven van Regio Holland Rijnland

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Groen
Aan de hand van het Cofinancieringsfonds worden regionale, bovengemeentelijke innovatieve initiatieven gefinancierd. In 2025 zijn vier aanvragen goedgekeurd:. Smartcirculair, Energietransitiehuis, Stichting Technolab en Drones voor strandtoerisme. Het totaalbedrag van deze aanvragen is € 303.250,-
Per 1 april 2025 trad het Regionaal Fonds in werking. Sindsdien sturen we erop om uit dit nieuwe fonds projecten te financieren. Na deze invoering zijn er geen subsidies meer verleend uit het Cofinancieringsfonds. Uit het Regionaal Fonds is er in 2025 één aanvraag gehonoreerd.
2025 was het laatste jaar dat het cofinancieringsfonds werd gevoed vanuit de reguliere gemeentelijke bijdrage. Omdat er een nieuw fonds is, wordt in 2026 het Cofinancieringsfonds officieel gesloten. Het AB zal daarbij besluiten wat er met het restantbedrag dient te gebeuren.
Lopende projecten gefinancierd door het Cofinancieringsfonds, kunnen gewoon continueren.

2.1.4.3  LEADER

Beoogd doel: LEADER is een Europees programma voor plattelandsontwikkeling dat initiatieven ondersteunt die bijdragen aan de versterking van de vitaliteit en economie van het platteland.

Het nieuwe programma LEADER Hollandse Plassen ging in april 2024 van start. Projecten die van deze middelen gebruikmaakten, zijn onder andere: Samengroeien (Alphen aan den Rijn-Hazerswoude Dorp), Proeftuinen complexe meerjarige teelten op veen (Alphen aan den Rijn-Hazerswoude Dorp), Veganistische zuivel (Kaag en Braassem-Oud Ade), Zuid Akker (Kaag en Braassem-Roelofarendsveen), Van Alphen tot De Diende (Alphen aan den Rijn) en Regionale mestverwerking (Alphen aan den Rijn-Boskoop).

In de nieuwe periode 2023-2027 is LEADER weer onderdeel van het Europese landbouw- en plattelandsbeleid. Dit keer valt het binnen het Nationaal Strategisch Plan (NSP), wat grofweg bestaat uit:

  • Pijler 1: directe subsidies voor agrariërs en marktordeningsmaatregelen.
  • Pijler 2: voor plattelandsontwikkeling.
Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Groen
De Leader-programma’s lopen volgens schema en gemaakte afspraken. Zowel de beheerkosten van Leader Holland Rijnland als de Hollandse Plassen zijn, met hulp van Regio Holland Rijnland, door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vastgesteld.
VoorLeader Holland Rijnland keurden we samen met de Lokale Actie Groep (LAG) twintig lokale projecten goed en ontvngen we € 2,3 miljoen subsidie (EU, provincie en gemeente) met een totale investering van € 5,1 miljoen.
Voor het Leader-programma Hollandse Plassen keurden we in 2025 samen met de LAG twaalf projecten goed en ontvingen we € 635.000,- subsidie (EU, provincie en gemeente) met een totale investering van € 1,5 miljoen.

2.1.4.4  Provinciale subsidieregeling mobiliteit

Beoogd doel: Reductie van het aantal verkeersslachtoffers in Holland Rijnland. Daarbij zetten we in op een permanente verbetering van de verkeersveiligheid door educatie en voorlichting aan verkeersdeelnemers in alle leeftijdsgroepen. De basis hiervoor is het Regionaal Plan Verkeersveiligheid.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Groen
Dankzij een subsidie van de provincie van € 2.081.700 voerden we in 2025 een flink aantal projecten uit. Zo verzorgden vijf ingehuurde verkeersleerkrachten praktische verkeerslessen op de basisscholen. In het voortgezet onderwijs waren allerlei projecten gericht op gedragsverbetering in het verkeer. Voor senioren organiseerden we verschillende projecten, waaronder scootmobiel-cursussen en rijvaardigheidstrainingen. Voor volwassenen, die nog moesten leren fietsen, werden Fietscursussen voor Volwassenen georganiseerd. Op 235 campagneframes langs de wegen in Holland Rijnland werden posters opgehangen voor de landelijke Campagnekalender. Voor jonge autorijders werden speciale dagen georganiseerd. Verder voerden we projecten uit op het gebied van voorschoolse verkeerseducatie.
Ook dienden we in juli 2025 een subsidie-aanvraag in bij provincie Zuid-Holland ter grootte van €2.850.055 voor regionale infrastructurele projecten. Deze aanvraag, genaamd Gebiedsagenda, bestaat onder meer uit een projectenlijst voor de komende vier jaar die voldoet aan een provinciaal format. De provincie toetst de Gebiedsagenda aan het Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur.

2.1.5  Regionaal beleid en monitoring

2.1.5.1  Wonen

Beoogd doel: In onze regio moeten circa 30.000 nieuwe woningen worden gebouwd voor 2030. In de Regionale Woonagenda maken we, in regionaal verband, afspraken hoe we dit willen bereiken. Met deze agenda stemmen we de regionale woningbouwopgave af met andere regionale ruimteclaims en anticiperen we op de gevolgen voor onder andere mobiliteit en elektriciteitsvoorziening. We besteden aandacht aan kwantiteit en kwaliteit: de juiste woning op de juiste plek. Net als op alle andere vlakken, is samenwerking met de provincie, het Rijk en andere partners cruciaal, aangezien dit procedures aanzienlijk kan versnellen. In de regionale woondeal Holland Rijnland zijn afspraken gemaakt met het Rijk, de provincie, het hoogheemraadschap, de gemeenten en de woningcorporaties over wat ieders rol en verantwoordelijkheid daarin is.

Tot slot streven we met onze regionale Huisvestingsverordening naar een rechtvaardige en doelmatige verdeling van de schaarse woningen in de sociale sector.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Groen

Huisvestingsverordening

In 2025 is er gewerkt aan de actualisatie van de Huisvestingsverordening Regio Holland Rijnland. In de verordening leggen gemeenten gezamenlijk vast hoe zij sociale- en middenhuurwoningen binnen de regio verdelen. De nieuwe huisvestingsverordening is op 12 november 2025 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. De verordening trad op 1 januari 2026 in werking.

Contingentregeling

De Regio Holland Rijnland actualiseert jaarlijks het aantal contingentplekken. Het aantal contingentplekken voor 2025 was wederom 250 plekken, waarvan 50 ambulant. Uiteindelijk bleek uit de monitor 2025 dat in totaal 211 contigentplekken zijn benut, waarvan 41 ambulant.

Regionale Woonagenda

In de eerste helft van 2025 bespraken we met de bestuurders, tijdens de commissie wonen, de voortgangsmonitor van de afspraken uit de regionale woonagenda. Voor de afspraken die extra aandacht vragen, brachten we in kaart welke extra inzet nodig is en wie hiervoor verantwoordelijk is. Bijvoorbeeld: één van de afspraken waarvoor extra inzet nodig is, is het woonwagendossier. Conform de Regionale Woonagenda dienen er 36 woonwagenstandplaatsen in de regio te worden gerealiseerd. Tot op heden zijn er nog geen standplaatsen gerealiseerd.

Versnellingstafel

In 2025 kwam de Regionale Versnellingstafel zeven keer bijeen. Tijdens de overleggen bogen de versnellers, vertegenwoordigers van gemeenten, corporaties, bouwers, ontwikkelaars, het Rijk, de provincie en nutspartijen, zich over knelpunten bij 41 (huidige casuïstiek lijst + afgeronde projecten) woningbouwprojecten, goed voor 12.577 woningen. In totaal zijn er drie dossiers losgetrokken en 21 versneld. In 2025 startte in de regio de bouw van 4.000 woningen, dat is 120% van de doelstelling.

Regionaal woningbouwprogramma

Ook dit jaar boden wij het regionaal woningbouwprogramma aan de provincie Zuid-Holland aan.

Beleidscommissie woonruimteverdeling

In de beleidscommissie woonruimteverdeling zit een bestuurlijke afvaardiging van gemeenten, corporaties, en huurdersverenigingen. Zij adviseren het Dagelijks Bestuur over woonruimteverdeling, zoals geregeld in de huisvestingsverordening. Dit jaar zijn er vier beleidscommissies georganiseerd, waarvan één schriftelijke ronde.

2.1.5.1  OV-concessies

Beoogd doel: We streven naar een pakket van buslijndiensten dat voldoet aan de bereikbaarheidswensen van alle kernen in de regio. Daarnaast streven we, samen met provincie Zuid-Holland, NS en ProRail, naar een frequentieverhoging gedurende de hele dag op de spoorlijn Leiden-Utrecht.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Groen
Regio Holland Rijnland is lid van de stuurgroep OV-concessie. We droegen actief bij aan de gesprekken en afspraken die leidden tot een betere dienstverlening.

2.1.5.3  Schiphol

Beoogd doel: Herziening van het luchtruim en de cumulatieregeling geluid maken inzet van Regio Holland Rijnland op het Schipholdossier nodig. Ook al vanwege de constatering dat het huidige debat wordt gedomineerd door Noord-Hollandse partijen.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Groen
Regio Holland Rijnland levert samen met provincie Zuid-Holland en de Omgevingsdienst West Holland inspanningen op dit dossier. Regio Holland Rijnland is actief ambtelijk lid van de stuurgroep herziening van de cumulatieregeling, welke getrokken wordt door het Ministerie van IenW. In 2025 brachten we vanuit de regio input in. Tegelijkertijd brachten we de belangen van de regio op diverse rijks- en provinciale tafels actief in, in het kader van de regionale ruimtelijke vraagstukken waar Regio Holland Rijnland in 2025 aan bijdroeg.

2.1.5.4  Kantorenmonitor

Beoogd doel: inzichtelijk maken hoe regionale vraag en aanbod van kantoren zich ontwikkelt, met speciale aandacht voor leegstand.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Groen
De kantorenmonitor is conform opdracht uitgevoerd in januari 2025. De monitor laat zien welke mutaties zich voordeden op de kantorenmarkt in het voorgaande jaar (2024). De trend wijkt niet af van eerdere jaren. De vraag voor kantoorruimte in nabijheid van grote OV-locaties is hoog en het aanbod is schaars. De uitkomsten van de kantorenmonitor is meegenomen in de actualisatie van de regionale kantorenstrategie.

2.1.5.6 Huisvesting asielzoekers

Beoogd doel: In 2023 spraken de gemeenten in Holland Rijnland af om 2.200 duurzame asiel-opvangplekken te realiseren. Regio Holland Rijnland zorgt – ook in 2025 – voor de regionale afstemming en coördinatie tussen de gemeenten om die afspraak te realiseren.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Oranje
We organiseerden de periodieke Regionale Regietafels zodat bestuurders van alle deelnemende gemeenten bestuurlijk met elkaar konden afstemmen hoe om te gaan met kansen en mogelijkheden om asielzoekers op te vangen. Tevens stond 2025 in het teken van de nieuwe verdeling van het aantal asielzoekers per gemeente en de bezwaren die hierop zijn gemaakt vanuit sommige gemeenten.
Het realiseren van deze opgave blijkt lastiger dan initieel voorzien. Het beperkte woningaanbod en de beperkte fysieke mogelijkheden in de regio maken het lastig om succesvol opvangplekken te realiseren. Momenteel lopen we dan ook achter op hetgeen we toegezegden in 2022. In 2026 kijken we naar nieuwe kansen en manieren om alsnog de opgave te kunnen realiseren.

2.1.6  Wat heeft het programma Strategie en Beleid gekost?

Strategie en BeleidRekening 2024Primitieve begroting 2025Begrotings wijzigingen 2025Begroting 2025 na wijzigingRekening 2025Verschil 2025
Directe kosten4.593.1961.943.1864.695.5696.638.7555.302.8241.335.931
Kosten werkorganisatie1.089.8101.577.282-144.0411.433.2411.365.57467.667
Lasten5.683.0063.520.4684.551.5288.071.9966.668.3981.403.598
Bijdrage gemeenten--1.023.574-4.360.519-5.384.093-4.454.638-929.455
Bijdrage van derden-3.631.862-----
Baten-3.631.862-1.023.574-4.360.519-5.384.093-4.454.638-929.455
Saldo van baten en lasten2.051.1452.496.894191.0092.687.9032.213.760474.143
Storting in reserves--219.156219.156219.156-
Onttrekking uit reserves-239.140-30.000-325.000-355.000-355.000-
Saldo reserveringen-239.140-30.000-105.844-135.844-135.844-
Resultaat1.812.0042.466.89485.1652.552.0592.077.916474.143

Tabel 2.1: resultaat programma Strategie en Beleid

Voor een nadere toelichting op de baten en lasten per product verwijzen we naar hoofdstuk 4.2.

2.2  Programma Regionale Uitvoering

De organisatie Holland Rijnland heeft in opdracht van de gemeenten drie uitvoerende taken. Deze uitvoerende taken zijn ondergebracht in het programma Regionale Uitvoering. De taken betreffen:

  • Het Regionaal Bureau Leerrecht. Deze geeft voor elf van de dertien gemeenten uitvoering aan de Leerplichtwet en de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voor voortijdig schoolverlaten;
  • Het secretariaat van de Regionale Urgentiecommissie;
  • Voor de Regiotaxi, de aanbesteding, het onderhouden van contacten met betrokken partijen en het voeren van contractbeheer met aanbieder(s).

2.2.1  Regionaal Bureau Leerrecht

Beoogd doel:

  • Steeds meer kinderen en jongeren volgen onderwijs. Als onderwijs niet passend is, werken ze en/of krijgen ze (jeugd)hulp;
  • Thuiszitters en voortijdig schoolverlaters worden vaker toegeleid naar onderwijs of, als onderwijs niet passend is, naar werk en/of hulpverlening;
  • Verzuimende leerlingen volgen na onze interventies vaker de lessen;
  • Jongeren, ouders, scholen en partners waarderen onze dienstverlening steeds beter.
Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Groen
Het RBL voerde in 2025 de taken uit voor elf gemeenten op het gebied van leerrecht, verzuim, voortijdig schoolverlaten en Doorstroompunt. Over het schooljaar 2024-2025 is in een jaarverslag gerapporteerd.

Primair en voortgezet onderwijs

Aan alle scholen in de regio waren leerrechtconsulenten verbonden die verzuimmeldingen oppakten. Consulenten gingen met scholen en andere betrokkenen in gesprek over de achterliggende oorzaken van het verzuim en keken naar oplossingen om uitval en verder verzuim te voorkomen. Wanneer dat passend was, werd een waarschuwing gegeven of een proces-verbaal opgemaakt. Ook voerden consulenten preventieve gesprekken. Het kortdurend en absoluut verzuim daalde in de regio. Consulenten monitorden daarnaast de vrijstellingen of werkten mee aan een vrijstellingsprocedure.
Leerrechtconsulenten zetten zich in voor jeugdigen die minder dan 50% naar school gingen (voor vier aaneengesloten weken). Het aantal thuiszitters dat helemaal niet naar school gaat, groeide in 2025 opnieuw maar wel minder hard dan voorheen. Consulenten van het RBL coördineren, begeleiden en voeren gesprekken om, samen met partners, te zorgen voor regie, de juiste ondersteuning, perspectief en een daginvulling.
Op beleidsniveau werkten we afgelopen schooljaar intensief samen met andere partijen in de regio. We namen deel aan overleggen, zetten ons actief in voor een betere data-analyse van de thuiszitters en waren betrokken bij de analyse van de verschillende doelgroepen thuiszitters. We startten de gesprekken met het onderwijs op over schoolaanwezigheid. De afsprakenkaart van het RBL rond de aanpak van verzuim en thuiszitten werd herzien en gedeeld met partners. We zien toe op de uitvoer van deze afspraken.

Het Doorstroompunt

Het RBLvoerde alle wettelijke taken en extra regionale taken rond het Doorstroompunt uit. Het Doorstroompunt is onder andere verantwoordelijk voor het behandelen van verzuim op het mbo en het tegengaan van voortijdig schoolverlaten op het mbo. Daarnaast monitort het Doorstroompunt jongeren van 18 tot 23 jaar zonder startkwalificatie.
In het terugdringen van verzuim werkte het Doorstroompunt nauw samen met mboRijnland en de (voor onze regio) meest belangrijke mbo-opleidingen. Met de opleidingen maakten we goede afspraken. Het Doorstroompunt ging in gesprek over de oorzaken van het verzuim. Samen met de jongeren werd gezocht naar oplossingen om het verzuim tegen te gaan. Het Doorstroompunt richtte zich, samen met jongeren (en eventueel ouders), op het in kaart brengen van de onderliggende oorzaken én op het zoveel mogelijk continueren van de schoolloopbaan. Daar waar dit niet mogelijk was, begeleidden we jongeren richting andere duurzame mogelijkheden.
Het Doorstroompunt benaderde alle jongeren zonder startkwalificatie, zonder schoolinschrijving tot 23 jaar onder een bepaald inkomen. Het RBL begeleidde de jongeren die daar behoefte aan hadden naar school of werk.
De vsv-aanpak bleek succesvol. Het percentage voortijdig schoolverlaters daalde verder naar 1,9% (dat is lager dan landelijk en lager dan vergelijkbare regio’s).
We bereidden ons in 2025 verder voor op de nieuwe wet ‘van school naar duurzaam werk’ (ingangsdatum 1 januari 2026), waarbij we onder andere bij verschillende gemeenten al jongeren begeleidden tussen de 23-27 jaar. Op de Entree werd aanvullend ingezet om jongeren die uitvallen intensiever te begeleiden naar andere duurzame mogelijkheden.
Vanuit de coördinerende rol van het RBL bereidden we het nieuwe regionale programma vsv en duurzaam werk (2026-2029) voor. Eind 2025 werd dit programma, na een intensief participatieproces, geaccordeerd door de Regiegroep VSV en ingediend bij het ministerie.

2.2.2  Woonurgenties

Beoogd doel: We zorgen voor een effectieve en efficiënte uitvoering van de taken rondom urgentieaanvragen voor sociale huurwoningen

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Groen
Ook in 2025 droeg het team woonurgenties van Regio Holland Rijnland bij aan een effectieve en efficiënte uitvoering van de taken rondom urgentieaanvragen voor sociale huurwoningen. Aanvragen werden tijdig opgepakt. Het team was ondersteuner en gesprekspartner van de onafhankelijke Regionale urgentiecommissie.
Het aantal aanvragen voor urgentie steeg net als het aantal stadsvernieuwingsurgenties. Dit is voor mensen die urgent een vervangende woning nodig hebben vanwege sloop-nieuwbouwprojecten. Samen met de corporaties handelden we deze aanvragen tijdig af.
Er werd, naar aanleiding van het per direct stoppen van het lopende aanbod, een nieuwe aanbieder gevonden voor de inzet van sociaal medische advisering.
We bereidden de implementatie voor van van een digitaal voorrangssysteem, waarbij het mogelijk wordt om digitaal urgentie aan te vragen. Dit ook ter voorbereiding op de wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer. Daarbij spraken we met woningcorporaties over hun rol in het urgentieproces en de benodigde nieuwe werkwijze die in 2026 in werking zal treden.

2.2.3  Regiotaxi

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Groen
Met de Regiotaxi zorgden we ervoor dat alle inwoners van onze regio veilig en plezierig van A naar B konden reizen als de auto of het OV voor hen geen optie of wens was. We voerden contractbeheer door maandelijks te overleggen met de vervoerder over de naleving van het contract. We overlegden in 2025 vier keer met de belangenorganisaties, verenigd in de Klankbordgroep, en met de dertien gemeenten. We zorgden voor communicatie met de reizigers via nieuwsbrieven en de website.
De uitvoering van de Regiotaxi verliep hierbij voorspoedig. Zo gaven reizigers in alle gemeenten rapportcijfers van een 8 of meer voor klanttevredenheid. Het aantal klachten was laag. Er is een landelijk tekort aan chauffeurs en personeel. De vervoerder investeerde fors in het werven en behouden van personeel. Maar ondanks de extra inspanningen behaalde de vervoerder niet de gewenste stiptheid van 95%. Hierop pasten we als contractbeheerder de malusregeling toe en bleven we voortdurend in gesprek met de vervoerder.
Wel verbeterde, met de inzet van de vervoerder, verschillende andere onderdelen, zoals de terugbelservice. Ook reed de vervoerder volgens afspraak zo goed als 100% zero emissie. Hierin is Regio Holland Rijnland landelijk koploper.

2.2.4  Wat heeft het programma Regionale Uitvoering gekost?

Regionale UitvoeringRekening 2024Primitieve begroting 2025Begrotings wijzigingen 2025Begroting 2025 na wijzigingRekening 2025Verschil 2025
Directe kosten744.700981.813-225.745756.068478.376277.692
Kosten werkorganisatie2.712.1152.960.605106.4833.067.0883.047.80219.286
Lasten3.456.8143.942.418-119.2623.823.1563.526.178296.978
Bijdrage gemeenten-179.163-1.586.783-216.312-1.803.095-1.785.998-17.097
Bijdrage van derden-1.661.056-----
Baten-1.840.219-1.586.783-216.312-1.803.095-1.785.998-17.097
Saldo van baten en lasten1.616.5952.355.635-335.5742.020.0611.740.180279.881
Storting in reserves------
Onttrekking uit reserves-213.012-----
Saldo reserveringen-213.012-----
Resultaat1.403.5832.355.635-335.5742.020.0611.740.180279.881

Tabel 2.2: resultaat programma Regionale Uitvoering

Voor een nadere toelichting op de baten en lasten per product verwijzen we naar hoofdstuk 4.2.

2.3 Algemene dekkingsmiddelen en Overhead

2.3.1 Overhead

Ondersteuning primair proces

Beoogd doel: De overheadtaken van Holland Rijnland richten zich op een effectieve en efficiënte ondersteuning van bestuur en organisatie en bestaan uit activiteiten zoals management, control, managementondersteuning, bestuurszaken en bestuursondersteuning. Deze activiteiten moeten ertoe leiden dat Regio Holland Rijnland de basistaken kan uitvoeren en voldoet aan de wet- en regelgeving.

Verwachte (beleids)realisatie eind 2025:

Informatie over de voortgang van overheadsactiviteiten valt uiteen in twee categorieën:

  1. Ondersteuning primair proces, met als onderdelen: algemeen beeld overhead en Organisatieontwikkeling (a. opleidingsbudget, b. P&C-cyclus, c. administratieve organisatie en d. interne regelgeving)
  2. Compliance wet- en regelgeving, met als onderdelen: Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), Wet politiegegevens, Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) en Wet Open Overheid (Woo)
Algemeen beeld overhead

Groen
Regio Holland Rijnland streeft naar een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering. Regio Holland Rijnland heeft met de begroting 2025 grip kunnen houden op de overheadkosten. We hebben zo een continue en kwalitatieve ondersteuning kunnen bieden aan het het primaire proces.

Bedrijfsvoering – Financiën in eigen beheer

Groen
Als onderdeel van de taakstelling in relatie tot het ravijnjaar, realiseert Regio Holland Rijnland een besparing op de bedrijfsvoeringkosten door per 2026 de finanicën in eigen beheer te nemen. In 2025 gaven we uitvoering aan dit project. De voorbereidingen op de overgang van de financiële administratie van IDA Leiden naar Regio Holland Rijnland verliepen binnen budget en volgens planning.

Bedrijfsvoering – Communicatie

Groen
Met inwerkingtreding van de nieuwe GR per 30 oktober 2025 wijzigde ook onze naam in Regio Holland Rijnland. Dit was tegelijk het uitgelezen moment de tien jaar oude website te vernieuwen en zowel toekomstbestendig als Wmebv-proof te maken. Binnen dezelfde opdracht vulden we de beeldbank en vernieuwden de huisstijl. De werkzaamheden voerden we uit binnen budget.

Organisatie – Opleidingskosten

Oranje
Met 3% van de loonsom als opleidingsbudget heeft Regio Holland Rijnland stevige ambities op ontwikkeling van de medewerkers. In 2025 honoreerden we alle opleidingsverzoeken. Met 1,5% van de loonsom is het in 2025 echter niet gelukt om de volledige 3% aan opleidingskosten te realiseren. Het gerealiseerde percentage is op gelijke hoogte met andere gemeentelijke organisaties.

Organisatie – P&C-cyclus

Groen
De producten van de P&C-cyclus droegen in 2025 bij aan het in control blijven van de organisatie. De versimpelde weergave van activiteiten en het streven om beknopter te zijn, dragen bij aan een heldere planning, (bij)sturing en verantwoording.

Organisatie – administratieve organisatie

Groen
In het verslag van bevindingen 2024 deed de accountant de aanbeveling om de risico’s en beheersmaatregelen van de administratieve processen steviger te verankeren in de administratieve organisatie. We hebben de processen beschreven, de risico’s geïnventariseerd en beheersmaatregelen opgesteld om deze te mitigeren.

Compliance wet- en regelgeving

Interne regelgeving

Groen
In 2025 actualiseerden we het normenkader. Daarnaast hebben we in 2025 het mandaatregister en de budgethoudersregeling geactualiseerd.

Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

Groen
In 2023 sprak het dagelijks bestuur uit het ambitieniveau “bepaald” (3 van 4) na te streven. Regio Holland Rijnland verwacht dit niveau te halen in 2025, net als voorgaande jaren. De Functionaris Gegevensbescherming biedt het jaarverslag 2025 aan het Algemeen Bestuur aan met de definitieve bevindingen.

Wet politiegegevens (Wpg)

Groen
In 2023 heeft het Dagelijks Bestuur uitgesproken het ambitieniveau ‘voldoende’ na te streven. In 2025 auditeerde een externe bureau de naleving van de Wpg. In de auditrapportage wordt op auditnormen het oordeel ‘voldoet’, ‘voldoet deels’ en ‘voldoet niet’ gegeven. Een algemeen eindoordeel zoals ‘voldoende’ komt niet voor in een audit. Van de beoordeelde auditnormen voldoen er veertien volgens de audit, zes voldoen deels en één auditnorm voldoet niet.
Hieruit volgt dat het ambitieniveau van het DB is behaald. Het DB stelde tegelijkertijd een verbeterplan vast om te zorgen dat op alle normen die nog niet ‘voldoen’ verbetering plaatsvindt. Op deze normen vindt in 2026 een hercontrole plaats, uitgevoerd door een externe auditor.

Wet Open Overheid

Groen
In 2024 sprak het dagelijks bestuur uit het ambitieniveau “basis” na te streven. Regio Holland Rijnland behaalde dit niveau in 2025.

Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr)

Groen
In de laatste vergadering van 2024 stelde het algemeen bestuur de geactualiseerde GR vast. Begin 2025 verzocht Regio Holland Rijnland de colleges en raden van de dertien gemeenten de GR ook zelf vast te stellen. Na vaststelling van alle deelnemers, publiceerden we de nieuwe GR op 30 okotber 2025.

2.3.2. Algemene dekkingsmiddelen

Beoogd doel:

Beleidsrealisatie eind 2025:

Begrotingsevenwicht – Sluitende begroting

Oranje
Regio Holland Rijnland heeft in 2025 een positief resultaat voor bestemming van € 867K gerealiseerd. Daarvan betreft

€ 230K een vrijval in de voorzieningen. Zonder deze vrijval is het resultaat € 637K positief, waar we een negatief resultaat van € 199K hebben begroot. De begroting is zodoende sluitend, maar we hebben minder kosten gerealiseerd dan met de tussentijdse rapportage begroot en er zit ruimte tussen de prognose en uiteindelijke realisatie.

Rentebaten

Oranje
Regio Holland Rijnland realiseerde € 40K aan rentebaten. Dat is minder dan de begrote € 100K. Daar merken we bij op dat we daarin ook uitgingen van rentebaten voortkomend uit de RIA. Deze renten administreren we via de balans en tellen op tot € 50K

Regio Holland Rijnland realiseerde € 40K aan rentebaten. Dat is minder dan de begrote € 100K. Daar merken we bij op dat we daarin ook uitgingen van rentebaten voortkomend uit de RIA. Deze renten administreren we via de balans en tellen op tot

€ 50K.

2.3.3 Wat heeft Algemene dekkingsmiddelen en Overhead gekost?

Algemene dekkingsmiddelen en OverheadRekening 2024Primitieve begroting 2025Begrotings wijzigingen 2025Begroting 2025 na wijzigingRekening 2025Verschil 2025
Directe kosten243.151-93.78793.7876.61687.171
Kosten werkorganisatie3.385.4162.987.493415.2223.402.7153.423.954-21.239
Lasten3.628.5672.987.493509.0093.496.5023.430.57065.932
Bijdrage gemeenten-6.635.845-7.660.022--7.660.022-7.660.022-0
Bijdrage van derden-88.512-150.000-45.740-195.740-399.638203.898
Inkomsten werkorganisatie-127.952-----
Baten-6.852.309-7.810.022-45.740-7.855.762-8.059.660203.898
Saldo van baten en lasten-3.223.742-4.822.529463.269-4.359.260-4.629.091269.831
Storting in reserves------
Onttrekking uit reserves-37.318--13.404-13.404-13.404-
Saldo reserveringen-37.318--13.404-13.404-13.404-
Resultaat-3.261.060-4.822.529449.865-4.372.664-4.642.495269.831

Tabel 2.3: resultaat programma Bedrijfsvoering

Voor een nadere toelichting op de baten en lasten per product verwijzen we naar hoofdstuk 4.2.


3 Jaarverslag Paragrafen

3.1  Lokale heffingen

Voor één van de overige uitvoerende taken worden leges geïnd, namelijk bij de uitvoering van de woonruimteverdeling voor de toetsing van urgentieverzoeken. Het gaat om een bedrag van € 87 per aanvraag voor een urgentie of een stadvernieuwingsurgentie. In 2025 is een bedrag van € 44K aan leges ontvangen. Begroot was een bedrag van € 33K. De onkosten voor het product Woonurgenties worden zo voornamelijk gedekt uit de reguliere bijdrage van gemeenten.

3.2  Weerstandsvermogen en risicobeheersing

De deelnemende gemeenten zijn, op grond van de gemeenschappelijke regeling, gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiële situatie bij het samenwerkingsorgaan en voor mogelijke tekorten of financiële tegenvallers. Dit houdt in dat Regio Holland Rijnland geen weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit hoeft aan te houden (zie kader). Omdat het samenwerkingsorgaan niet beschikt over vreemd vermogen, is Regio Holland Rijnland niet gevoelig voor fluctuaties in rentepercentages. Regio Holland Rijnland heeft bij het opstellen van deze jaarrekening € 11K ter beschikking als algemene reserve die eventueel kan worden ingezet wanneer risico’s zich voordoen. Daarnaast heeft Regio Holland Rijnland in de begroting 2025 een post opgenomen voor uitgaven die onuitstelbaar, onvoorzienbaar en onvermijdbaar zijn.

Regio Holland Rijnland informeert de deelnemende gemeenten driemaal per jaar over het verloop van de begroting door middel van de begroting, de Tussentijdse rapportage (Turap) en de jaarrekening. Indien aan de orde, informeert het DB het AB over ontwikkelingen en legt zo nodig een begrotingswijziging voor aan het AB. Eventuele risico’s worden zo spoedig mogelijk gemeld. Op basis van deze informatie zijn gemeenten in staat om voldoende voorzieningen te treffen in de eigen begroting. De eventuele risico’s kunnen worden betrokken in het geheel van de door de gemeenten gelopen risico’s. Om die reden is er geen afzonderlijke risicoreserve bij de gemeenschappelijke regeling aangehouden.

Weerstandsvermogen: Het vermogen van Holland Rijnland om onverwachte financiële tegenvallers op te kunnen vangen.
Risico’s: Onder risico’s wordt verstaan: alle voorzienbare risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie.

Weerstandscapaciteit

Artikel 11a BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) beschrijft welke middelen tot de weerstandscapaciteit behoren: de middelen en mogelijkheden waarover de provincie respectievelijk de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Randvoorwaarde is dat de inzet van deze middelen geen invloed heeft op de uitvoering van de programma’s. Voor Regio Holland Rijnland geldt dat de algemene reserve en de post onvoorzien deel uitmaken van de weerstandscapaciteit. Met de begroting 2025 heeft Regio Holland Rijnland een bedrag van € 63K opgenomen. De weerstandscapaciteit bedraagt per 1-1-2025 derhalve € 74K.

Risico’s

Jaarlijks inventariseert Regio Holland Rijnland in de begroting de risico’s voor de organisatie. Deze risico’s kunnen zowel van binnen als van buiten de organisatie afkomstig zijn. In deze inventarisatie proberen we de risico’s zo veel mogelijk te kwantificeren. Dat doen we door twee onderdelen nader te bepalen: de mate van risico (kans x impact) en de geraamde financiële impact wanneer het risico zich voordoet.

De mate van risico (weging) bepalen we door de kans te vermenigvuldigen met de impact, beide op een schaal van 1 tot 5. In de mate van risico onderscheiden we laag (1-8), midden (9-16) en hoog (17-25).

Per 1-1-2026 hanteren we onderstaande wegingen van risico’s:

Omschrijving risicoKansImpactScoreBeheersmaatregelGeraamde impact maximaal
1De inhoud van de nog af te sluiten CAO 2026 is niet bekend. We gaan voor 2027 uit van een (loon)stijging van 6,3% (inschatting ABP), volgt uit septembercirculaire. We krijgen 4,53% geïndexeerd conform advies FKGR (Financiële Kaderstelling Gemeentelijke Regelingen). Regio Holland Rijnland haalt zodoende mogelijk de gestelde doelen niet en extra inzet is nodig om deze alsnog te behalen5315We hebben in de begroting minder activiteiten ingezet op de producten.€112K (1,7% van de bruto loonsom: 1,7% * €6.586K = €112K)
2Toegekende (totale) indexatie vanuit deelnemende gemeenten (=advies FKGR) loopt achter op de stijging van de materiële kosten326Regio Holland Rijnland vangt prijsstijgingen op binnen de eigen begroting.€56K (1% van de materiële lasten: 1% * €5.612K = €56K)
3Wanneer gemeenten geen eigen inleg doen voor verkeersveiligheidsprojecten (SRM gedragsbeïnvloeding) dan zal er geen doorgang kunnen vinden voor verkeersveiligheid projecten voor de betreffende gemeente en zal het bedrag dat de provincie bijlegt, vaak 75%, terugbetaald moeten worden155Regio Holland Rijnland onderhoudt actief contact met de deelnemende gemeenten over de subsidie en benoemtbde risico's. We schatten de kans laag in dat alle (of het merendeel van) gemeenten geen eigen inleg doen€231K (Dit is de hoogte van de begrote gemeentelijke bijdragen aan de projecten)
4Structurele subsidieverstrekkers houden de subsidiebijdragen op een vast prijspeil. Regio Holland Rijnland moet dezelfde hoeveelheid werkzaamheden uitvoeren met minder middelen. Op termijn is dit niet houdbaar5210We voeren minder activiteiten uit op de gesubsidieeerde werkzaamheden€101K (2,6% * € 3,9 mln)
5De baten van Regio Holland Rijnland vanuit de gemeentelijke bijdragen worden niet gecorrigeerd voor de groei van het aantal inwoners in de regio, waardoor Regio Holland Rijnland meer inwoners moet bedienen en daar geen middelen voor ontvangt515Regio Holland Rijnland vangt eventuele extra werkzaamheden op binnen de eigen begroting. Impact gering aangezien dit primair gevolgen heeft voor de uitvoerende taken.
Merk op dat uiteindelijk een grotere regio een groter beroep doet
op een ambtelijke organisatie, ook waar het beleidstaken betreft
€ 35K (groei inwoners 0,45% * gem. bijdrage € 7.672K = €35K) Merk op dat dit effect structureel lagere baten sorteert, dit werkt jaar op jaar door).
6Regio Holland Rijnland is naar aanleiding van de regionale woondeal aangewezen als trekker van de Versnellingstafel Woningbouw. Voor dekking van de activiteiten is Regio Holland Rijnland afhankelijk van de provincie Zuid-Holland als subsidieverstrekker326De financiële bijdrage van de provincie Zuid-Holland is in 2026 bijgesteld naar €67K. Dit is lager dan de €110K die Regio Holland Rijnland in 2025 kon bijschrijven. Het bedrag voor 2027 is nog niet bekend, we gaan uit van €67K€67K (dit is de hoogte van de subsidie)
7Er is niet voorzien in financiële dekking voor claims bij openbaar worden gegevens of verlies van gegevens en boetes van de Autoriteit Persoons gegevens (AVG en Wpg).133Investeren in bewustwording privacy en informatieveiligheid. Implementeren, borgen en toezien op naleving maatregelen door Privacy Officer en Functionaris Gegevensbescherming.€30K (hoogte boete AP bij kleinere gemeente)
8Wanneer een grootschalig beveiligingsincident plaatsvindt (hack of ransom aanval) moet Regio Holland Rijnland de expertise inhuren om hiernaar te handelen.155Regio Holland Rijnland heeft een risico-inventarisatie uitgevoerd op de ICT-processen en heeft beheersmaatregelen getroffen.€100K

Tabel 3.1 Risicotabel Regio Holland Rijnland

Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van de score uit de risicotabel en de (maximaal) geraamde impact wanneer het risico zich voordoet, kunnen we een inschatting maken van de benodigde weerstandscapaciteit. Een lage score (1-8) telt voor 25% van de (maximaal) geraamde impact mee, een midden score (9-16) voor 50% en een hoge score (16-25) telt voor 75% mee voor de benodigde weerstandscapaciteit.

Onderstaande tabel laat de weging zien en geeft een overzicht van de benodigde weerstandscapaciteit

RisicoWegingMaximale impactBenodigde weerstands-capaciteit
1CAO stijging hoger dan looncompensatie FKGR50%11256
2Materiële kostenstijging hoger dan indexatie FKGR25%5614
3Geen eigen inleg gemeenten SRM gedragsbeïnvloeding25%694174
4Geen indexatie subsidies50%10151
5Baten niet gecorrigeerd voor groei aantal inwoners25%359
6Geen structurele dekking Versnellingstafel Wonen25%6717
7Claims bij datalekken en boetes Autoriteit Persoonsgegevens25%308
8Inhuur expertise bij beveiligingsincident25%10025
Totaal29%1.195352

Tabel 3.2: Benodigde weerstandscapaciteit (bedragen in € x 1.000)

Weerstandsratio

De weerstandsratio is de verhouding tussen benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit. Regio Holland Rijnland heeft geen norm vastgesteld voor de weerstandsratio. Een eventueel negatief resultaat brengt Regio Holland Rijnland immers in rekening bij de deelnemende gemeenten, conform de afspraken rond garantstelling die volgen uit artikel 33 van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Holland Rijnland.

Wanneer we de benodigde weerstandscapaciteit gelijkstellen aan de waarde van de risico’s, bedraagt de weerstandsratio van Regio Holland Rijnland: € 74.000 / € 352.000 = 0,21.

Een weerstandsratio van 1,0 wordt beschouwd als voldoende, een weerstandsratio lager dan 0,6 als ruim onvoldoende. Met 0,21 is de weerstandscapaciteit van Regio Holland Rijnland ruim onvoldoende om de financiële risico’s af te dekken.

Onderstaande tabel toont een normering waartegen de ratio kan worden afgezet.

Normering WeerstandsratioUitstekendRuim voldoendeVoldoendeMatigOnvoldoendeRuim onvoldoende
Ratio Weerstandvermogen> 21,4 < 2,01,0 < 1,40,8 < 1,00,6 < 0,8< 0,6

Tabel 3.3: Normering weerstandsratio

Een eventueel negatief resultaat groter dan de weerstandscapaciteit brengt Regio Holland Rijnland in rekening bij de deelnemende gemeenten, conform de afspraken rond garantstelling die volgen uit artikel 33 lid 1 van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Holland Rijnland. Voor deelnemende gemeenten is het zodoende raadzaam in hun eigen risicoparagraaf deze garantstelling op te nemen.

Financiële kengetallen

Het BBV schrijft voor dat enkele kengetallen in de jaarrekening worden opgenomen die kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen staan in onderstaande tabel.

Financiële kengetallen:Jaarrekening 2024Begroting 2025Jaarrekening 2025
Netto schuldquote-10,8%-9,3%-15,0%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen-10,8%-9,3%-15,0%
Solvabiliteitsratio3,0%2,1%5,0%
Structurele exploitatieruimte0,4%0,0%6,7%

Tabel 3.4: Financiële kengetallen

Netto schuldquote

De netto schuldquote geeft aan in welke mate de schuldenlast van een organisatie een risico kan vormen voor de financiële positie. Dit wordt berekend door de schulden te verminderen met de vorderingen en dit te delen door de omzet van een bepaald jaar. Als bijvoorbeeld de netto schuldquote 100% is, betekent dit dat het totaal aan schulden minus vorderingen gelijk is aan de jaarlijkse omzet van de organisatie. Dit kan een risico vormen voor de organisatie doordat een stijging van de rente bij een hoge schuldquote een groot effect kan hebben op de rentelasten binnen de exploitatie.

Voor de jaarrekening 2025 geldt een negatieve netto schuldquote. Dit betekent dat het totaal van de vorderingen hoger is dan het totaal van de schulden. De netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, houdt ook rekening met leningen die de organisatie aan derden uitgeeft. Omdat Regio Holland Rijnland geen leningen uitgeeft, is dit gelijk aan de netto schuldquote.

Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio is de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en het balanstotaal. Aan dit percentage valt dus af te lezen welk deel van de bezittingen van de organisatie is gefinancierd met eigen vermogen. De rest is gefinancierd met leningen en/of schulden. Aangezien Regio Holland Rijnland reserves van beperkte omvang heeft, is de solvabiliteitsratio zeer laag.

Structurele exploitatieruimte

Structurele exploitatieruimte is een indicator om aan te geven hoeveel ruimte er structureel beschikbaar is in de begroting. Dit wordt berekend door het saldo van structurele baten en lasten te delen door de totale baten. Hoe hoger dit kengetal is, hoe meer ruimte er beschikbaar is om de begroting bij te sturen als dat nodig is.

Onderstaande tabel toont een normering waartegen de diverse ratio’s kunnen worden afgezet.

Normering financiële kengetallen:VoldoendeMatigOnvoldoende
Netto schuldquote< 100%100% > < 130%> 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen< 100%100% > < 130%> 130%
Solvabiliteitsratio> 50%30% < > 50%< 30%
Structurele exploitatieruimte> 0,6%0% > < 0,6%0%

Tabel 3.5: Normering financiële kengetallen

De Netto schuldquote en de Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen zijn voor Regio Holland Rijnland gelijk, aangezien Holland Rijnland geen leningen verstrekt. Alles onder de 100% is aangemerkt als voldoende. Met een negatieve schuldquote (Regio Holland Rijnland leent geen geld) blijft Regio Holland Rijnland hier vanzelfsprekend binnen.

De solvabiliteitsratio van Regio Holland RIjnland is zeer laag en daarmee onvoldoende, wat komt door de beperkte omvang van de reserves. Regio Holland Rijnland wordt grotendeels gefinancierd door de deelnemende gemeenten. In die zin is er meerjarig geen sprake van exploitatieruimte, deze is negatief en zodoende onvoldoende. Wel kan het voorkomen dat in een jaar in de realisatie een resultaat wordt behaald zodat er sprake is van enige structurele exploitatieruimte bij de jaarrekening.

3.3 Financiering

In de paragraaf financiering lichten we de ontwikkelingen en beleidskeuzes toe voor 2025. Regio Holland Rijnland beschikte in 2025 niet over korte of lange leningen, noch leende Regio Holland Rijnland geld uit aan derden. Voor Regio Holland Rijnland is de renteontwikkeling met name relevant voor de hoogte van de gerealiseerde rentebaten.

Beleidsverantwoording treasury

De exploitatietekorten van het samenwerkingsorgaan worden gefinancierd door de dertien deelnemende gemeenten. Op basis van de vastgestelde begroting wordt de geraamde gemeentelijke bijdrage als voorschot in rekening gebracht in de maand december van het lopende begrotingsjaar. Bij de vaststelling van de jaarrekening, wordt de definitieve bijdrage over het betreffende jaar bepaald. Het rekeningresultaat wordt verrekend met de algemene reserve, tenzij het algemeen bestuur anders besluit. Daarnaast zijn er geldstromen van ministeries en provincie waarvan de bedragen worden doorgegeven naar de betreffende instanties.

De treasury-functie binnen Regio Holland Rijnland dient uitsluitend de publieke taak. Regio Holland Rijnland heeft momenteel geen externe langlopende en kortlopende financieringsmiddelen in portefeuille. Wel heeft Regio Holland Rijnland een beperkte kredietfaciliteit op de rekening courant bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Eventuele positieve saldi op de rekening courant worden afgestort in de schatkist van het Rijk.

Kasgeldlimiet

De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeenschappelijke regeling gelimiteerd op 8,2% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van deze kasgeldlimiet in 2025 weergegeven:

Kasgeldlimiet1e kw.2e kw.3e kw.4e kw.
Gemiddelde Vlottende schuld (1)----
Gemiddelde Vlottende middelen (2)32.20734.72134.28133.260
Saldo (3) (+ = schuld / - = overschot)-32.207-34.721-34.281-33.260
Kasgeldlimiet (4)857857857857
Ruimte onder de kasgeldlimiet (4) > (3)33.06435.57735.13834.117
Overschrijding van de kasgeldlimiet (4) < (3)
Begrotingsbedrag10.45010.45010.45010.450
Percentage8,20%8,20%8,20%8,20%
Toegestane kasgeldlimiet857857857857

Tabel 3.6: kasgeldlimiet

In 2025 overschreden we de kasgeldlimiet niet.

Renterisiconorm

Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal met een minimum van €2.500.000. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van deze renterisiconorm in 2025 weergegeven:

Omschrijving20242025
Begrotingstotaal (primitief)9.814.71710.450.379
Wettelijk percentage20%20%
Renterisiconorm12.500.0002.500.000
Bedrag waarover renterisico wordt gelopen (aflossingen)00
Ruimte onder renterisiconorm2.500.0002.500.000

1 Voor de renterisiconorm geldt een minimumbedrag van 2.500.000 euro. Zie Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden artikel 2 lid 3
Tabel 3.7: Renterisiconorm

Regio Holland Rijnland heeft geen langlopende leningen. Als gevolg hiervan loopt Regio Holland Rijnland geen renterisico op herfinancieringen en voldoen we aan de renterisiconorm.

Schatkistbankieren

Gedurende 2025 zijn de overtollige middelen afgestort in de schatkist van het Rijk om binnen de gestelde doelmatigheidsdrempel te blijven. Conform de vereisten in het BBV (art 52c) is in de toelichting op de balans het drempelbedrag vermeld en, per kwartaal, het bedrag aan middelen dat Regio Holland Rijnland buiten de schatkist van het Rijk heeft aangehouden.

3.4 Bedrijfsvoering

3.4.1 Algemeen

Organisatie Holland Rijnland

De ambtelijke organisatie van Holland Rijnland staat onder leiding van de secretaris-directeur. De taken van de organisatie waren ondergebracht in twee programma’s, tevens afdelingen: Strategie & Beleid en Regionale Uitvoering. In de afdeling bedrijfsvoering zijn de aan het primaire proces ondersteunende taken ondergebracht.


U kunt ook de tekstversie van het organogram bekijken.

Secretaris-directeur

De secretaris-directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie en geeft leiding aan drie managers.

Strategie & Beleid

In de afdeling Strategie & Beleid staan de invulling en uitvoering van de strategische thema’s centraal waarop de dertien deelnemende gemeenten samenwerken. De afdeling Strategie & Beleid voert tevens regie op de totstandkoming en uitvoering van de Regionale Investeringsagenda. De dagelijkse leiding van de afdeling is belegd bij de manager Strategie & Beleid. De afdeling telde in 2025 11,8 FTE (Formatie 2025 12,3 FTE).

Regionale Uitvoering

De afdeling Regionale Uitvoering voert een drietal taken uit voor de deelnemende gemeenten: Woonurgenties, contractbeheer van de Regiotaxi en het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL). De dagelijkse leiding is belegd bij de manager Regionale Uitvoering. De afdeling telde in 2025 31,7 FTE (Formatie 2025 30,8 FTE).

Bedrijfsvoering

De uitvoering van de taken ondersteunend aan het primaire proces zijn belegd binnen de afdeling Bedrijfsvoering. De afdeling bedrijfsvoering bevatte in 2025 communicatie/public affairs, (algemene) juridische zaken, documentatie- en informatievoorziening, ambtelijk en directiesecretariaat en financiën & control. Het bedrijfsonderdeel Interne Dienstverlening en Advisering (IDA) van de gemeente Leiden voert een deel van de bedrijfsvoeringstaken voor Holland Rijnland uit, net zoals voor de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude. Voor Holland Rijnland gaat het hierbij om de:

  • Financiële administratie;
  • ICT;
  • HRM;
  • Juridische zaken;
  • Inkoop/aanbesteding.

De afdeling bedrijfsvoering wordt geleid door de manager Bedrijfsvoering die tevens de functie van concerncontroller invult. De afdeling bedrijfsvoering bestond in 2025 uit 14,3 FTE (Formatie 2025 15,0 FTE). Daarvan is 3,0 FTE ingevuld door de managers Strategie & Beleid, Regionale Uitvoering en Bedrijfsvoering, die in het verantwoordingsjaar 2025, conform BBV, tot overhead worden gerekend.

In 2025 was de functie van secretaris-directeur interim ingevuld met externe inhuur voor gemiddeld 0,4 FTE (niet meegenomen in de bezetting).

In 2025 was de totale inzet voor Holland Rijnland exclusief inhuur: 57,8 FTE (Formatie 2025: 58,1)

Beleidsindicatoren

Met de voorgeschreven beleidsindicatoren van het BBV is het via de website ‘waarstaatjegemeente.nl’ beter mogelijk de resultaten van gemeenten onderling te vergelijken. Van deze indicatoren vallen er een aantal onder het hoofdtaakveld Bestuur en Organisatie. Omdat het voornamelijk overhead-gerelateerde indicatoren betreft, worden ze in deze paragraaf opgenomen. Het betreft de volgende indicatoren:

BeleidsindicatorEenheid2025
FormatieFte per 1.000 inwoners0,10
BezettingFte per 1.000 inwoners0,10
ApparaatskostenKosten per inwoner€ 14,27
Externe inhuurKosten inhuur als % van totale loonsom incl inhuur28,6%
Overhead% van de totale lasten23,4%

Tabel 3.9: beleidsindicatoren

In de realisatie zien we dat de lasten voor externe inhuur t.o.v. de loonsom fors waren in 2025.

Regio Holland Rijnland maakt gebruik van externe inhuur om twee redenen: (1) inzet op producten en activiteiten die tijdelijk van aard zijn ten behoeve van het primaire proces en (2) tijdelijke vervanging (bijvoorbeeld in geval van ziekte) of invulling van lastig invulbare vacatures. De inzet van externe inhuur op het primaire proces bedroeg in 2025 ongeveer 1,7 miljoen euro, afgerond 23,5% van de loonsom. De overige 5,1% externe inhuur betrof tijdelijke invulling van structurele formatieplekken, opgeteld ongeveer € 379K.

Onvoorzien

Artikel 33 van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Holland Rijnland bepaalt dat deelnemende gemeenten er steeds zorg voor dragen dat Holland Rijnland te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Eventuele onvoorziene, onuitstelbare en onvermijdbare kosten kunnen we achteraf in rekening brengen bij de regiogemeenten. Daarnaast heeft Regio Holland Rijnland een bedrag van € 63K in 2025 begroot voor onvoorziene kosten, dat we bijstellen naar € 90K met de begroting 2026.

3.4.2 Rechtmatigheid

Vanaf verantwoordingsjaar 2023 legt het Dagelijks Bestuur verantwoording af aan het Algemeen Bestuur. Hiertoe heeft het Dagelijks Bestuur het rechtmatig handelen van de organisatie op de drie criteria getoetst: het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium.

In de rechtmatigheidsverantwoording in paragraaf 4.2.1 ,Toelichting op het overzicht van baten en lasten, is opgenomen dat het Dagelijks Bestuur een totaal van onrechtmatigheden van € 606.733 heeft geconstateerd. De rapportagegrens bedraagt € 272.503, waardoor de geconstateerde afwijking boven deze grens valt en toegelicht wordt in deze paragraaf Bedrijfsvoering.

RechtmatigheidsverantwoordingBedrag
1A. Overschrijding lasten programma’s21.346
Begrotingscriterium21.346
Voorwaardencriterium585.387
M&O criterium0
Totale onrechtmatigheden606.733

Tabel 3.10 Rechtmatigheidsverantwoording

Het begrotingscriterium toetst in hoeverre er onder- en overschrijdingen plaatsvonden in het verantwoordingsjaar op zowel de lasten als de baten. Afwijkingen groter dan 2% van het begrotingstotaal (exclusief toevoeging aan de reserves) die niet tijdig zijn gemeld aan het Algemeen Bestuur, merken we aan als een onrechtmatigheid.

Categorie 1A betreft de overschrijding van de lasten op de programma’s. Dit gaat om een onrechtmatigheid van € 21.346. Deze overschrijding valt op het programma Overhead en verklaren we door beperkt hogere materiële lasten dan verwacht.

Het voorwaardencriterium toetst in hoeverre alle financiële beheershandelingen zijn verricht in overeenstemming met (externe en interne) wet- en regelgeving (normenkader). Hier maken we melding van één onduidelijkheid op een subsidie uit het Groenfonds van € 585.387.

Voor het afgeven van de definitieve beschikking van de subsidie uit het Groenfonds RIF voor het project Noordelijke Randweg van de Provincie Zuid-Holland hebben we abusievelijk gesteund op de controleverklaring die is afgegeven ten behoeve van PZH. Daarmee hebben we wel de zekerheid dat het project is afgerond, maar kunnen we niet met zekerheid stellen dat aan alle voorwaarden

van het controleprotocol Regionaal Groenprogramma Holland Rijnland 2010-2020 is voldaan. Niet alle aspecten zoals vermeld in genoemd controleprotocol zijn zodoende zichtbaar geraakt met de controle waardoor we hiervan melden maken op deze plek in de jaarrekening.

Het Misbruik en Oneigenlijk Gebruik criterium houdt in dat het orgaan effectieve maatregelen heeft genomen om misbruik en oneigenlijk gebruik tegen te gaan. Het M&O-beleid is dit jaar geactualiseerd. Op dit criterium zijn – uitgaande van het geactualiseerde beleid – geen onrechtmatigheden geconstateerd.

Beheersmaatregelen om eventuele onrechtmatigheden in de toekomst te voorkomen

Ten aanzien van het voorwaardencriterium zal Holland Rijnland er alert op zijn dat IDA de juiste grensbedragen registreert bij de inkoopcontracten en ook op deze inkoop periodiek een spendanalyse uitvoeren.

3.4.3 Klachtenbehandeling

Bij het behandelen van klachten gelden de regels van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. Volgens deze wet heeft iedereen het recht om een klacht in te dienen.

Iemand kan een klacht indienen tegen de manier waarop een bestuursorgaan zich tegenover diegene heeft gedragen. Regio Holland Rijnland heeft een klachtenreglement vastgesteld en een klachtencoördinator aangewezen.

Klachten zijn belangrijk om van te leren en om de dienstverlening mee te verbeteren. Om die reden is het van belang om te weten hoeveel klachten er zijn ingediend en waarover die gaan. Daarom publiceren we de klachtenbehandeling van 2025.

In 2025 kwamen er geen klachten binnen die betrekking hadden op Regio Holland Rijnland.

De klachten die we ontvingen, hadden betrekking op klachten over woningtoewijzing door een corporatie of de werkwijze van het aanbodmedium van sociale huurwoningen. Die klachten sturen we door.

Klachtenbehandeling20242025
Gegrond00
Niet ontvankelijk80
Niet van toepassing: doorgestuurd naar derde23
Ongegrond10
Eindtotaal113

Tabel 3.11: overzicht klachten per jaar

Nationale Ombudsman

Regio Holland Rijnland is aangesloten bij de Nationale ombudsman. Als een klacht bij Regio Holland Rijnland is afgehandeld, kan de indiener zijn klacht ook voorleggen aan de Nationale ombudsman. Er zijn in 2025 geen klachten over Regio Holland Rijnland door de Nationale Ombudsman behandeld.

3.5 Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo)

Op 1 mei 2022 trad de Wet open overheid (Woo) gedeeltelijk in werking. De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en regelt het recht van burgers op informatie van de overheid. Zo krijgt iedereen meer inzicht in het handelen van de overheid. Een belangrijk verschil met de Wob, is dat de Woo naast informatieverstrekking op verzoek (passief) overheidsorganisaties ook verplicht zelf informatie gefaseerd openbaar te maken (actief). Mede hierdoor is de Woo een belangrijke stap naar een open overheid. Uitgangspunt hierbij is dat iedereen recht heeft op toegang tot publieke informatie en dat alle overheidsinformatie in beginsel openbaar is. Alleen in uitzonderingsgevallen wordt hiervan afgeweken. Verder wijzen alle overheidsorganisaties een contactpersoon Woo aan. Deze helpt bij de beantwoording van vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie door burgers en journalisten.

Regio Holland Rijnland heeft de jurist (van de afdeling Bedrijfsvoering) aangewezen als contactpersoon. Ook de website van Regio Holland Rijnland is aangevuld met informatie over de Woo. Het Dagelijks Bestuur van Regio Holland Rijnland heeft het ambitieniveau om te voldoen aan de Woo bepaald op ‘Basis’. Op 1 november 2024 trad de eerste tranche van de Woo in werking. Regio Holland Rijnland heeft de verplichtingen uit de Woo tijdig geïmplementeerd en voldoet daarmee aan de eerste tranche van de Woo én aan het ambitieniveau. Regio Holland Rijnland blijft het verplicht actief openbaar maken van informatiecategorieën volgen om blijvend te voldoen aan de Woo en het ambitieniveau.

Regio Holland Rijnland ontving in 2025 twee Woo-verzoeken. Deze zijn binnen de wettelijke termijn afgehandeld. De openbaar gemaakte documenten zijn gepubliceerd op de website.

Regio Holland Rijnland is ook als belanghebbende in de gelegenheid gesteld om een zienswijze te geven op openbaarmaking van documenten van andere gemeenten of overheidsorganen.

JaarAantal
20240
20252

3.6 Wet Gemeenschappelijke Regelingen

In juni 2022 is het Algemeen Bestuur met een memo geïnformeerd over de gevolgen van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per 1 juli 2022. De gewijzigde Wgr versterkt de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen door meer handen en voeten te geven aan de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.

Deze wetswijziging leidde tot aanpassing van onze regeling. De oude gemeenschappelijke regeling van Regio Holland Rijnland is voor het laatst geactualiseerd in 2018. Bepaalde artikelen sloten niet meer aan op de basistaken van de organisatie. Door een aantal artikelen anders te formuleren, werd de regeling toekomstbestendiger. Regio Holland Rijnland bracht de gemeenschappelijke regeling zo niet alleen in lijn met de Wgr, maar bracht ook verheldering aan in de beschrijving van taken en bevoegdheden belegd bij Regio Holland Rijnland. Daarmee is de regeling niet enkel in overstemming met de huidige wet- en regelgeving, maar ook toereikend voor de basistaken en eventuele extra taken die mogelijk voortvloeien uit de Regionale Investeringsagenda.

Op 18 december 2024 stelde het Algemeen Bestuur de geactualiseerde versie van de gemeenschappelijke regeling vast, welke vervolgens ter vaststelling is voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten. De Gemeenschappelijke regeling Regio Holland Rijnland trad op 30 oktober 2025 inwerking. Hierdoor werd de formele naamswijziging van Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland naar Regio Holland Rijnland ook een feit.


4 Jaarrekening 2025

4.1 Balans en toelichting op de balans

4.1.1 Balans

ACTIVA31-12-202431-12-2025
Immateriële vaste activa00
Materiële vaste activa16.8588.430
- Overige investeringen met een economisch nut16.8588.430
Financiële vaste activa00
Totaal Vaste activa16.8588.430
Voorraden00
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar32.919.28331.849.419
- Vorderingen op openbare lichamen791.253440.712
- Schatkistbankieren rekening-courant31.964.12131.301.925
- Overige vorderingen163.909106.782
Liquide middelen273.58895.256
- Kassaldi00
- Bank- en girosaldi273.58895.256
Overlopende activa1.231.2502.256.478
- De van overige Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen bedragen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel285.466253.866
- Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen945.7852.002.612
Totaal Vlottende activa34.424.12234.201.153
Totaal ACTIVA34.440.98134.209.583
PASSIVA31-12-202431-12-2025
Eigen vermogen1.031.7851.706.936
- Algemene reserve10.57710.577
- Bestemmingsreserves975.735871.959
- Gerealiseerd resultaat45.472824.399
Voorzieningen317.970154.274
- Voorzieningen met een verplichting317.970154.274
Vaste schulden met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar00
Totaal Vaste passiva1.349.7551.861.209
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar2.601.470383.108
- Kasgeldleningen00
- Overige schulden2.601.470383.108
Overlopende passiva30.489.75631.965.265
- Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume1.899.1251.777.058
- De van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren28.590.63130.188.207
- Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen00
Totaal Vlottende passiva33.091.22632.348.373
Totaal PASSIVA34.440.98134.209.583
Borg- en garantstellingen00

4.1.2 Grondslagen voor de waardering en resultaatbepaling

Inleiding

De jaarrekening 2025 is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

De waardering van de activa en de passiva en de bepaling van het resultaat, vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Voor aanvullende informatie over de waardering van activa, zie verderop bij ’Overige investeringen met economisch nut’.

Baten en Lasten

De baten en de lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts opgenomen indien zij vóór de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden meegenomen indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn.

Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Denk daarbij aan componenten zoals ziektekostenpremies ten behoeve van gepensioneerden, verlofaanspraken en dergelijke.

Lastenneming groenprogramma

Op basis van de enkele jaren geleden aangepaste verslaggevingsvoorschriften en nadere interpretatie van het BBV, zijn de subsidielasten voor het groenprogramma toegerekend naar rato van de voortgang van de individuele projecten.

Pensioenen

Regio Holland Rijnland waardeert de pensioenverplichtingen volgens de ‘verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering’. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last verantwoord. De pensioenen van de werknemers van Regio Holland Rijnland zijn ondergebracht bij het ABP (bedrijfstakpensioenfonds).

Vennootschapsbelasting (vpb)

Regio Holland Rijnland is niet Vpb-plichtig voor het jaar 2025. Voor de activiteiten Regionaal Bureau Leerrecht, de beleidsagenda, de woonruimteverdeling en detachering van personeel is geen sprake van een onderneming. Hierdoor is er geen Vpb-plicht. Bij de activiteit collectief vervoer kan Regio Holland Rijnland een beroep doen op de vrijstelling in de Vpb voor dienstverleningsovereenkomsten. Per saldo is er dus geen sprake van een Vpb-plicht voor Regio Holland Rijnland.

Grondslag Rechtmatigheid

Het normenkader rechtmatigheid met betrekking tot 2025 is op 2 juli 2025 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De verantwoordingsgrens is een door het Algemeen Bestuur vastgesteld bedrag, waarboven het Dagelijks Bestuur de afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) moet opnemen in de rechtmatigheidsverantwoording. De verantwoordingsgrens is gesteld op 2% van de totale lasten van Regio Holland Rijnland, exclusief de dotaties aan de bestemmingsreserves.

4.1.3 Toelichting op de balans

Toelichting op de activa

Vaste activa

Materiële vaste activa met economisch nut

Overige investeringen met economisch nut

De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de historische verkrijgingsprijs verminderd met de gedane afschrijvingen en eventuele investeringsbijdragen. De investeringen worden geactiveerd inclusief BTW, omdat de BTW voor Holland Rijnland een onderdeel van de kosten vormt.

De afschrijvingstermijn wordt bepaald op basis van artikel 12 van de Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid van Regio Holland Rijnland over het waarderings- en afschrijvingsbeleid van de vaste activa. De materiële vaste activa met economisch nut – zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten – met een ondergrens van € 20.000 worden, te beginnen in het jaar na aanschaf, lineair afgeschreven, afhankelijk van de economische levensduur, in maximaal:

  • 10 jaar voor telefooninstallaties, bekabeling en meubilair;
  • 5 jaar voor automatiseringsapparatuur;
  • 5 jaar voor software.

De afschrijving van de niet genoemde soorten investeringen wordt afgestemd op de verwachte economische levensduur.

Materiele vaste activaBoekwaarde 31-12-2024Boekwaarde 31-12-2025
- Overige investeringen met een economisch nut16.8588.430
Totaal Materiele vaste activa16.8588.430

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de overige investeringen met een economisch nut.

Boekwaarde 01-01-2025InvesteringenDes-investeringenAf-schrijvingenBijdragen van derdenAf-waarderingenBoekwaarde 31-12-2025
Meubilair 201616.858--8.429--8.430
Totaal16.858--8.429--8.430

Er zijn geen investeringen gedaan in 2025.

Vlottende activa
Vorderingen

De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaarBoekwaarde 31-12-2024Boekwaarde 31-12-2025
- Overige vorderingen op openbare lichamen791.253440.712
- Uitzettingen in ’s Rijks schatkist31.964.12131.301.925
- Debiteuren algemeen161.920106.782
- Nog te ontvangen bedragen1.9890
Totaal Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar32.919.28331.849.419

Schatkistbankieren

Conform de wet FIDO is Regio Holland Rijnland verplicht om overtollige middelen boven de doelmatigheidsdrempel aan te houden in de schatkist van het Rijk. Voor 2025 bedraagt de doelmatigheidsdrempel € 1.000.000 (Regeling schatkistbankieren decentrale overheden).

De middelen die, in het kader van de doelmatigheidsdrempel, buiten ’s Rijks Schatkist zijn gehouden, zijn:

Middelen buiten 's Rijks Schatkist2025
Kwartaal 1165.790
Kwartaal 2110.909
Kwartaal 3135.998
Kwartaal 4116.067

Geconcludeerd kan worden dat over 2025 de doelmatigheidsdrempel niet is overschreden.

Liquide middelen

Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

Liquide middelenBoekwaarde 31-12-2024Boekwaarde 31-12-2025
- Kassaldi00
- Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)273.58895.256
Totaal Liquide middelen273.58895.256

Overlopende activa

De overlopende activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

Overlopende activaBoekwaarde 31-12-2024Boekwaarde 31-12-2025
- De van overige Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen bedragen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel285.466253.866
- Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen945.7852.002.612
Totaal Overlopende activa1.231.2502.256.478

Verloopoverzicht overlopende activa

Op de balans staan nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen. Deze ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. Ze zijn als volgt te specificeren.

Omschrijving specifieke uitkeringSaldo per 01-01-2025ToevoegingenAfboekingenOntvangen bedragenSaldo per 31-12-2025
Leader Holland Rijnland147.5668.156155.7220
Leader Hollandse Plassen031.13531.135
Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland 202420.00020.0000
Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland 20250113.63290.90622.726
Regionale asielopgave 2024117.900117.9000
Regionale asielopgave 20250200.0050200.005
Totaal Overlopende activa285.466352.928117.900266.628253.866

Toelichting op de passiva
Vaste passiva

Reserves

Indien beschikbare middelen in enig jaar niet worden uitgegeven op een reguliere taak (dat is een taak opgenomen in de gemeenschappelijke regeling en jaarlijks voorkomend in de exploitatie), dan kunnen overschotten die het volgend jaar niet opnieuw worden begroot worden toegevoegd aan een bestemmingsreserve.

Indien er sprake is van cofinanciering met betrekking tot een reguliere taak, dan worden de overlopende middelen gesplitst in een bestemmingsreserve en de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

Eigen vermogenBoekwaarde 31-12-2024Boekwaarde 31-12-2025
- Algemene reserves10.57710.577
- Bestemmingsreserves975.735871.959
Totaal Reserves986.313882.537
- Gerealiseerd resultaat45.472824.399
Totaal Eigen vermogen1.031.7851.706.936

Staat van reserves

ReservesSaldo per 31-12-2024Resultaat-bestemming 2024Saldo per 01-01-2025Toe-voeging 2025Ont-trekking 2025Saldo per 31-12-2025
ToevoegingOnttrekking
Algemene reserve
Algemene Reserve10.5770010.5770010.577
Totaal Algemene reserve10.5770010.5770010.577
Bestemmingsreserves
Reserve Cofinanciering344.18200344.182194.8520539.034
Reserve Budgetoverheveling013.404013.404013.4040
Reserve Regionale energiestrategie (RES)631.55332.0680663.62124.304355.000332.925
Totaal Bestemmingsreserves975.73545.47201.021.207219.156368.404871.959
Totaal Reserves986.31345.47201.031.785219.156368.404882.537

Reserves Algemene Reserves

Doel van de reserve: Dekkingsmiddel bij het opvangen van financiële tegenvallers en calamiteiten.

Mutaties 2025:
Storting: Geen
Onttrekking: Geen

Reserve cofinancieringsfonds

Doel van de reserve: Ter dekking van bijdragen aan projecten.

Mutaties 2025:
Storting: 194.852 conform begroting 2025
Onttrekking: Geen

Reserve Budgetoverheveling

Doel van de reserve: Overheveling van budgetten naar een volgend jaar.

Mutaties 2025:
Storting: Geen
Onttrekking: € 13.404 conform TuRap 2025

Reserve Regionale Energiestrategie (RES)

Doel van de reserve: Middelen die overgebleven zijn, kunnen bij resultaatbestemming worden gestort in deze reserve om ze in een later jaar weer te kunnen gebruiken.

Mutaties 2025:
Storting: € 24.304 conform aangepaste begroting 2025
Onttrekking: € 355.000 conform begroting 2025

Voorzieningen

Volgens het BBV worden voorzieningen gevormd voor:

  • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;
  • Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;
  • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren;
  • De bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.
  • De van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van voorschotbedragen ontvangen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
VoorzieningenBoekwaarde 31-12-2024Boekwaarde 31-12-2025
- Voorzieningen met een verplichting317.970154.274
Totaal Voorzieningen317.970154.274

De omvang van voorzieningen is afgestemd op het verwachte risico. Per voorziening is in de toelichting aangegeven wat de (kwantitatieve) grondslag is voor de omvang van de voorziening. Het verloop van de voorzieningen in 2025 wordt in onderstaand overzicht weergegeven:

VoorzieningenSaldo per 01-01-2025ToevoegingAanwendingVrijgevallen bedragenSaldo per 31-12-2025
Voorziening Verlofsparen73.09069.73800142.828
Voorziening personeelslasten244.880027.276206.15911.446
Totaal Voorzieningen317.97069.73827.276206.159154.274

Voorziening Verlofsparen

Vanaf het kalenderjaar 2022 is in de cao Gemeenten en SGO (Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties) opgenomen dat werknemers verlof kunnen sparen door verlof aan te merken als spaarverlof. Als spaarverlof aangemerkt bovenwettelijk verlof verjaart met deze wijziging niet meer, waardoor werknemers dit kunnen opsparen en op een voor hen gewenst moment kunnen opnemen.

Het BBV schrijft voor te moeten voorzien voor (de toename in) het bovenwettelijk verlof (inclusief IKB), tenzij kan worden beredeneerd dat het saldo structureel gelijk blijft. Holland Rijnland stelt dat in het geval van een toename van 5% of meer geen sprake is van een structureel gelijkblijvend saldo. In dat geval moet Holland Rijnland de waarde van het toegenomen deel toevoegen aan de voorziening. De totale waarde van de (niet-wettelijke) verlofuren per 31-12-2025 bedraagt € 285.142, waar de waarde per 1-1-2025 € 215.403 betrof. We voegen zodoende het verschil van € 69.738 toe aan de voorziening verlofsparen.

Voorziening personeelslasten

Dit betreft op de balansdatum bestaande personele risico’s voor verplichtingen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten. Het BBV schrijft voor deze lasten te voorzien. De met de jaarrekening 2024 getroffen voorziening hebben we niet hoeven aanwenden. De voorziening komt zodoende geheel vrij te vallen.

Vlottende passiva

Netto vlottende schulden

De netto vlottende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Er is eind 2024 door het Algemeen Bestuur besloten om € 1,8 miljoen van de rentebaten op de RIF gelden over de periode tot en met 2023 terug te betalen aan de deelnemende gemeenten. Deze terugbetaling heeft plaats gevonden in 2025. Dit veroorzaakt het grote verschil tussen de boekwaarde bij Overige schulden in 2024 en 2025.

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaarBoekwaarde 31-12-2024Boekwaarde 31-12-2025
Overige schulden
- Crediteuren343.4533.240
- Overige schulden2.258.017379.869
Totaal Netto vlottende schulden2.601.470383.108

Overlopende passiva

Met ingang van 1 januari 2008 schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor, dat in geval van overblijvende middelen op een incidentele, additionele taak of project (er is dus sprake van een concrete bestedingsverplichting) deze middelen worden opgenomen bij de overlopende passiva onder de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

Ook in geval van Rijksgelden waarbij de gemeenten als doorgeefluik fungeren (denk aan de Vinexregeling/ ISV-gelden), dienen deze gelden te worden opgenomen bij de overlopende passiva onder ’vooruit ontvangen derden gelden’, daar de gelden door derden (lees het Rijk) zijn beklemd.

Indien er sprake is van cofinanciering met betrekking tot een reguliere taak, dan worden de overlopende middelen gesplitst in een bestemmingsreserve en vooruit ontvangen derden gelden.

Overlopende passivaBoekwaarde 31-12-2024Boekwaarde 31-12-2025
- Totaal verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume1.899.1251.777.058
- Totaal van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren (voor toelichting zie bijlage 5.9 Staat overlopende passiva)28.590.63130.188.207
- Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen00
Totaal Overlopende passiva30.489.75631.965.265

Staat van overlopende passiva

De specificatie van de nog niet bestede ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen om de lasten van volgende begrotingsjaren te dekken, is als volgt.

OmschrijvingSaldo per 01-01-2025ToevoegingBestedingSaldo per 31-12-2025
RIF gelden27.209.459488.49826.720.961
RIF rente1.042.332651.653102.3541.591.631
Subtotaal RIF-project:28.251.790651.653590.85228.312.591
RIA gelden02.408.336729.1591.679.177
RIA rente038.509038.509
Subtotaal RIA-project:02.446.845729.1591.717.686
Genoegdoening PZH voor de Duinpolderweg60.00060.000
Subsidieregeling CVV / PZH Regiotaxi 202490.53890.5380
Subsidieregeling CVV / PZH Regiotaxi 20250308.000276.02131.979
Gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid 202211.20011.2000
Gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid 202332.81632.8160
Gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid 202411.00111.0010
Gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid 20250562.059496.10865.951
Leader Hollandse Plassen133.285-46.71986.5660
Subtotaal Projecten programma inhoudelijke agenda:338.840823.3401.004.250157.931
Totaal Overlopende passiva28.590.6303.921.8382.324.26030.188.208

4.1.4 Overzicht van niet in de balans opgenomen financiële verplichtingen

Onderwerp / omvang van de verplichting

  • Huur van het pand Schuttersveld 9 (1e verdieping, incl. servicekosten) / huurovereenkomst vanaf 01-03-2021 en loopt tot en met 28 februari 2031. Kosten per jaar circa € 265.000 incl BTW.
  • Waarde van het restant verlofuren over 2025 à € 165.643

4.2 Overzicht van baten en lasten

Naar programmaL/BRekening 2024Primitieve begroting 2025Begrotings wijzigingen 2025Begroting na wijzigingRekening 2025Verschil 2025
Strategie en BeleidLasten5.683.0063.520.4684.551.5288.071.9966.668.3981.403.598
Baten-3.631.862-1.023.574-4.360.519-5.384.093-4.454.638-929.455
Saldo2.051.1452.496.894191.0092.687.9032.213.760474.143
Regionale UitvoeringLasten3.456.8143.942.418-119.2623.823.1563.526.178296.978
Baten-1.840.219-1.586.783-216.312-1.803.095-1.785.998-17.097
Saldo1.616.5952.355.635-335.5742.020.0611.740.180279.881
Totaal Programma'sLasten9.139.8217.462.8864.432.26611.895.15210.194.5761.700.576
Baten-5.472.081-2.610.357-4.576.831-7.187.188-6.240.636-946.552
Saldo3.667.7404.852.529-144.5654.707.9643.953.940754.024
Algemene dekkingsmiddelenLasten241.852-90.19290.1922.91487.278
Baten-6.724.357-7.660.022-54.000-7.714.022-7.919.084205.062
Saldo-6.482.505-7.660.02236.192-7.623.830-7.916.170292.340
OverheadLasten3.386.7152.987.493418.8173.406.3103.427.656-21.346
Baten-127.952-150.0008.260-141.740-140.576-1.164
Saldo3.258.7632.837.493427.0773.264.5703.287.080-22.510
Totaal Lasten12.768.38810.450.3794.941.27515.391.65413.625.1461.766.508
Totaal Baten-12.324.390-10.420.379-4.622.571-15.042.950-14.300.297-742.653
Saldo van baten en lasten443.99830.000318.704348.704-675.1511.023.855
Storting in reserves--219.156219.156219.156-
Onttrekking uit reserves-489.470-30.000-338.404-368.404-368.404-
Saldo reserveringen-489.470-30.000-119.248-149.248-149.248-
Resultaat-45.472-199.456199.456-824.3991.023.855

4.2.1 Toelichting op het overzicht van baten en lasten

Toelichting programma Strategie en Beleid

ProductRekening 2024Primitieve begroting 2025Begrotings wijzigingen 2025Begroting 2025 na wijzigingRekening 2025Verschil 2025
Fondsen en SubsidiesLasten1.763.2111.225.630992.1862.217.8162.021.010196.806
Baten-1.364.042-590.200-1.380.116-1.970.316-1.684.123-286.193
Subtotaal Fondsen en subsidies399.169635.430-387.930247.500336.887-89.387
ProjectenLasten2.078.456699.0282.046.3812.745.4092.387.501357.908
Baten-1.889.403-423.374-1.655.429-2.078.803-1.744.398-334.405
Subtotaal Projecten189.053275.654390.952666.606643.10323.503
Regionaal beleid en monitoringLasten857.577423.232433.222856.454627.520228.934
Baten-326.667--224.974-224.974-281.85256.878
Subtotaal Regionaal beleid en monitoring530.910423.232208.248631.480345.669285.811
Regionale investeringsagendaLasten435.083540.5341.055.6451.596.1791.170.583425.596
Baten---1.100.000-1.100.000-729.055-370.945
Subtotaal Regionale investeringsagenda435.083540.534-44.355496.179441.52854.651
Strategie en Beleid AlgemeenLasten203.883204.255-66.268137.987101.82536.162
Baten-41.750----4.5284.528
Subtotaal Strategie en Beleid Algemeen162.133204.255-66.268137.98797.29640.691
ToekomstverkenningenLasten344.796427.78990.362518.151359.958158.193
Baten-10.000-10.000--10.000-10.681681
Subtotaal Toekomstverkenningen334.796417.78990.362508.151349.277158.874
Storting in reserves--219.156219.156219.156-
Onttrekking uit reserves-239.140-30.000-325.000-355.000-355.000-
Saldo reserveringen-239.140-30.000-105.844-135.844-135.844-
Resultaat1.812.0042.466.89485.1652.552.0592.077.916474.143

Fondsen en Subsidies

Baten: – € 286K (Nadeel)
  • RIF 96K (Voordeel) Voor het Groenprogramma RIF hebben we meer lasten gerealiseerd dan begroot. De baten en lasten op deze activiteit zijn altijd met elkaar in evenwicht, zodoende hebben we evenveel extra baten gerealiseerd als we meer lasten hebben gerealiseerd in 2025.
  • Leader € 29K (Voordeel) De bijdrage van de provincie is beperkt hoger uitgevallen dan begroot
  • Provinciale subsidieregeling mobiliteit -€ 413K (Nadeel) De subsidiabele lasten zijn lager dan verwacht, doordat er minder projecten vanuit de gemeenten hebben plaatsgevonden. Minder subsidiabele lasten houdt in dat we ook minder baten kunnen realiseren;
Lasten: 196K (Voordeel)
  • RIF – € 96K (Nadeel) De lasten op het Groenfonds zijn hoger uitgevallen door iets hogere lastneming op het fonds in 2025. Aangezien de lasten en baten op het RIF communicerende vaten zijn, heeft dit geen invloed op het resultaat.
  • LEADER € 5K (Voordeel) beperkt lagere lasten dan verwacht
  • Provinciale subsidieregeling mobiliteit € 395K (Voordeel), dit betreft minder lasten met betrekking tot lokale projecten. Er hebben minder projecten dan verwacht plaatsgevonden vanuit de gemeenten, waardoor we in totaal minder kosten hebben gemaakt.
  • Cofinanciering – € 117K (Nadeel). De lasten vallen met € 212K in totaal hoger uit dan begroot. 2025 is het laatste jaar waarin we het fonds voeden vanuit de reguliere middelen. In 2025 hebben we meer subsidies verstrekt dan begroot, omdat zich aanvragen hebben aangediend die pasten binnen de doelstellingen van het fonds en het fonds nog voldoende gevuld was om de aanvragen te honoreren.

Projecten

Baten: -334K (Nadeel)
  • Energieprogramma -€ 334K (Nadeel). De gemeente Alphen aan den Rijn betaalt de SPUK NPLW door aan Regio Holland Rijnland. Van deze baten hebben we € 264K niet gerealiseerd in 2025, omdat we hier geen lasten voor hebben gerealiseerd. Hetzelfde geldt voor een vooruitontvangen Rijksbijdrage van ongeveer € 160K.
Lasten: 358K (Voordeel)
  • Energieprogramma € 282K (Voordeel)
  • Inhuurlasten € 166K (Voordeel). We hebben minder inhuurlasten gerealiseerd op het Energieprogramma
  • Voordeel op materiële lasten van € 115K. Het betreft een lagere realisatie op advieskosten die we aanvankelijk verwachtten wel te realiseren.
  • Doorfietsroutes € 4K (Voordeel) Beperkt voordeel op de lasten.
  • Regiodeal Greenports € 11K (Voordeel) Lagere personeelslasten dan verwacht
  • Kantoren- en bedrijventerreinenstrategie € 60K (Voordeel) Lagere lasten met betrekking tot de kantorenmonitor verklaren we doordat er in 2025 geen onderzoek is uitgevoerd

Regionaal beleid en Monitoring

Baten: € 57K (Voordeel) Dit betreft:
  • Huisvesting Asielzoekers € 57K (Voordeel) In de begroting hebben we 111K aan baten opgenomen. Dat betreft de bijdrage van Midden Holland aan de activiteiten voor de Spreidingswet, voor zover deze niet gedekt worden uit subsidiebaten. We hebben echter eind februari 2026 de beschikking van de subsidie Huisvesting Asielzoekers alsnog ontvangen die ziet op de activiteiten van 2025 (€ 268K). Midden Holland draagt derhalve niet bij aan de activiteiten met een eigen bijdrage, dat verloopt via de subsidie. Verder hebben we de lastneming op de niet ontvangen subsidie 2024 opgenomen als negatieve baten (€ 117K). Per saldo resulteert dit in hogere baten van € 57K.
Lasten: € 229K (Voordeel) Dit betreft:
  • Huisvesting Asielzoekers € 129K (Voordeel) De lasten op deze activiteit vallen lager uit omdat de secretarisfunctie een deel van het jaar niet of minder is ingevuld dan begroot. Dit heeft ook geleid tot minder gerealiseerde inzet van de voorzitter;
  • Versnellingstafel wonen € 136K (Voordeel) De lasten op de versnellingstafel zijn aanmerkelijk lager dan begroot. Een deel van het jaar is de secretarisfunctie niet ingevuld geweest. Daarnaast is de inzet vanuit de organisatie zelf lager uitgevallen dan begroot. Door de tijdelijke beperkte invulling van de positie van secretaris hebben we ook minder uren op het voorzitterschap gerealiseerd.
  • OV concessies – 32K (Nadeel) We hebben extra kosten gerealiseerd voor de inzet van de regionaal coördinator OV-passen.

Regionale Investeringsagenda

Baten: – € 371K (Nadeel):

we hebben minder projectkosten op de Strategische projecten gerealiseerd dan begroot. In september gaven de projectleiders nog aan te verwachten kosten te realiseren optellend tot € 1.100K, dat is met € 730K lager uitgevallen. We verwachten deze lasten wel te realiseren in 2026 en verder. Omdat de lasten en baten van de activiteiten op de Strategische projecten communicerende vaten zijn, hebben we bij de lagere lasten lagere baten gerealiseerd.

Lasten: 425K (Voordeel) Dit betreft:
  • RIA € 54K (Voordeel) In de Turap werd er nog vanuit gegaan dat Holland Rijnland vooruitlopend op de aanvang van de RIA middelen zou inzetten om projecten op te starten, zoals vergader- en advieskosten. Deze activiteiten hebben we uiteindelijk niet uitgevoerd. Daarnaast hebben we iets minder personele lasten gerealiseerd op de activiteit RIA.
  • Strategische projecten € 371K (voordeel)

Strategie en Beleid Algemeen

Baten: –
Lasten:

€ 40K (Voordeel) We hebben minder lasten gerealiseerd op het budget voor representatie en externe vergaderlocaties.

Toekomstverkenningen

Baten: –
Lasten: 158K (Voordeel) Dit betreft:
  • Economie € 12K (Voordeel)
  • Openbaar Vervoer & duurzame mobiliteit € 140K (Voordeel), de OV-visie is niet uitgevoerd, voorstel aan het algemeen bestuur wordt om dit alsnog uit te voeren in 2026 en dit op te nemen in de bestemmingsreserve budgetoverheveling Groenprogramma 2.0 € 6K (Voordeel) Minder gerealiseerde salarislasten

Toelichting programma Regionale Uitvoering

ProductRekening 2024Primitieve begroting 2025Begrotings wijzigingen 2025Begroting 2025 na wijzigingRekening 2025Verschil 2025
Regionaal Bureau LeerrechtLasten2.711.1292.776.262180.0252.956.2872.733.858222.429
Baten-1.548.328-1.081.783-385.372-1.467.155-1.464.420-2.735
Subtotaal Regionaal Bureau Leerrecht1.162.8021.694.479-205.3471.489.1321.269.438219.694
RegiotaxiLasten332.219572.440-190.443381.997333.68848.309
Baten-264.526-485.000182.060-302.940-277.398-25.542
Subtotaal Regiotaxi67.69287.440-8.38379.05756.29022.767
WoonurgentiesLasten413.466593.716-108.844484.872458.63326.239
Baten-27.365-20.000-13.000-33.000-44.18111.181
Subtotaal Woonurgenties386.101573.716-121.844451.872414.45237.420
Storting in reserves------
Onttrekking uit reserves-213.012-----
Saldo reserveringen-213.012-----
Resultaat1.403.5832.355.635-335.5742.020.0611.740.180279.881

Regionaal Bureau Leerrecht

Baten: € 3K (Voordeel)

Dit betreft het saldo van een beperkt voordeel op de RMC-subsidie en een klein nadeel op de regionale VSV-bijdragen

Lasten: € 223K (Voordeel) Dit betreft:
  • Leerplichthandhaving € 189K (Voordeel) Het betreft lagere lasten op inhuur dan begroot (€ 100K) en lagere materiële lasten voor implementatie nieuwe wetgeving en advisering (€ 83K).
  • Kwalificatieplichthandhaving – €100K (Nadeel) In 2025 hebben we meer personele inzet toegerekend aan de kwalificatieplichthandhaving dan begroot. Dit leidt tot een nadeel op de activiteit
  • Regionale VSV-projecten € 135K (Voordeel) Vanuit de regionale VSV-projecten hebben we minder subsidies verstrekt aan derden dan begroot. Daarnaast hebben we minder opleidingskosten gerealiseerd
  • RBL Pilots € 1K (Nadeel)

Regiotaxi

Baten: – € 25K (Nadeel) Dit betreft:
  • Iets minder subsidiabele kosten, dus een lagere bijdrage van de provincie van € 25K
Lasten: € 48K (Voordeel) Dit betreft met name:
  • Minder ritten vervoersbedrijf € 28K (Voordeel), personeelslasten, Klanttevredenheidsonderzoek en drukwerk lagere lasten dan ingeschat € 20K (Voordeel).

Woonurgenties

Baten: € 11K (Voordeel) Dit betreft:
  • Woonurgenties € 11K, hogere legesopbrengsten.
Lasten: € 26K (Voordeel) Dit betreft:

We hebben iets minder personeelslasten gerealiseerd op de activiteit woonurgenties

Toelichting Algemene Dekkingsmiddelen en Overhead

ProductRekening 2024Primitieve begroting 2025Begrotings wijzigingen 2025Begroting 2025 na wijzigingRekening 2025Verschil 2025
Algemene DekkingsmiddelenLasten241.852-90.19290.1922.91487.278
Baten-6.724.357-7.660.022-54.000-7.714.022-7.919.084205.062
Subtotaal Algemene Dekkingsmiddelen-6.482.505-7.660.02236.192-7.623.830-7.916.170292.340
OverheadLasten3.386.7152.987.493418.8173.406.3103.427.656-21.346
Baten-127.952-150.0008.260-141.740-140.576-1.164
Subtotaal Overhead3.258.7632.837.493427.0773.264.5703.287.080-22.510
Storting in reserves------
Onttrekking uit reserves-37.318--13.404-13.404-13.404-
Saldo reserveringen-37.318--13.404-13.404-13.404-
Resultaat-3.261.060-4.822.529449.865-4.372.664-4.642.495269.831

Algemene dekkingsmiddelen

Baten: € 205K (Voordeel)
  • Vrijval voorzieningen op personeelslasten (WW-verplichting)
Lasten: – 87K (Voordeel)
  • Betreft niet gerealiseerde lasten op de post onvoorzien

Overhead

Baten: –
Lasten: – € 21K (Nadeel)
  • In 2025 hebben we iets hogere materiële lasten gerealiseerd die zien op de voorbereidende werkzaamheden voor het nieuwe financiële systeem per januari 2026.

Bestemmingsreserves

Baten:-Lasten: –

Overzicht incidentele baten en lasten

In verband met de aanscherping van het financieel toezicht moet volgens de Gemeentewet een overzicht van structureel en reëel evenwicht worden opgenomen in de jaarrekening. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is hierop aangepast. Het Algemeen Bestuur en de financieel toezichthouder zijn nu beter in staat om vast te stellen of er sprake is van een structureel en reëel evenwicht. Van structureel evenwicht is sprake als de structurele (meerjarige) lasten worden gedekt door structurele baten.

De bepaling van het structureel evenwicht verloopt als volgt:

  • Totaal van de baten en lasten van de programma’s en algemene dekkingsmiddelen
    • af: de incidentele baten en lasten per programma en algemene dekkingsmiddelen
  • Blijft over het totaal van de structurele baten en lasten programma’s en algemene dekkingsmiddelen
    • bij: de structurele verrekeningen met de reserves
  • Geeft het totaal structureel begrotingssaldo en meerjarenraming

De uitgewerkte tabel voor de bepaling van het structureel evenwicht is hierna opgenomen. Die tabel bevat het voorgeschreven:

  • Overzicht van de incidentele baten en lasten per programma;
  • Overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.
ProgrammaToelichtingLasten 2025Baten 2025Saldo
Saldo lasten en baten13.625.146-14.300.297-675.151
Toevoeging en onttrekkingen aan reserves1. Onttrekking aan de bestemmingsreserve Budgetoverheveling-13.404-13.404
2.Toevoeging aan de bestemmingsreserve Cofinanciering194.852194.852
3.Toevoeging aan de bestemmingsreserve RES24.30424.304
4.Ontrekking aan de bestemmingsreserve RES-355.000-355.000
Saldo toevoeging en onttrekkingen aan reserves219.156-368.404-149.248
Saldo na bestemming13.844.302-14.668.701-824.399
Waarvan incidentele lasten en batenStrategie en Beleid---
Regionale Uitvoering---
Bedrijfsvoering---
Structureel begrotingssaldo13.844.302-14.668.701-824.399
Totaal structurele lasten en baten13.844.302-14.668.701
Structureel saldo-824.399
Structureel evenwichtJa

Overzicht per taakveld

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 24; lid 3 d) is de verplichting vastgesteld dat de jaarrekening een bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld bevat.

HoofdtaakveldLastenBaten
Bestuur en ondersteuning0.10Mutaties reserves219.156-368.404
0.11Resultaat van de rekening van baten en lasten824.399-
0.4Overhead3.427.656-140.576
0.5Treasury486-52.904
0.8Overige baten en lasten2.428-206.159
Totaal4.474.125-768.042
Verkeer, vervoer en waterstaat2.1Verkeer en vervoer877.463-948.999
2.5Openbaar vervoer172.495-224.522
Totaal1.049.958-1.173.521
Economie3.1Economische ontwikkeling3.876.603-3.547.993
3.2Fysieke bedrijfsinfrastructuur82.251-140.589
Totaal3.958.854-3.688.582
Onderwijs4.3Onderwijsbeleid en leerlingzaken2.733.858-6.456.240
Totaal2.733.858-6.456.240
Sport, cultuur en recreatie5.7Openbaar groen en (openlucht) recreatie1.110.698-1.257.611
Totaal1.110.698-1.257.611
Sociaal domein6.1Samenkracht en burgerparticipatie333.688-419.774
6.5Arbeidsparticipatie12.930-4.528
Totaal346.617-424.303
Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing8.1Ruimtelijke ordening--
8.3Wonen en bouwen994.591-900.402
Totaal994.591-900.402
Totaal14.668.701-14.668.701

Wet Normering Bezoldiging topfunctionarissen publiek en semipublieke sector (WNT)

Openbaarmakingsverplichting Wet Normering Topinkomens (WNT)

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze sectoren zijn op basis van de WNT verplicht om bezoldigingsgegevens van topfunctionarissen openbaar te maken. Topfunctionarissen zijn diegenen die behoren tot het hoogste uitvoerende of toezichthoudende orgaan, of de laag daaronder, en in die rol verantwoordelijk voor de gehele instelling of rechtspersoon. Bij gemeenten zijn in ieder geval de gemeentesecretaris en de griffier topfunctionarissen. Daarnaast moeten bezoldigingsgegevens en eventuele ontslagvergoedingen van andere medewerkers met een dienstbetrekking worden vermeld, zodra de bezoldiging in totaal hoger is dan het bezoldigingsmaximum. Dit geldt ook voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking. In dat geval wordt wel rekening gehouden met het aantal kalenderdagen en in welke deeltijdfactor de functionaris werkt.

Deze verantwoording 2025 is opgesteld op basis van de voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen geldende algemene WNT-maximum van € 246.000. Er zijn geen bezoldigingen betaald die boven dit wettelijke maximum uitkomen.

De heer M.H. van de Esschert is met terugwerkende kracht per 19-12-24 aangesteld in de functie waarnemend directeur. Bij het opstellen van de jaarrekening 2024 was dit nog niet bekend. De tabel is nu alsnog aangevuld met de gegevens van 2024.

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling

Gegevens 2025
OrganisatieHolland Rijnland
NaamEsschert M.H. van de
Functiewaarnemend directeur
Functiegegevens
Aanvang en einde functievervulling in 202501-01-2025 - 01-04-2025
Omvang dienstverband (in fte)1
Dienstbetrekkingja
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen33.228
Beloningen betaalbaar op termijn4.844
Bezoldiging38.072
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum61.332
Gegevens 2025
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedragn.v.t.
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaann.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betalingn.v.t.
Gegevens 2024
Functiegegevens
Aanvang en einde functievervulling in 202419-12-2024 - 31-12-2024
Omvang dienstverband (in fte)1
Dienstbetrekkingja
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen3.909
Beloningen betaalbaar op termijn594
Bezoldiging4.503
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum8.276

1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12

Gegevens 2025
NaamM van den Hende
FunctieInterim Directeur
Functiegegevens
Kalenderjaar20252024
periode functievervulling in het kalenderjaar (aanvang - einde)17-03 - 31-12N.v.t.
aantal kalendermaanden functievervulling in het kalenderjaar100
omvang van het dienstverband in uren per kalenderjaar5980
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
Maximum uurtarief in het kalenderjaar235221
Maxima op basis van de normbedragen per maand295.800N.v.t.
Individueel toepasselijke maximum gehele periode kalendermaand 1 t/m 12140.530
Bezoldiging (alle bedragen exclusief btw)
bezoldiging in de betreffende periode95.6800
bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 1295.680
- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedragN.v.t.
Bezoldiging95680
Gegevens 2025
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaanN.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betalingN.v.t.

1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder

Naam topfunctionarisFunctie
P.J. HeijkoopLid Dagelijks Bestuur
J.W.E. SpiesLid Dagelijks Bestuur
J.P. RehwinkelLid Dagelijks Bestuur
F.D. van HeijningenLid Dagelijks Bestuur
R.J. van DuijnLid Dagelijks Bestuur
P. de BruijnLid Dagelijks Bestuur
Y. van DelftLid Dagelijks Bestuur
I.G. MostertLid Dagelijks Bestuur
J.A.C. LangeveldLid Dagelijks Bestuur
M. van de EsschertLid Dagelijks Bestuur
M. van den HendeLid Dagelijks Bestuur
E. van HeijningenLid Algemeen Bestuur
G.P. van AsLid Algemeen Bestuur
M. van LentLid Algemeen Bestuur
C.H. LangeveldLid Algemeen Bestuur
C.J. CornetLid Algemeen Bestuur
R. ter HarkLid Algemeen Bestuur
A. Heijstee - BoltLid Algemeen Bestuur
N.G. van EgmondLid Algemeen Bestuur
C.W. ZwaaneveldLid Algemeen Bestuur
I.G. MostertLid Algemeen Bestuur
N. MiddelkoopLid Algemeen Bestuur
L.M. van der PlasLid Algemeen Bestuur
A. KarginLid Algemeen Bestuur
H. LangenbergLid Algemeen Bestuur
S. OverduinLid Algemeen Bestuur
H. RomeijnLid Algemeen Bestuur
C.P.M. van der ZwetLid Algemeen Bestuur
J.A.C. LangeveldLid Algemeen Bestuur
J.A.G.C.M. van der WielLid Algemeen Bestuur
R.J. van DuijnLid Algemeen Bestuur
A.P. PlatenLid Algemeen Bestuur
S.J. OostwouderLid Algemeen Bestuur
P.J.T. van StrienLid Algemeen Bestuur
P. van BockhoveLid Algemeen Bestuur
K.L. van HerwaardenLid Algemeen Bestuur
M. van DrielLid Algemeen Bestuur
C. OudendijkLid Algemeen Bestuur
I. Oosterhuis - GijsbersLid Algemeen Bestuur
F.A.M. BeijkLid Algemeen Bestuur
C.A.H. Hilverda - van LeeuwenLid Algemeen Bestuur
M.E.I. VoltenLid Algemeen Bestuur
C.J. van der ElstLid Algemeen Bestuur
P. VarekampLid Algemeen Bestuur
J. SchrootLid Algemeen Bestuur
H.P. OlthofLid Algemeen Bestuur
R.W. OnderwaterLid Algemeen Bestuur
J.M. ValkLid Algemeen Bestuur
J. KuijpersPlv Lid Algemeen Bestuur
R. BreeuwsmaPlv Lid Algemeen Bestuur
G. van den HamPlv Lid Algemeen Bestuur
M. RoelofsPlv Lid Algemeen Bestuur
J. M. OutPlv Lid Algemeen Bestuur
R. van BeurdenPlv Lid Algemeen Bestuur
Y. Peters - AdrianPlv Lid Algemeen Bestuur
D. KistemakerPlv Lid Algemeen Bestuur
L.C. VooijsPlv Lid Algemeen Bestuur
W. VeltmanPlv Lid Algemeen Bestuur
T.J. VosPlv Lid Algemeen Bestuur
M. JonesPlv Lid Algemeen Bestuur
D. BinnendijkPlv Lid Algemeen Bestuur
R.C.M. van de WielPlv Lid Algemeen Bestuur
A. RaggersPlv Lid Algemeen Bestuur
J. van der PijlPlv Lid Algemeen Bestuur
C.A.G.M. EgbertsPlv Lid Algemeen Bestuur
W.J.A. Verkleij - EimersPlv Lid Algemeen Bestuur
J. H.C. DasPlv Lid Algemeen Bestuur
E.R. JeanschPlv Lid Algemeen Bestuur
D.I.H.M. PiketPlv Lid Algemeen Bestuur
C.G.J. BreuerPlv Lid Algemeen Bestuur
H.G. SchokkerPlv Lid Algemeen Bestuur
A. DeuzemanPlv Lid Algemeen Bestuur
F.Q.A. van TrigtPlv Lid Algemeen Bestuur
M.J. van der PoelPlv Lid Algemeen Bestuur
K. de Lange - de HeidenPlv Lid Algemeen Bestuur

2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen

Gegevens 2025
NaamVokurka L.P.
Functiegegevens
Functie bij beëindiging dienstverbanddirecteur
Omvang dienstverband (in fte)1,0
Jaar waarin het dienstverband is beëindigd2025
Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband
Overeengekomen uitkering wegens beëindiging dienstverband36.446
Individueel toepasselijke maximum75.000
Totaal uitkeringen wegens beëindiging dienstverband36.446
Waarvan betaald in 202536.446
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedragn.v.t.
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaann.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betalingn.v.t.

Tabellen 1c, 1e, 1f, 1g: zijn over 2025 niet van toepassing.

Tabel 3: Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Rechtmatigheidsverantwoording – verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland

De baten en lasten, alsmede de balansmutaties, moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik­en oneigenlijk gebruik-criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders, zoals de begroting en de verordeningen en met de bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 2 juli 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht.

Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de bestemmingsreserves en is daarmee vastgesteld op € 272.503. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025.

Bevinding

Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 606.733 bedraagt. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 272.503.

De geconstateerde afwijkingen betreffen:

Tabel RechtmatigheidsverantwoordingBedrag
1A. Overschrijding lasten programma’s21.346
1B. Overschrijding investeringskredieten0
2. Ongeautoriseerde reservemutaties0
3A. Onderschrijding van lasten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan het algemeen bestuur zijn gemeld.0
3B. Onderschrijding van baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan het algemeen bestuur zijn gemeld.0
Totaal begrotingsonrechtmatigheden21.346
4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid.0
Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden (inhoudelijk hier toelichten en in de paragraaf bedrijfsvoering))21.346
Voorwaardencriterium585.387
Niet kunnen vaststellen voldaan aan voorwaarden controleprotocol RIF (inhoudelijk hier toelichten en in de paragraaf bedrijfsvoering)585.387
Geen bevindingen0
Totaal geconstateerde afwijkingen606.733
Verantwoordingsgrens van 2% (excl. Toevoeging reserves)272.503

In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie het onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.


5 Overige gegevens

5.1  Controleverklaring van de accountant


6 Besluit

Het Algemeen Bestuur van het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland;

gezien de rekening van lasten en baten van het samenwerkingsorgaan over het jaar 2025; gelet op artikel 197 en volgende van de gemeentewet;

b e s l u i t:

De jaarrekening 2025 vast te stellen met een voordelig resultaat van € 824.399 Over de bestedings- en dekkingsvoorstellen separaat te besluiten.

Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland in de vergadering van 24 juni 2026.

E. Loenen, Secretaris-directeur
P.J. Heijkoop, Voorzitter


7 Bijlagen

Verdeling BTW voor BCF gemeenten 2025Aantal inwoners CBS 1-1-2023Aantal leerlingen 5-17jr 1-1-2023Totaal BTWAlgemeen 13 gemeentenLeerplicht 11 gemeenten obv leerlingenProject LEADER 13 gemeentenRES NPLW SPUK Alphen aan den RijnRES Rijksmiddelen Alphen aan den RijnRES Nationale bijdrage Energiesysteem Alphen aan den Rijn
Alphen ad Rijn114.1820200.045196.95003.094000
Hillegom22.4532.96540.41138.7291.073608000
Kaag & Braassem28.5733.81551.44049.2851.381774000
Katwijk66.60710.699120.567114.8893.8731.805000
Leiden127.08913.888227.685219.2145.0273.444000
Leiderdorp27.6573.90949.87047.7051.415749000
Lisse23.3903.16842.12640.3451.147634000
Nieuwkoop29.463051.61950.8200798000
Noordwijk45.1795.91781.29577.9282.1421.224000
Oegstgeest25.7464.21846.63344.4091.527698000
Teylingen38.5105.47869.45266.4251.9831.044000
Voorschoten25.6654.07746.44044.2691.476696000
Zoeterwoude9.4431.27917.00716.288463256000
Totaal583.95759.4131.044.5891.007.25721.50715.825---

7.2 Subsidies

Onderstaande tabellen geven een weergave van de besteding van verleende subsidie van de provincie Zuid-Holland voor de uitvoering van het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) in 2025. Met het opnemen van deze informatie in de bijlage van de jaarstukken wordt in voldoende mate voorzien aan de gewenste verantwoordingsinformatie van de subsidieverstrekker.

Verantwoording CVV

1a. Verantwoording besteding subsidie CVV (Regiotaxi)
Subsidie verstrekker: Provincie Zuid-HollandSubsidie toekenning 2025Uitgaven 2025Verschil toekenning en uitgaven 2025
Project omschrijving
Bijdrage CVV300.000191.021108.979
Bijdrage beheersorganisatie85.00085.000-
Totaal385.000276.021108.979
1b. Financiële afwikkeling met subsidieverstrekker van subsidie CVV
Subsidie verstrekker: Provincie Zuid-HollandBevoorschotting 2025Uitgaven 2025Verschil bevoorschotting en uitgaven 2025
Project omschrijving
Bijdrage CVV240.000191.02148.979
Bijdrage beheersorganisatie68.00085.000-17.000
Totaal308.000276.02131.979

Het verschil tussen bevoorschotting en uitgaven 2025 heeft een omvang van € 31.979. Dit bedrag zullen we aan de subsidieverstrekker moeten terugbetalen aan de hand van een vaststellingsbeschikking. Deze zullen we naar verwachting medio 2026 van de provincie ontvangen.