Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie

Begroting 2027

Onderstaand vindt u de begroting 2027 als integrale webpagina.
U kunt deze ook als PDF-bestand downloaden.

1.  Inleiding

Werken aan een hoge kwaliteit van leven

Binnen de regio Holland Rijnland werken we met dertien gemeenten intensief samen. Dat is efficiënt en effectief. We vergroten hiermee onze slagkracht. We creëren brede welvaart door het bouwen van woningen, het creëren van banen en door het gebied duurzaam en toekomstbestendig in te richten.

We willen dat Holland Rijnland ook in de toekomst een fijne regio blijft om te wonen, te werken en te leven. Dat betekent zoeken naar balans: ruimte geven aan stedelijke ontwikkeling én het waardevolle landschap behouden. We werken daarom aan opgaven de terreinen van: wonen, energie, ruimte, mobiliteit, groen & blauw en economie. We bekijken de diverse belangen in samenhang. Zo werken we aan een toekomstbestendige regio met een hoge kwaliteit van leven.

Al deze opgaven stoppen niet bij de gemeentegrenzen. Daarom gaan de dertien gemeenten gezamenlijk deze uitdagingen aan. Onze ambitie is verwoord in onze Regionale Investeringsagenda (RIA). We komen stap voor stap verder met de veertien projecten uit deze agenda. Zo gaan we van ambitie naar uitvoering.

In de verordening is vastgelegd dat we de RIA ieder tweede jaar van een bestuursperiode herijken. De eerste periode van de RIA loopt in 2027 ten einde. Dat betekent dat we in de komende bestuursperiode aan de slag gaan met de evaluatie van de eerste periode en een basis leggen voor de periode 2028-2031. Eind 2027 is duidelijk met welke projectportefeuille we verdergaan en welke investeringen we doen voor de projecten. Voor de evaluatie van de RIA volgen we een gezamenlijk proces waarbij colleges, raden en het Algemeen Bestuur zorgvuldig worden betrokken.

Inzet tegen thuiszitten en voortijdig schoolverlaten

Naast deze uitdagingen werken onze gemeenten ook samen op een aantal belangrijke uitvoeringstaken. Zo zet het Regionaal Bureau Leerrecht zich namens elf regiogemeenten in om verzuim, thuiszitten en voortijdig schoolverlaten tegen te gaan. Hiermee bieden we kansen aan kinderen en jongeren in onze regio en zorgen we dat zij zich goed kunnen ontwikkelen. Het Regionaal Bureau Leerrecht viert in 2027 haar 25-jarig lustrum. En er valt echt wat te vieren, want 98,5 procent van de leerlingen van 5-18 jaar gaat naar school. Het percentage jongeren tot 23 jaar dat het onderwijs voortijdig verlaat zonder startkwalificatie is in de regio 1,91%. Daarmee doen we het beter dan vergelijkbare regio’s in Nederland.

Met de Regiotaxi Holland Rijnland zorgen we dat iedereen in onze regio veilig en plezierig van A naar B kan reizen, als de auto of het OV geen optie of wens is. We voeren stevig contractbeheer met de vervoerder. Door het gezamenlijk uitvoeren van deze taken, is er meer slagkracht, kunnen we efficiënter werken en zijn we als regio een stevige samenwerkingspartner. De klanttevredenheidscijfers van de Regiotaxi zijn hoog. En dat willen we zo houden.

Ook zorgen we voor een effectieve en efficiënte uitvoering van de taken rondom urgentieaanvragen voor sociale huurwoningen.

Financieel solide

Deze conceptbegroting van Regio Holland Rijnland is financieel solide. We hanteren een sluitende begroting met een nulsaldo. Hij is opgesteld conform de kaders die het Algemeen Bestuur heeft vastgesteld met de Kaderbrief 2027. De wegvallende huurinkomsten van de Service Organisatie Zorg en de lager uitvallende indexatie op de loonkosten, vangen we op binnen de begroting. Dit doen we onder andere door de financiën in eigen beheer te nemen en de lasten op overhead te verminderen.

Ver vooruitkijken

Deze conceptbegroting hebben we begin 2026 opgesteld. Het jaar 2027 is nog ver weg. Daardoor is het mogelijk dat de begroting 2027 bij aanvang van het begrotingsjaar op onderdelen niet meer actueel is. In 2026 start een nieuwe bestuursperiode. Nieuw beleid, dat voortvloeit uit het programma van de nieuwe bestuursperiode, verwerken we eind 2026 met een wijziging op de begroting 2027.

Ook komt er een wettelijke uitbreiding van de taken van het doorstroompunt tegen voortijdig schoolverlaten. Deze is zowel qua baten als lasten nog niet geheel meegenomen.

Bouwen op een stevige basis

Met deze begroting bouwen we door op de stevige basis die Regio Holland Rijnland de afgelopen jaren heeft gelegd. Samen houden we koers en zorgen we voor tastbare resultaten.

2.  Algemene financiële beschouwingen

Regio Holland Rijnland verricht uitvoerende en beleidstaken voor de deelnemende gemeenten omdat dit effectiever en efficiënter is op regionaal niveau. In deze paragraaf beschrijven we op hoofdlijnen de voor Regio Holland Rijnland en de deelnemende gemeenten (financiële) ontwikkelingen die van invloed zijn op de bekostiging van de organisatie.

In deze begroting noteren we bedragen in duizendtallen. We verwachten daarmee voldoende financiële informatie te bieden en tegelijkertijd de leesbaarheid te vergroten. De reguliere bijdrage per gemeente geven we in tabel 2.3 niet afgerond weer.

2.1 Subsidies, Rijksbijdragen en overige baten

Regio Holland Rijnland is voor de bekostiging niet enkel afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen. Met de efficiencyvoordelen die uitvoering op regionaal niveau met zich meebrengt, zien we dat, door taken en bevoegdheden regionaal te beleggen, derden Regio Holland Rijnland weten te vinden. Daarmee genereert de organisatie extra middelen uit bijvoorbeeld subsidies en rijksbijdragen. Voor de uitvoerende taken ontvangt Regio Holland Rijnland onder meer een RMC-subsidie en een subsidie voor Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV). De afdeling Strategie & Beleid voert taken uit bekostigd vanuit de subsidiebijdragen van onder andere LEADER, de Regionale Energie Strategie en de Regionale Subsidie Mobiliteit. De vaststelling van de Regionale Investeringsagenda (RIA) moet als katalysator werken om extra subsidies aan te trekken.

Baten van derdenHoogte bijdrage in 2027TypeProgramma
Rijksbijdrage Energieprogramma1.247RijksbijdrageEnergieprogramma
Subsidie Versnellingstafel Wonen67Subsidie PZHStrategie & Beleid
Rijksbijdrage RMC1.566RijksbijdrageRegionale uitvoering
Provinciale subsidie Regiotaxi335Subsidie PZHRegionale uitvoering
Provinciale subsidie Mobiliteit694Subsidie PZHStrategie & Beleid
Lokale projecten mobiliteit231Bijzondere bijdrage regiogemeentenStrategie & Beleid
LEADER90Subsidie PZHStrategie & Beleid
Totaal4.230

Tabel 2.1: Baten van derden, In €x 1.000

Naast subsidies en Rijksbijdragen, realiseerde Regio Holland Rijnland baten door de onderhuur van kantoorplekken aan SOZ Holland Rijnland. SOZ Holland Rijnland krijgt er per 1-1-2027 extra taken bij en groeit in personeelsaantal. Hierdoor past SOZ niet meer binnen de kantoorruimte van Regio Holland Rijnland en heeft SOZ Holland Rijnland de huur opgezegd per 1-1-2027. Dit zorgt voor lagere baten van € 141K. We lossen dit op binnen de overhead; de besparing die we realiseren door het in eigen beheer nemen van financiën valt hoger uit dan verwacht. Daarnaast begroten we minder materiële lasten op de bedrijfsvoering voor advieskosten en implementatie van nieuwe soft- en hardware.

Verder zien we dat de subsidies en bijdragen vanuit medeoverheden zoals de provincie in de dagelijkse praktijk niet zeker zijn. We zien dat subsidies naar beneden worden bijgesteld of in sommige gevallen niet worden toegekend, ondanks eerdere toezeggingen. Dit maakt het begroten en plannen van aanvullende en gesubsidieerde activiteiten kwetsbaar. We kiezen er daarom voor om het voorzichtigheidsbeginsel toe te passen op de baten bij deze activiteiten. We begroten de baten pas wanneer we de beschikking hebben ontvangen.

2.2 Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage

De werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden (hierna: FKGR) adviseert over de kaders waarbinnen de gemeentelijke bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen binnen de regio zich mogen ontwikkelen. Met de begroting 2026 heeft Regio Holland Rijnland het advies van de FKGR opgevolgd om 6% te besparen op de gemeentelijke bijdragen.

Daarnaast adviseert de FKGR over de indexatie die gemeenschappelijke regelingen mogen toepassen op de in rekening te brengen bijdragen. Uitgangspunt hierbij is altijd geweest dat de gemeentelijke bijdrage waardevast is; de geadviseerde indexatie van de gemeentelijke bijdrage is voldoende om de verwachte prijsontwikkeling van lonen en materiële kosten (op basis van de septembercirculaire t-2) te dekken.

De nieuwe wijze van indexeren voor inflatie van het gemeentefonds, prijs Bbp, is soberder dan indexeren op basis van de indices van het CPB voor loon- en prijsontwikkeling sector overheid. Omdat gemeenschappelijke regelingen een relatief grote salariscomponent kennen, heeft de FKGR het advies gegeven om de indexering te blijven baseren op de zgn. loon- en prijsontwikkeling (Lpo) methodiek en vooralsnog niet te indexeren volgens het Bbp voor prijzen. Vanaf 2026 heeft de bestuurlijke werkgroep een koppeling met het Bbp op afstand gemaakt. Op het moment dat er een verschil van cumulatief meer dan 2% ontstaat dan adviseert de FKGR dit verschil te corrigeren en een generieke correctie op de indexering voor de gemeenschappelijke regelingen toe te passen.

Voor Regio Holland Rijnland valt de geadviseerde indexatie daarmee 1,1% lager uit dan benodigd voor waardevaste indexatie op basis van septembercirculaire 2025.

Tabel 2.2 maakt het verschil inzichtelijk.

Indexatie benodigdIndexatie advies
ComponentWegingsfactorIndex 2027 CEPGewogen indexIndex 2027 FKGRGewogen index
Personele lasten62%6,33,94,532,8
Materiële lasten38%2,61,02,61,0
Gewogen index 20264,93,8

Tabel 2.2 Indexatie FKGR 2027

Regio Holland Rijnland heeft ook voor 2027 het advies van de FKGR opgevolgd met vaststelling van de Kaderbrief 2027. Voor Regio Holland Rijnland betekent dit feitelijk een taakstelling van € 80K. Dit is op termijn geen financieel houdbare realiteit. Wanneer het advies van de FKGR in toekomstige jaren afwijkt van de verwachte prijsontwikkeling, zullen we tijdig het gesprek met de regiogemeenten starten om een waardevaste begroting op te leveren.

2.3 Inwonersbijdrage

De dertien gemeenten in de regio Holland Rijnland bekostigen de organisatie Regio Holland Rijnland. De gemeentelijke bijdrage wordt berekend aan de hand van het aantal inwoners van een gemeente en de taken die Regio Holland Rijnland uitvoert voor deze gemeente. Het aantal leerlingen is het criterium voor de bijdrage voor de handhaving van de leerplicht. Voor het vaststellen van de bijdrage 2027 is 1 januari 2025 de peildatum voor het inwonertal (bron: CBS) en het aantal leerlingen (bron: landelijke leerlingenbasisadministratie). Door het verschil in taken, verschilt de gemiddelde bijdrage per gemeente. Enkele gemeenten organiseren de taken die Regio Holland Rijnland uitvoert op een andere wijze. Zo zijn de gemeenten Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop niet aangesloten bij het Regionaal Bureau Leerrecht van Regio Holland Rijnland.

In 2027 is de gemiddelde reguliere bijdrage per inwoner € 12,94. In 2025 was dat € 12,52. Tabel 2.3 geeft de totale bijdrage per gemeente weer.

Aantal inwoners CBS 1-1-2025Aantal leerlingen 5-17 jr 1-1-2025Bijdrage Begroting 2026Bijdrage 2027 t.b.v. taken excl. RBLBijdrage 2027 t.b.v. taken RBLTotale bijdrage 2027
Alphen aan den Rijn115.773-€ 944.454€ 968.911€ -€ 968.911
Hillegom22.7862.993€ 316.762€ 190.697€ 137.478€ 328.175
Kaag en Braassem29.3163.850€ 404.028€ 245.347€ 176.843€ 422.190
Katwijk67.08910.591€ 1.006.855€ 561.472€ 486.478€ 1.047.950
Leiden130.63813.671€ 1.659.874€ 1.093.317€ 627.952€ 1.721.269
Leiderdorp27.7513.838€ 394.325€ 232.250€ 176.291€ 408.541
Lisse23.5823.155€ 327.867€ 197.359€ 144.919€ 342.278
Nieuwkoop29.521-€ 242.353€ 247.063€ -€ 247.063
Noordwijk45.9295.987€ 632.846€ 384.382€ 275.002€ 659.384
Oegstgeest26.0584.315€ 397.375€ 218.081€ 198.202€ 416.282
Teylingen38.4115.334€ 548.047€ 321.464€ 245.007€ 566.471
Voorschoten25.9004.004€ 383.039€ 216.759€ 183.916€ 400.675
Zoeterwoude10.1411.262€ 134.022€ 84.871€ 57.968€ 142.838
Totaal592.89559.000€ 7.391.848€ 4.961.972€ 2.710.056€ 7.672.027

Tabel 2.3 Inwonersbijdrage 2027

3. Programmaplan

3.1 Strategie en Beleid

3.1.1 Regionale Investeringsagenda

Wat willen we bereiken?

Met de Regionale Investeringsagenda slaan we een brug van ambitie naar uitvoering. We werken met de gemeenten samen aan de ontwikkeling van de regio op het gebied van mobiliteit, energie, economie en groen en blauw. Met de RIA creëren we uitvoeringskracht, positioneren we ons als regio richting hogere overheden en andere belanghebbenden. De RIA bestaat uit een projectenportefeuille van veertien projecten en een Regionaal Fonds. Aan de hand van deze projecten werken we stapsgewijs aan het realiseren van onze regionale ambities.

Wat gaan we daarvoor doen?

De RIA telt veertien projecten in de projectenportefeuille, waarvan een project in tweeën is gesplitst. Onze rol in de projecten is die van aanjager, coördinator of facilitator, afhankelijk van wat wordt gevraagd. In een aantal projecten treedt Regio Holland Rijnland op als ambtelijk opdrachtgever en een enkele keer (doorfietsroutes) als regisseur. In 2027 werken we verder aan deze projecten:

  1. Doorfietsroutes
  2. Mobiliteitsaanpak Rijn- en Veenstreek Noord
  3. Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek & Haarlemmermeer
  4. Leefbaarheidsstudie Corridor N206
  5. Studie regionale aansluiting MIRT Knoop Leiden Centraal en HOV oost-west
  6. Warmtenet
  7. Energieke landschappen en Energy Lane
  8. Haalbaarheidsonderzoek Ruimtelijke Ontwikkelingsmaatschappij Bedrijventerreinen
  9. Regio Deal Sierteeltregio
  10. Groenblauw Raamwerk
  11. Benutten en versterken landschappelijke kwaliteiten
  12. A. Personenhubs
    B. Circulaire hubs
  13. Mobiliteit gebiedsontwikkeling Alphen-West
  14. Studie versterken en verbinden kennis- en innovatie-as

Met het Regionaal Fonds brengen we verschillende projecten in uitvoering voor de thema’s Energie, Economie, Groen en Blauw en Mobiliteit.

3.1.2 Toekomstverkenningen

De Regio Holland Rijnland staat voor grote maatschappelijke opgaven die vragen om een samenhangende en toekomstgerichte aanpak. Het is noodzakelijk om duidelijke keuzes te maken en deze te vertalen naar concreet regionaal beleid (toekomstverkenning) en uitvoeringsprogramma’s. Ten behoeve van de thema’s mobiliteit, groen en blauw en economie wordt in 2027 regionaal beleid ontwikkeld of strategische toekomstverkenningen uitgevoerd. Uitvoeringsprogramma’s zijn nodig om de stap van papier naar uitvoering te maken

Mobiliteit

Wat willen we bereiken?

Ontwikkelingen in de maatschappij volgen elkaar in rap tempo op. Dat geldt ook voor mobiliteit en dan met name voor het Openbaar Vervoer. Om vroegtijdig in te kunnen springen op deze ontwikkelingen, is een lange termijnvisie noodzakelijk. Deze richt zich, naast bereikbaarheid, op vermindering van vervoersarmoede, duurzaamheid en veiligheid. In 2026 wordt een OV-visie (of Publiek Vervoer) 2050 opgesteld. De uitgangspunten van deze visie vertalen we naar concrete acties en programma’s. In 2027 zetten we deze acties en programma’s voor het eerst in gang.

Wat gaan we daarvoor doen?

We maken een uitvoeringsprogramma bij de OV-visie: in 2026 stellen we een OV-visie (of Publiek Vervoer) 2050 op. De uitgangspunten van deze visie vertalen we naar concrete acties en programma’s. In 2027 worden deze acties en programma’s voor het eerst in gang gezet. Onderwerpen die aan bod komen (niet limitatief) zijn: vermindering vervoerarmoede, elektrificatie, rol overheid, evaluatie spoorlijn Gouda-Alphen, implementeren Public-Transport et cetera. Tegelijkertijd werkt de provincie Zuid-Holland aan de verdere uitwerking van de provinciale OV-visie. Waar overeenstemming en overlap is, zal daar aansluiting bij worden gezocht. Zo zorgen we voor overeenkomstig beleid.

We passen de Regionale Strategie Mobiliteit aan, juist vanwege deze koers, aan de meest recente ontwikkelingen in 2027.

Groen en Blauw

Wat willen we bereiken?

Onze regio streeft naar toekomstbestendigheid, waarbij water en bodem de leidende factoren worden voor ruimtelijke inrichting. Versterking van natuur (biodiversiteit) en klimaatbestendige inrichting zijn essentieel. Voor Groen en Blauw is op dit moment geen duidelijk beleidsdocument. Wel zijn er een aantal strategische verkenningen, zoals het Programma Landelijk gebied Duurzame Greenport (Duin- en Bollenstreek) en het Groene Hart. Echter, dit zijn verkenningen en daarmee geen beleidsstuk vanuit Regio Holland Rijnland. Er is de bestuurlijke wens om een duidelijk beleidsstuk te hebben op het gebied van groen en blauw om beter in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen van andere overheden, zoals provincie, het Hoogheemraadschap en het Rijk. Ook zal het een bouwsteen zijn voor de RIA-projecten.

Wat gaan we daarvoor doen?

Toekomstverkenning in de vorm van regionaal beleid: we stellen in 2027 een regionaal beleidsstuk op voor Groen en Blauw in samenwerking met (onder andere) universiteiten, milieuorganisaties, agrariërs en verschillende overheden.

Economie

Wat willen we bereiken?

Het rapport van Wennink, ‘De route naar toekomstige welvaart’ (2025), benadrukt dat innovatie-ecosystemen als het Leiden Bio Science Park, NL Space Campus en Unmanned Valley sleutelrollen spelen in het Nederlandse verdienvermogen. De koers die Regio Holland Rijnland vaart om de regionale (kennis)economie te versterken, zijn in lijn met dit rapport. Dat gaat om: het Regionaal Koersdocument Economie, de bedrijventerreinenstrategie, de kantorenstrategie en de Human Capital Aanpak van Regio Holland Rijnland. We werken toe naar een economie die passend is bij onze regio met een aantrekkelijk vestigingsklimaat.

Wat gaan we daarvoor doen?

Een uitvoeringsprogramma bij de Regionale Economische koers, bedrijventerreinen- en kantorenstrategie en human capital agenda. Het beleid en de strategieën die we afgelopen jaren opstelden, is in 2026 gevat in een uitvoeringsstrategie. De uitvoeringsstrategie biedt handvatten en een instrumentarium voor gemeenten om te kiezen voor sleutelsectoren in de beperkt beschikbare fysieke ruimte in onze regio. In 2027 voeren we deze uitvoeringsstrategie samen uit met triple helix-organisaties.

3.1.3 Projecten

Naast de projecten en programma’s in het kader van de Regionale Investeringsagenda, zetten we ons vanuit het programma Strategie en Beleid ook in voor andere programma’s, projecten of processen. Hierbij is sprake van een duidelijk begin en eind, met een concreet resultaat.

Kantoren- en bedrijventerreinenstrategieën

Wat willen we bereiken?

Naast het bouwen van woningen, vraagt het creëren van voldoende banen om fysieke ruimte in de vorm van bedrijventerreinen of kantorenlocaties. Er is echter weinig ruimte in de regio en we zien dat veel van de nog beschikbare ruimte wordt ingezet voor woningbouw. Om de juiste afwegingen te maken, is het voor gemeenten essentieel om inzicht te krijgen in de behoefte naar bedrijventerreinen en kantoorruimten. Op basis van dit inzicht stelden we in 2024 een gezamenlijke strategie op voor welke bedrijvigheid we waar in de regio willen faciliteren. Voor bedrijventerreinen is een regionale bedrijventerreinenstrategie opgesteld. Deze loopt tot 1 juli 2026, met een mogelijke verlenging van één jaar. In 2025 is voor kantoren een regionale kantorenstrategie opgesteld. Op basis van deze strategieën zorgen we ook in 2027 voor de gezamenlijke uitvoering van regionale afspraken.

Wat gaan we daarvoor doen?
  • Op basis van het verzoek van de provincie Zuid-Holland stellen we samen met de dertien gemeenten binnen Holland Rijnland een geactualiseerde bedrijventerreinenstrategie op.
  • We stemmen af met provincie en gemeenten. Zo bepalen we wat aandachtspunten zijn voor de toekomst voor zowel bedrijventerreinen als kantorenlocaties.
  • We faciliteren de onderlinge afstemming tussen gemeenten. Daarbij fungeert Regio Holland Rijnland als aanspreekpunt voor de provincie bij de actualisaties. In regionaal verband houden wij zicht op de uitvoering van de bedrijventerreinenstrategie en de kantorenstrategie, worden knelpunten van regionaal belang besproken en – waar nodig – ondersteunt Holland Rijnland bij het hard maken van zachte plannen.

Groen en Klimaatbestendig

Wat willen we bereiken?

Onze regio streeft naar toekomstbestendigheid, waarbij water en bodem de leidende factoren worden voor ruimtelijke inrichting. Versterking van natuur en klimaatbestendige inrichting zijn essentieel, met maatregelen, zoals het beter vasthouden van water tijdens droogte en het opvangen van hevige regenval. Slim gebruik van beperkte ruimte is cruciaal om onze grotendeels verstedelijkte regio gezond, groen en leefbaar te houden, terwijl ruimte wordt geboden aan woningbouw. We bouwen aan een regionaal netwerk van groen en water, inclusief ecologische corridors, gebieden voor natuurrecreatie, uitbreiding van wandel- en fietsnetwerken en stimulering van een natuur-inclusieve landbouwtransitie. Dit zorgt voor een evenwichtige benutting van ruimte, bevordert de biodiversiteit, verrijkt het landschap en waarborgt de leefbaarheid en de natuur van de regio.

Wat gaan we daarvoor doen?

In 2027 geven we samen met de gemeenten uitvoering aan het programmaplan van de RIA-projecten nummer 10 ‘Groenblauw Raamwerk’ en voor project 11 ‘Benutten en versterken landschappelijke kwaliteiten’. In 2027 werken we aan de uitvoering van dit plan. Met dit plan brengen we verschillende projecten van de P3- naar de P2- en P1-fase. En worden P1 projecten daadwerkelijk gerealiseerd.

3.1.4 Fondsen en subsidies

Regionaal Investeringsfonds

Wat willen we bereiken?

We willen op een ordentelijke wijze het Regionaal Investeringsfonds (RIF) uitputten en programma’s aanjagen en stimuleren. Hiervoor volgen we nauwgezet de voortgang van de projecten en maken we afspraken met gemeenten over de te nemen stappen om de projecten binnen de afgesproken tijd te voltooien.

Wat gaan we daarvoor doen?

We monitoren, stimuleren en jagen programma’s en projecten aan waarvoor een bijdrage in het Regionaal Investeringsfonds is gereserveerd. Het gaat om de volgende mobiliteitsprojecten: i het project Leiden-Utrecht-Beter-Bereikbaar (station Hazerswoude-Rijndijk (€ 4,2 miljoen en ) en ongelijkvloerse kruising burgemeester Smeetsweg € 1,3 miljoen) en projecten in het kader van het Programma Ontsluiting Greenport (POG), zoals mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek (€ 12,5 miljoen), meerzijdige ontsluiting Beeklaan (€ 4 miljoen), fietsaanpak NMDBS (€ 6,5 miljoen), Fietsoversteek N208/Nachtegaallaan + kruising N443//Teylingerlaan: (€ 1 miljoen) en doorfietsroute Wilhelminalaan Hillegom (€ 0,5 miljoen). De projecten Nagelbrug en Rijnlandroute zijn afgerond.

Groenprogramma RIF

Wat willen we bereiken?

Het Groenprogramma maakt deel uit van het RIF. Het programma is de basis voor het afsluiten van Uitvoeringsovereenkomsten tussen Holland Rijnland en de gemeenten voor de realisatie van projecten op het gebied van landschap, recreatie en natuur (vergroten biodiversiteit). In 2026 zijn de laatste projecten gerealiseerd.

Wat gaan we daarvoor doen?

We beschikken in 2027 de laatste projecten van het Groenprogramma definitief en daarmee wordt het programma afgesloten. Met uitzondering van de projecten 2e sluis Roelofarendsveen (Q4 2029) en Polderlab Vrouwe Venne (Q2 2031). Voor deze projecten leveren we jaarlijks een voortgangsrapportage op, inclusief een financiële paragraaf.

LEADER Hollandse Plassen

Wat willen we bereiken?

Leader is een Europees programma voor Plattelandsontwikkeling. Het ondersteunt initiatieven die bijdragen aan de versterking van de leefbaarheid en de economie van het platteland in Holland Rijnland. Een voorwaarde voor EU-subsidie is dat een publieke organisatie kassier en rechtspersoon is. Regio Holland Rijnland verzorgt die rol.

2027 is het laatste jaar dat er subsidieaanvragen kunnen worden ingediend. We gaan er vanuit dat uiterlijk in het 2e kwartaal van 2027 alle beschikbare middelen aan projecten zijn toegewezen en dat we uitkomen op tien Proeftuin- en veertien Impactprojecten.

Wat gaan we daarvoor doen?

  • We zijn rechtspersoon en kassier om het Leader-programma mogelijk te maken.
  • We ondersteunen projecten van partijen die een subsidieaanvraag willen indienen.
  • We beoordelen nieuwe aanvragen (viermaal per jaar).
  • We ondersteunen goedgekeurde projecten bij de verantwoording.
  • We organiseren doorlopend netwerkbijeenkomsten (o.a. LEADER-cafés), communicatie-activiteiten en eenmaal per jaar monitoren en evalueren we het programma.

Cofinancieringsfonds

Wat willen we bereiken?

Via het Cofinancieringsfonds financiert Regio Holland Rijnland regionale, bovengemeentelijke innovatieve initiatieven. In 2025 is het fonds voor het laatst aangevuld. Omdat Regio Holland Rijnland inmiddels beschikt over het vervangende Regionaal Fonds, besluit het AB eind 2026 over de bestemming van het resterende bedrag (Dit bedraagt ongeveer € 100.000,-, afhankelijk van eventuele terugvorderingen van bevoorschotting bij lopende projecten). Dit besluit heeft geen gevolgen voor lopende projecten.

Wat gaan we daarvoor doen?

We stimuleren nieuwe projectaanvragen vanuit het Regionaal Fonds. Wij nemen geen nieuwe aanvragen voor het Cofinancieringsfonds meer in behandeling. De uitvoering van projecten uit het cofinancieringsfonds lopen door tot in 2027. We houden zicht op de voortgang van projecten die mede gefinancierd zijn vanuit het cofinancieringsfonds. Dat gaat onder meer om het beoordelen van de tussenrapportage en de eindrapportage en het vaststellen van de subsidie. In 2027 handelen wij het project Pilot Versterken Strandtoerisme af. De projecten Slimme Techniek en Energietransitiehuis Alphen aan den Rijn lopen door tot en met december 2027. Wij ronden de verantwoording en afhandeling van deze projecten af in 2028.

Provinciale subsidieregeling mobiliteit

Wat willen we bereiken?

Het aantal verkeersslachtoffers in Holland Rijnland nam de afgelopen jaren flink toe. Dat willen we reduceren door permanent in te zetten op verbetering van de verkeersveiligheid. Dat doen we door middel van educatie van en voorlichting aan verkeersdeelnemers in alle leeftijdsgroepen. De basis hiervoor is het Actieprogramma Verkeersveiligheid 2025-2027, met behulp van subsidie van de provincie van € 2.081.700.

Wat gaan we daarvoor doen?

Net als in voorgaande jaren ondersteunen we in 2027 gemeenten bij het verkrijgen van subsidies en fondsen voor infrastructurele projecten en voor gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid in het kader van de provinciale subsidieregeling mobiliteit. Ook vervullen we een coördinerende en aanjagende rol bij de aanpak van gedragsbeïnvloeding van verkeersdeelnemers in alle leeftijdsgroepen. Deze maatregelen zijn opgenomen in het Actieprogramma Verkeersveiligheid.

Dit Actieprogramma is de basis voor een effectieve, regionale aanpak van verkeersveiligheid. Het richt zich met name op gedragsbeïnvloeding. We sluiten aan bij de uitgangspunten van permanente verkeerseducatie. Aan de onderwijsbegeleidingsdienst verlenen we de opdracht om scholen in het basis-en het voortgezet onderwijs te werven voor een structurele aanpak van verkeerseducatie. Voor de basisscholen bieden we een verkeersleerkracht aan die, in opdracht van Regio Holland Rijnland, praktische lessen geeft in alle leerjaren en de school ondersteunt en adviseert bij het zelfstandig vormgeven van praktische verkeerseducatie.

Naast bovenstaande activiteiten rondom scholen, vinden er jaarlijks praktijkdagen voor jonge autorijders plaats en zijn er rijvaardigheidsdagen voor senioren en scootmobielgebruikers. Op 235 campagneborden langs de wegen in Holland Rijnland worden vijfmaal per jaar posters gewisseld. Deze sluiten aan bij landelijke campagnes. Ook vindt er een regionale fietsverlichtingscampagne plaats in de gehele regio en een BOB-sportcampagne. Daarnaast zijn er door het jaar heen nog meer acties.

Verder zullen we voor projecten rondom gedragsbeïnvloeding – die meerdere van de dertien gemeenten oppakken – gezamenlijk opdracht verlenen onder de vlag van Regio Holland Rijnland. We zien efficiency-en effectiviteitsvoordelen als we de uitvoering van deze lokale projecten op regionale schaal brengen.

Algemeen is de gedachte dat gedragsbeïnvloeding op regionale schaal veel effectiever is dan op lokale schaal.

Tot slot maken we, op verzoek van provincie Zuid-Holland, een zogenaamde regiovoordracht met provinciale subsidie voor gemeentelijke infrastructurele projecten met een regionaal belang, zoals het realiseren van doorfietsroutes. De jaarlijkse subsidie bedraagt € 2.850.055.

3.1.5 Regionaal beleid en monitoring

Wonen

Wat willen we bereiken?

In de regio moeten we in de periode 2021–2030 netto 30.500 nieuwe woningen bouwen. Daarnaast maken we in de Regionale Woonagenda afspraken over hoe we dit gezamenlijk in regionaal verband kunnen bereiken.

Wat gaan we daarvoor doen?
  • We dragen zorg voor een toekomstbestendige Huisvestingsverordening Regio Holland Rijnland, waarin we met de gemeenten afspraken maken over de verdeling van beschikbare woningen.
  • Jaarlijks actualiseren we op grond van de Huisvestingsverordening het contingent dat door de woningcorporaties beschikbaar wordt gesteld voor de huisvesting van bijzondere doelgroepen. Dit gebeurt met name voor de uitstroom uit de maatschappelijke zorg, maar ook voor ambulante begeleiding ter preventie van instroom. We verwachten dat we gaan werken aan de herziening van het woonruimteverdeelsysteem.
  • We dragen zorg voor een actuele Regionale Woonagenda waarin we afspraken maken over woningbouw in de regio (hoeveel, waar en voor wie?).
  • We zorgen voor procesregie, monitoring en terugkoppeling over waar we staan bij de realisatie van de afspraken uit de Regionale Woonagenda, onder andere ten aanzien van sociale huur, middenhuur, betaalbare koop, en het bouwen binnen of buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Daarbij werken we nauw samen met gemeenten, provincie Zuid-Holland en woningcorporaties verenigd in Holland Rijnland Wonen.
  • We werken samen met gemeenten, woningcorporaties, provincie en Rijk aan het uitvoeren van de afspraken uit de Woondeal.
  • We regisseren het proces van de jaarlijkse actualisatie van de planlijst woningbouw, waarin alle woningbouwplannen in de regiogemeenten zijn opgenomen. Deze bieden we ter aanvaarding aan bij de provincie.
  • We signaleren kansen en knelpunten bij de realisatie van onze woonopgave in relatie tot andere maatschappelijke en ruimtevragende activiteiten (mobiliteit, landschap, energie, bedrijventerreinen en klimaatadaptie) in onze regio.
  • We voeren het secretariaat voor de beleidscommissie woonruimteverdeling.

Regionale versnellingstafel

Wat willen we bereiken?

Het stimuleren van bouwprojecten en het zoeken naar oplossingen voor stagnatie, zodat woningbouw versneld door kan gaan en de regionale opgave wordt gehaald.

Wat gaan we daarvoor doen?

Na ondertekening van de woondeal in maart 2023 gingen we in de regio Holland Rijnland voortvarend van start met het opzetten en het inrichten van de Regionale Versnellingstafel. Inmiddels valt deze tafel niet meer weg te denken in de regio en is de wens deze ook in 2027 in te richten. We zorgen voor de secretaris, voorzitter en de verdere staf van de Regionale Versnellingstafel Regio Holland Rijnland. Aan deze tafel maken gemeenten, provincie, Rijk, woningcorporaties, marktpartijen, en nutsbedrijven afspraken over hoe we woningbouw in de regio kunnen versnellen. De versnellingstafel monitort vele bouwprojecten en buigt zich over knelpunten. Regio Holland Rijnland vraagt voor 2027 subsidie aan bij provincie Zuid-Holland. Het is (nog) niet bekend of het Rijk voor 2027 wederom voornemens is subsidie te verstrekken voor de versnellingstafels. Dit zal blijken uit de voorjaarsnota 2026.

Woonurgenties

Wat willen we bereiken?

Woningzoekenden, die door bepaalde omstandigheden niet (langdurig) op een woning kunnen wachten, op korte termijn voorzien van een sociale huurwoning door middel van urgentie.

Wat gaan we daarvoor doen?

De Regionale Urgentiecommissie woonruimteverdeling behandelt het toekennen, afwijzen, verlenen of intrekken van urgentieverklaringen. De urgentiecommissie hanteert bij deze werkzaamheden als toetsingskader de Huisvestingsverordening Regio Holland Rijnland 2026, de Huisvestingswet 2014 en de Algemene wet bestuursrecht. Als een woningzoekende urgentie krijgt toegekend, kan via Huren in Holland Rijnland met urgentie een woning worden gezocht.

OV-concessies

Wat willen we bereiken?

Een belangrijke schakel in het openbaar vervoersnetwerk van Holland Rijnland vormen de lijnbussen. Deze verbinden woonwijken, kleine kernen en stedelijke centra met elkaar. Samen met de regio Midden-Holland vormt Holland Rijnland het concessiegebied Zuid-Holland Noord. We streven naar een pakket dat voldoet aan de bereikbaarheidswensen van alle kernen in de regio. Andere schakels in het OV-netwerk zijn de spoorcorridors (trein). Samen met provincie Zuid-Holland, NS en ProRail streven we naar een frequentieverhoging gedurende de hele dag op de corridor Leiden-Utrecht.

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaarlijks stellen provincie Zuid-Holland en de vervoerder een vervoersplan vast dat met de start van de dienstregeling medio december ingaat. In het vervoersplan staan de routes en frequenties van het busvervoer. Hiervoor halen we jaarlijks de wensen op bij gemeenten en brengen dit in bij de busvervoerder en provincie Zuid-Holland. Waar nodig volgen we ook de ontwikkelingen op het spoor.

Schiphol

Wat willen we bereiken?

Schiphol zorgt voor economische voordelen, maar het vliegverkeer zorgt tegelijkertijd voor overlast en beperkende maatregelen voor bouwontwikkelingen. Momenteel zijn we als Regio Holland Rijnland op meerdere manieren aangehaakt op het Schipholdossier. Via de Bestuurlijke Regio Schiphol (BRS) worden we ambtelijk en bestuurlijk bijgepraat, zitten we aan tafel en beïnvloeden we het cumulatiebeleid (van luchtverkeerslawaai). En we praten mee via de NOVEX Schiphol. Ons voornemen is om onze betrokkenheid aan deze tafels te bestendigen.

Wat gaan we daarvoor doen?

We adviseren gemeenten op dit dossier, aanvullend op en in samenwerking met de Omgevingsdienst West Holland. We zetten ons in voor beïnvloeding van het Schipholdossier, samen met onze partners. Om onze betrokkenheid te bestendigen, blijven we het gesprek aangaan met de verschillende partijen betrokken bij het Schipholdossier, zoals de provincie Zuid-Holland en de Omgevingsdienst West Holland. Ook blijven we in gesprek via de BRS.

Economisch Dashboard

Wat willen we bereiken?

Het kwantitatief inzichtelijk maken van de behoefte en beschikbaarheid van werklocaties en de economische ontwikkeling van de regio. Het dashboard biedt inzicht in de werkgelegenheidsontwikkeling, de woon-werkstromen en de arbeidsmarkt. Dit ondersteunt ons om de ruimte voor werk te behouden en te versterken.

Wat gaan we daarvoor doen?

Tweejaarlijks maken we een update van het economisch dashboard om de balans tussen vraag en aanbod van werklocaties in beeld te brengen en te houden. We analyseren de gegevens, onderhouden het dashboard en benutten het dashboard voor de uitvoering van onze economische koers, (uitvoerings-) strategieën en projecten.

Huisvesting asielzoekers

Wat willen we bereiken?

Alle gemeenteraden in de regio’s Holland Rijnland en Midden-Holland namen in april/mei 2023 het besluit om 2200 duurzame opvangplekken voor asielzoekers te realiseren. In onze regio willen we 1546 duurzame opvangplekken realiseren en voor de Midden-Holland zijn dat er 654. We verwachten dat het aantal benodigde opvangplakken in de komende jaren verder stijgt. Met duurzame opvangplekken zorgen we niet alleen voor de opvang zelf, maar ook voor alle benodigde voorzieningen zoals zorg, onderwijs, veiligheid, begeleiding, participatie en integratie.

Wat gaan we daarvoor doen?
  • We hebben een coördinerende, stimulerende en monitorende rol in het proces voor de regio’s Holland Rijnland en Midden-Holland.
  • We ondersteunen de Regionale Regietafel (RRT) door de voorstellen ambtelijk voor te bereiden en de secretarisrol te vervullen tijdens bestuurlijke overleggen. Daarnaast voeren we een gezamenlijk lobby om de benodigde randvoorwaarden te realiseren. Ook faciliteren en versterken we de kennispositie van de regio.
  • We werken nauw samen met Tijdelijk Werkorganisatie Vluchtelingen (TWOV) voor een integrale afstemming en de voorbereiding van de RRT.
  • We ondersteunen gemeenten bij de realisatie van opvanglocaties door regionale afstemmingstafels en themabijeenkomsten te organiseren. Daarnaast coördineren we het (kennis)netwerk met medeoverheden en kennispartners. Hierdoor maken we de uitwisseling van kennis en best practices mogelijk.
  • In 2026 stelden we een gezamenlijke agenda op waarin we vastleggen hoe we als regio de duurzame opvang aanpakken. Deze agenda richt zich vooral op de uitvoering en omvat gezamenlijke maatschappelijke thema’s en concrete samenwerkingsvoorstellen. Daarbij richten we ons op het realiseren van gezamenlijke voorzieningen zoals onderwijs, participatie en werk, opvang AMV’s en jeugdhulp. Deze voorstellen voeren we in 2027 verder uit. Dit plan dient als basis voor het bestuurlijke gesprek over de invulling van de opgave.
Rekening 2025Begroting 2026Begroting 2027Meerjarenraming 2028Meerjarenraming 2029Meerjarenraming 2030
Strategie & BeleidDirecte kosten530341732715201020102010
Kosten werkorganisatie136613841814181418141814
Totale lasten6.6685.5574.5293.8243.8243.824
Bijdragen van derden-4.455-3.253-1.917-1.272-1.272-1.272
Totale baten-4.455-3.253-1.917-1.272-1.272-1.272
Saldo van baten en lasten221423042612255225522552
Toevoeging aan reserves219-----
Onttrekking aan reserves-355-163----
Mutatie reserves-136-163-60---
Saldo na mutatie reserves2.0782.1412.5522.5522.5522.552

Tabel 3.1 Meerjarenbegroting S&B 2027-2030, in € x 1.000
Een onderverdeling naar de lasten en baten van de producten van het programma volgt hieronder.

in € x 1.000Rekening 2025Begroting 2026Begroting 2027Meerjarenraming 2028Meerjarenraming 2029Meerjarenraming 2030
Regionale investeringsagenda1.1711.860543543543543
Toekomstverkenningen360500526526526526
Projecten2.388379371371371371
Fondsen en Subsidies2.0212.1331.9231.2181.2181.218
Woonurgenties--417417417417
Regionaal beleid en monitoring628541532532532532
Strategie en Beleid Algemeen102144216216216216
Totale lasten6.6695.5574.5293.8243.8243.824
Regionale investeringsagenda-729-1.300---
Toekomstverkenningen-11-10-10-10-10-10
Projecten-1.744----
Fondsen en Subsidies-1.684-1.825-1.807-1.162-1.162-1.162
Woonurgenties---33-33-33-33
Regionaal beleid en monitoring-282-118-67-67-67-67
Strategie en Beleid Algemeen-5---
Totale baten-4.455-3.253-1.917-1.272-1.272-1.272
Saldo van baten en lasten2.2142.3042.6122.5522.5522.552
Mutaties reserves-136-163-60---
Saldo na mutaties reserves2.0782.1412.5522.5522.5522.552

Tabel 3.2: Meerjarenbegroting S&B per product

ProjectnaamOrganisatieBeschikt bedrag20212022202320242025raming 2026raming 2027
Centrum voor Innovatief Vakmanschap - Bio SciencesMBO Rijnland100.00010.00010.00030.000-16.64366.643
Plasmatoorts - Circular ChangesGrimbergen (Alphen aan den Rijn)100.00020.00030.00030.00020.000
Groene Hart WaterstofVermeulen (aannemer)100.00010.00040.00050.000
Talent op Maatcoöperatie WIJIJ via Gem Voorschoten50.00020.00030.000
Unmanned Valley Mobiliteit Fase 1Unmanned Valley30.00010.00020.000
Techniekhuis NieuwkoopTechniekhuis Nieuwkoop10.0005.0005.000
WaterstofchallengeTechnolab Leiden10.00010.000
Schoonwater voorziening Boskoop (Circulaire wateropslag)Stichting Greenport Boskoop75.00037.50027.50010.000
Pilot gewasbescherming Duin- en Bollenstreek met drones, satellieten en dataUnmanned Valley75.00075.000
Unmanned Valley Mobiliteit Fase 2Unmanned Valley70.00035.00035.000
Schoonwatervoorziening Boskoop aanvulling16.000
Kwartiermaker Human Capital-sierteeltregio EBZ30.00020.000
Energietransitiehuis Human Capital40.00030.00030.000
Deelakkoord Technolab35.00035.00030.000
Remote Sensing Sierteelt II25.000
Bouw Ontwerp Challenge SMART circulair3.250
Versterken strandtoerisme; drones voor vergroten veiligheid strandbezoekers37.50062.500
Effect projectfasering JR 2023 (nog in MJB te verwerken)-
totaal620.00030.00095.000302.500161.857237.393127.50060.000

Tabel 3.3 Uitnutting cofinancieringsfonds

3.2 Energieprogramma

3.2.1 Energiesysteem en congestie

Wat willen we bereiken?

De werkzaamheden in het Energieprogramma worden steeds integraler. Het gaat niet meer enkel over opwek, warmte of opslag, maar over het systeem als geheel. Een duurzaam, robuust en toekomstbestendig regionaal energiesysteem is een cruciale randvoorwaarde voor onze grote regionale ambities op het gebied van verstedelijking, wonen, economie en mobiliteit.

We werken hier als regio volop aan, langs de lijnen van energievraag, -aanbod, -opslag, -omzetting, – distributie en -transport. Dit is een samenhangend geheel waar alle sectoren, alle energiedragers (elektriciteit, warmte, waterstof en duurzame koolstoffen) en alle tijdschalen elkaar én de ruimte beïnvloeden. Een gezamenlijk beeld (en een herijking hiervan) in samenwerking met inwoners, bedrijfsleven, overheden en netbeheerders is daarbij van groot belang, net als voldoende maatschappelijk draagvlak voor de uitvoering van de benodigde maatregelen.

Met het energieprogramma blijven wij integraal samenwerken aan de brede ambities van de regio, vanuit de integrale blik van het energiesysteem.

Wat gaan we daarvoor doen?

We werken aan een herijking van het gezamenlijk beeld rondom de regionale energietransitie. Opwek en opslag van voldoende hernieuwbare energie (elektriciteit én warmte) op de juiste plekken in de regio is noodzakelijk voor een toekomstbestendig energiesysteem én voor het garanderen van de veiligheid en de economische vitaliteit van onze regio. We stimuleren daarom kleinschalige en grootschalige opwek van hernieuwbare energie (warmte, zon en wind), op de juiste schaal en op de juiste plekken.

We nemen onze inwoners beter mee in de urgentie waarom regionale energieopwekking van grote meerwaarde is voor de toekomst van onze regio. De inzet van onze grootste energiebronnen (aardwarmte) in de regio kan alleen als er verbinding van vraag een aanbod in de warmteclusters is. Dit vraagt om uitbreiding van de warmte-infrastructuur. Deze systeemkeuze brengt vraag en aanbod regionaal bij elkaar en dempt het effect van warmtepompen op het elektriciteitsnetwerk tijdens de winterpiek.

Bovendien blijven we werk maken van de twee RIA-projecten (zie elders in deze begroting) én van de samenwerking tussen energie en andere werkvelden, zoals mobiliteit, wonen, ruimtelijke ordening en klimaatadaptatie.

3.2.2 Wat mag het kosten

De meerjarenbegroting voor het Energieprogramma ziet er als volgt uit.

Rekening 2025Begroting 2026Begroting 2027Meerjarenraming 2028Meerjarenraming 2029Meerjarenraming 2030
Strategie & BeleidDirecte kosten23201674167416741674
Kosten werkorganisatie140150150150150
Totale lasten24701824182418241824
Bijdragen van derden-2174-1824-1824-1824-1824
Totale baten-2174-1824-1824-1824-1824
Saldo van baten en lasten2962612255225522552
Toevoeging aan reserves-----
Onttrekking aan reserves-296----
Mutatie reserves-136-296-60---
Saldo na mutatie reserves

Tabel 3.3: Meerjarenbegroting 2027-2030 Energieprogramma

Ten opzichte van 2026 zien we dat de geraamde baten iets lager uitvallen in 2027. De geraamde baten betreffen onder andere de bijdrage van de regiogemeenten (€ 577K) en de Rijksbijdrage (€ 1.247K). Overige baten waarvan we niet zeker zijn dat we die realiseren in 2027, hebben we niet opgenomen. De lasten hebben we daarop aangepast.

De activiteiten van het Energieprogramma brengen we niet ten laste van de algemene dekkingsmiddelen. We gebruiken de bestemmingsreserve van het Energieprogramma om het saldo op 0 te krijgen.

3.3 Regionale Uitvoering

Gemeenten in de regio Holland Rijnland beleggen een aantal belangrijke uitvoeringstaken bij de afdeling Regionale Uitvoering van Regio Holland Rijnland. Het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL) is verreweg het grootste team binnen deze afdeling. Het RBL is belast met de taken rondom leerplicht, thuiszitters en voortijdig schoolverlaten. Daarnaast beheert Regio Holland Rijnland het contract met de vervoerder van de Regiotaxi. Gemene deler van deze drie verschillende taken: Regio Holland Rijnland is voortdurend gericht op een hoge kwaliteit van dienstverlening tegen zo laag mogelijke kosten.

3.3.1 Regionaal Bureau Leerrecht (RBL)

Wat willen we bereiken?

Elf van de dertien gemeenten in Holland Rijnland organiseren samen de uitvoerende (wettelijke) taken rondom leerplicht, leerrecht, het Doorstroompunt en het tegengaan van voortijdig schoolverlaten.

Iedereen verdient kansen op onderwijs en ontwikkeling. Sommige kinderen en jongeren hebben steun nodig bij het grijpen van die kansen. Vanuit het RBL bieden wij deze steun. Door het volgen van onderwijs kunnen jeugdigen zich ontplooien en ontwikkelen. Door het behalen van een startkwalificatie voldoen zij aan het minimale niveau dat nodig is om een goede kans te maken op de arbeidsmarkt en mee te doen in de samenleving. Schooluitval is niet alleen maatschappelijk, maar ook economisch ongewenst. Net als een goede aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp, is een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt van belang om talenten optimaal te kunnen benutten. Hiervoor werkt het RBL intensief samen met onderwijs, zorg, opdrachtgevende gemeenten en andere ketenpartners. In 2026 maakt het RBL een nieuw beleidsplan, met daarin aangepaste doelstellingen. In 2027 werken we aan het realiseren van de doelen binnen dit beleidsplan. Daarbij is het regionale programma voortijdig schoolverlaten en duurzaam werk 2026-2029 leidend voor onze aanpak.

Wat gaan we daarvoor doen?

Het RBL heeft de structurele taak voor de uitvoering van de leerplichtfunctie (5- tot 16-jarigen), de kwalificatieplicht (16- en 17-jarigen) en de Doorstroompunt-functie voortijdig schoolverlaten (voor 18- tot 27-jarigen). Daarnaast heeft het RBL de aanvullende regionale opdracht om de groep thuiszitters met een schoolinschrijving te bedienen.

Om aan de leerplichtwet en onze regionale opdracht voor thuiszitters te voldoen, doen we het volgende:

  • We zijn contactpersoon van scholen. We spreken en begeleiden kinderen en jongeren (en hun ouders) die kort of langdurig niet naar school gaan, dreigen uit te vallen of uitgevallen zijn.
  • We werken volgens de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) en gaan op zoek naar en in gesprek over de oorzaken van verzuim.
  • We zoeken naar oplossingen voor kinderen en jongeren die verzuimen of uitgevallen zijn en werken daarin samen met partners, zoals scholen, jeugdhulpverlening en andere ketenpartners.
  • We werken volgens de ‘Handreiking taken, rollen en verantwoordelijkheden passend onderwijs jeugdhulp’ en zorgen dat er altijd een partij is die regie heeft.
  • We vragen bij scholen blijvend aandacht voor de aanpak schoolaanwezigheid.
  • Door onze (data)analyse en inbreng helpen we partners bij het creëren van een dekkend onderwijs- en zorgaanbod. We spreken partijen aan op hun verantwoordelijkheid.
  • We hebben extra aandacht voor bepaalde doelgroepen, zoals jongeren die zonder aanbod van onderwijs of hulp volledig thuiszitten of kinderen met bepaalde problematiek. Onze analyses geven input hiervoor.
  • We werken volgens vaste werkwijzen, zorgen voor goede verslaglegging en gaan op een juiste manier om met gegevens.
  • We leren van elkaar en vragen feedback aan samenwerkingspartners.

De geformuleerde doelen met betrekking tot onze doorstroompuntfunctie en de kwalificatieplicht bereiken we door:

  • Consulenten te verbinden aan de domeinen van het mbo. Het Doorstroompunt werkt intensief samen met de scholen. Consulenten werken wekelijks op locatie van mboRijnland en werken goed samen met de overige mbo-scholen binnen en buiten de regio. We hebben een preventieve (verzuim)aanpak gericht op het voorkomen van uitval.
  • We voeren gesprekken met jongeren en hun ouders, gericht op het verminderen van het verzuim. We zoeken naar onderliggende oorzaken en oplossingen en maken afspraken.
  • We spreken nieuwe voortijdig schoolverlaters in samenwerking met de scholen, het liefst nog vóór uitval. Het doel daarvan is uitval voorkomen. Als er nog geen contact is geweest, dan wordt er zo snel mogelijk na uitval contact gezocht.
  • Het Doorstroompunt benadert vsv’ers door hen te bellen, te appen en thuis te bezoeken. Indien wenselijk, gaat de consulent samen met het netwerk van de jongere op zoek naar mogelijkheden die voor deze jongere passend zijn.
  • We bieden trajectbegeleiding aan jongeren van 16 tot 27 jaar. We sluiten aan bij gemeentelijke initiatieven en werken samen met gemeenten, sub-regionale en lokale organisaties (bijvoorbeeld Provalu, DZB, Rijnvicus, hulpverlening en het jongerenwerk).
  • We organiseren twee keer per jaar de training Forward.
  • De samenwerkingsafspraken met mboRijnland worden voortgezet en waar nodig geoptimaliseerd.
  • Vanuit het Doorstroompunt wordt het regionaal programma voortijdig schoolverlaten en duurzaam werk 26-29 gecoördineerd (namens de gemeenten), in samenwerking met mboRijnland.
  • We maken een jaarlijkse analyse van de vsv-cijfers. Op basis van deze cijfers geven we advies over de impact en richting van het regionaal programma aan het bestuurlijk overleg (Regiegroep vsv en duurzaam werk).
  • Er wordt een effectrapportage gemaakt voor het ministerie van OCW

3.3.2 Regiotaxi

Wat willen we bereiken?

We zorgen ervoor dat alle inwoners van onze regio veilig en plezierig van A naar B kunnen reizen als de auto of het OV voor hen geen optie of wens is. We zorgen middels contractbeheer met de vervoerder voor een kwalitatief hoogstaand systeem van Collectief Vraagafhankelijk Vervoerssysteem (Regiotaxi).

Wat gaan we daarvoor doen?
  • We zorgen voor het contractbeheer met de vervoerder van de Regiotaxi. Wij zien erop toe dat de uitvoering volgens het bestek geschiedt.
  • We monitoren de tijdigheid van het vervoer, de klantbeleving (met een continu klanttevredenheidsonderzoek), het aantal klachten en de afhandeling hiervan, het vervoersvolume, et cetera.
  • We staan voortdurend in contact met individuele gemeenten, de vervoerder, belangenorganisaties en reizigers en dragen zorg voor een zorgvuldige en tijdige communicatie met al deze partijen.

We bereiden een nieuwe periode voor met de vervoerder vanaf 2028. Dit gaat dan om een verlenging van het contract met de huidige vervoerder of de opstart met een nieuwe vervoerder, afhankelijk van welk besluit hierin wordt genomen.

3.3.3 Wat mag het kosten?

De meerjarenbegroting voor het programma Regionale Uitvoering ziet er als volgt uit.

Rekening 2025Begroting 2026Begroting 2027Meerjarenraming 2028Meerjarenraming 2029Meerjarenraming 2030
Strategie & BeleidDirecte kosten4781094880880880880
Kosten werkorganisatie304829703262326232623262
Totale lasten352640464143414341434143
Bijdragen van derden-1.786-2.040-2.216-2.216-2.216-2.216
Totale baten178620402216221622162216
Saldo van baten en lasten174020241927192719271927
Toevoeging aan reserves-----
Onttrekking aan reserves----
Mutatie reserves
Saldo na mutatie reserves-1740-2024-1927-1927-1927-1927

Tabel 3.4: Meerjarenbegroting 2027-2030 Regionale Uitvoering

Per product ziet de meerjarenbegroting er als volgt uit.

in € x 1.000Rekening 2025Begroting 2026Begroting 2027Meerjarenraming 2028Meerjarenraming 2029Meerjarenraming 2030
Regionaal Bureau Leerrecht2.7343.2403.7353.7353.7353.735
Woonurgenties459423----
Regiotaxi334400408408408408
Totale lasten3.5264.0634.1434.1434.1434.143
Regionaal Bureau Leerrecht-1.464-1.705-1.881-1.881-1.881-1.881
Woonurgenties-44-33----
Regiotaxi-277-303-335-335-335-335
Totale baten-1.786-2.041-2.216-2.216-2.216-2.216
Saldo van baten en lasten1.7402.0231.9271.9271.9271.927
Mutaties reserves------
Saldo na mutaties reserves1.7402.0231.9271.9271.9271.927

Tabel 3.5: Meerjarenbegroting 2027-2030 Regionale Uitvoering per product

Per 2027 hebben we het product woonurgenties in de begroting ondergebracht bij het programma Strategie & Beleid. Binnen de organisatie was dit al per 2026 het geval. De werkzaamheden bij woonurgenties hebben een overlap met het beleidsterrein wonen van het programma Strategie & Beleid en liggen in het verlengde daarvan. Om de uitvoeringskracht te versterken, hebben we de teams dichter bij elkaar gebracht.

Voor het RBL zien we dat de lasten toenemen in 2027 ten opzichte van 2026. Dat komt door de extra taken die het RBL uitvoert voor de nieuwe VSV-wet. Op moment van schrijven is nog niet zeker wat dit betekent voor de baten van 2027. We begroten de reguliere subsidie voor de activiteiten op het Doorstroompunt.

De activiteiten in 2027 op het product Regiotaxi blijven op hetzelfde niveau als in 2026, maar de provincie Zuid-Holland geeft aan dat de subsidie in 2027 iets hoger uitvalt.

3.4 Algemene dekkingsmiddelen en overhead

3.4.1 Algemene dekkingsmiddelen

De middelen die Regio Holland Rijnland ontvangt van de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in het product Algemene Dekkingsmiddelen. Ten opzichte van de bijdrage 2026 stijgt de gemeentelijke bijdrage in 2027 met 3,8%. Hiermee neemt Regio Holland Rijnland het advies van de werkgroep FKGR over.

Dat leidt tot onderstaand beeld voor de ontwikkeling van het product Algemene Dekkingsmiddelen.

Rekening 2025Begroting 2026Begroting 2027Meerjarenraming 2028Meerjarenraming 2029Meerjarenraming 2030
Strategie & BeleidDirecte kosten76894949494
Kosten werkorganisatie3.4243.3183.1503.1393.1393.139
Totale lasten3.4313.3863.2443.2333.2333.233
Bijdrage gemeenten-7.660-7.392-7.672-7.672-7.672-7.672
Bijdragen van derden-400-69----
Inkomsten werkorganisatie-141-51-40-40-40
Totale baten-8.060-7.603-7.723-7.712-7.712-7.712
Saldo van baten en lasten-4.629-4.217-4.479-4.479-4.479-4.479
Toevoeging aan reserves------
Onttrekking aan reserves-13-----
Mutatie reserves-13-----
Saldo na mutatie reserves-4.642-4.217-4.479-4.479-4.479-4.479

Tabel 3.6: Meerjarenbegroting 2027-2030 Algemene dekkingsmiddelen en overhead

3.4.2 Overhead

De overhead wordt, conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), apart weergegeven van de programma’s. Het doel van de aparte weergave is om de overhead inzichtelijker te maken en organisaties onderling beter te kunnen vergelijken op hun uitgaven hieraan. In de programma’s wordt alleen dat deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces. De definitie van overhead volgens het BBV luidt “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Het betreft hier zowel personele als materiële kosten.

Waar het om personeel gaat, behoren binnen Regio Holland Rijnland tot de overhead:

  • Het deel van de inzet van leidinggevenden primair proces dat is gerelateerd aan ondersteuning van de afdeling;
  • Control, financiële administratie en financieel advies;
  • Informatie- en beveiligingsbeleid;
  • Interne en externe communicatie;
  • Bestuurszaken en bestuursondersteuning;
  • Documentatie en informatieverstrekking (DIV);
  • Managementondersteuning voor het primair proces.

Per begrotingsjaar 2026 kunnen gemeenschappelijke regelingen het deel van de tijd dat leidinggevenden inhoudelijke taken vervullen, toerekenen aan het primaire proces. Voor de leidinggevenden van Regio Holland Rijnland geldt dat zij voor een belangrijk deel van hun tijd inhoudelijke taken vervullen.

Naast personele kosten rekenen we ook materiële kosten tot de overhead. Dit betreft onder andere:

  • De kosten voor de huisvesting om de algemene taken van de eigen organisatie uit te voeren;
  • De verzekeringskosten en opleidingskosten voor personeel;
  • ICT-licenties;
  • Communicatiekosten;
  • Juridische kosten en organisatieadvieskosten.
Wat willen we bereiken?

In 2027 werken we verder aan een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering voor Holland Rijnland, die continu is en beperkt kwetsbaar. We voldoen aan de geldende wet- en regelgeving.

Wat gaan we daarvoor doen?
  • In 2027 hebben we de benodigde maatregelen geïmplementeerd om te voldoen aan de Wet modernisering bestuurlijk elektronisch verkeer (Wmbev);
  • In 2027 is de organisatie (net zoals nu) in control op het gebied van de AVG en Wpg;
  • Per 2026 is de implementatie van een nieuw financieel systeem gereed en voert Regio Holland Rijnland de financiële administratie in eigen beheer uit;
  • In 2027 heeft Regio Holland Rijnland de inhuurkosten voor invulling van reguliere formatie als percentage van de loonsom onder controle. Dat wil zeggen dat de inhuurkosten op formatieplekken maximaal 10% van de loonsom bedragen. Inhuurkosten voor projecten die worden gedekt uit incidentele baten – zoals projecten vanuit de RIA – rekenen we hier niet in mee;
  • Regio Holland Rijnland vindt in 2027 mogelijkheden om meer subsidies aan te trekken vanuit de provincie, het Rijk en de EU;
  • De bedrijfsprocessen die te maken hebben met het opwerken van (bestuurlijke) stukken optimaliseren we.
Wat mag dat kosten?

Hieronder hebben we de programmakosten onderverdeeld naar product

in € x 1.000Rekening 2025Begroting 2026Begroting 2027Meerjarenraming 2028Meerjarenraming 2029Meerjarenraming 2030
Overhead3.4283.3223.1543.1433.1433.143
Algemene dekkingsmiddelen0-----
Overige baten en lasten26490909090
Totale lasten3.4303.3863.2443.2333.2333.233
Overhead-141-141-11---
Algemene dekkingsmiddelen-7.712-7.392-7.672-7.672-7.672-7.672
Overige baten en lasten-206-69-40-40-40-40
Totale baten-8.059-7.603-7.723-7.712-7.712-7.712
Saldo van baten en lasten-4.629-4.217-4.479-4.479-4.479-4.479
Mutaties reserves-13-----
Saldo na mutaties reserves-4.642-4.217-4.479-4.479-4.479-4.479

Tabel 3.7: Meerjarenbegroting 2027-2030 Algemene dekkingsmiddelen en overhead per product

Ten opzichte van 2026 zien we in 2027 een aantal wijzigingen in de begroting van algemene dekkingsmiddelen en overhead.

Allereerst valt op dat de baten op overhead teruglopen met € 141K per jaar door het wegvallen van de huuropbrengsten van SOZ Holland Rijnland. Zij hebben de huur opgezegd per 1 januari 2027. Om het wegvallen van deze baten op te vangen, hebben we een aantal besparingen begroot ten opzichte van 2026.

Per 2026 realiseren we een besparing op de overheadkosten door het in eigen beheer nemen van de financiële administratie. In dit jaar hebben we nog ruim begroot voor extra financieel advies en technische ondersteuning op het financiële pakket. In 2027 verwachten we deze extra lasten niet te realiseren. Daarnaast hebben we in 2027 minder materiële lasten begroot voor advies- en ontwikkelkosten voor organisatieontwikkeling, communicatiekosten en juridische advieskosten.

Per saldo valt het resultaat op algemene dekkingsmiddelen en overhead € 297K hoger uit dan in 2026, waarmee de gehele indexatie 2027 (€ 280K) ten goede komt aan de koopkracht van activiteiten in het primaire proces.

3.4.3 Vennootschapsbelasting

Sinds 1 januari 2016 zijn overheidslichamen onderworpen aan de vennootschapsbelastingplicht (Vpb) voor zover zij een onderneming drijven. Regio Holland Rijnland voert geen enkele activiteit als ondernemer uit met uitzondering van de activiteit ‘Regiotaxi’. Voor deze activiteit doet Regio Holland Rijnland een beroep op de vrijstelling in de Vpb voor dienstverleningsovereenkomsten. Dit maakt dat Regio Holland Rijnland niet vennootschapsplichtig is en er geen bedrag voor vennootschapsbelasting in de begroting is opgenomen.

3.4.4 Onvoorzien

Voor het begrotingsjaar 2027 heeft Regio Holland Rijnland een post onvoorzien begroot van € 90K. Deze middelen kan Regio Holland Rijnland aanwenden wanneer zich zaken voordoen die onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdelijk zijn. Vanuit die voorwaarden is de post onvoorzien niet onder een programma te plaatsen en vallen deze middelen onder Algemene Dekkingsmiddelen, Overhead en Onvoorzien.

4. Paragrafen

De paragrafen vormen een dwarsdoorsnede van de begroting. Het BBV verplicht organisaties om bepaalde paragrafen en beleidsindicatoren op te nemen. Echter, voor gemeenschappelijke regelingen zijn niet alle paragrafen en indicatoren relevant. Zodoende hebben we deze niet opgenomen. Het gaat dan om:

  • Paragrafen
    • Onderhoud kapitaalgoederen: Regio Holland Rijnland heeft enkel meubilair als activa opgenomen op de balans. Hiervoor is geen onderhoudsplan nodig
    • Verbonden partijen: Als gemeenschappelijke regeling kan Regio Holland Rijnland zelf geen financieel of bestuurlijk belang in een andere rechtspersoon hebben. Zodoende is de paragraaf verbonden partijen niet relevant;
    • Grondbeleid: Regio Holland Rijnland heeft geen grondexploitaties
  • Beleidsindicatoren
    • De beleidsindicatoren op de taakvelden 1 (Veiligheid), 3 (Economie), 4 (Onderwijs), 5 (Sport, Cultuur en Educatie), 6 (Sociaal Domein), 7 (Volksgezondheid en Milieu) en 8 (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing) zijn voor Regio Holland Rijnland niet relevant en nemen we daarom niet op.

Voor het overige hebben we verplichte paragrafen opgenomen en de beleidsindicatoren (taakveld 0, Bestuur en Ondersteuning) toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

4.1 Lokale heffingen

Voor één van de uitvoerende taken worden leges geïnd, namelijk de uitvoering van de woonruimteverdeling voor de toetsing van urgentieverzoeken. Het Dagelijks Bestuur doet minimaal eens per vier jaar een voorstel aan het Algemeen Bestuur voor de hoogte van de tarieven. Per 1 januari 2025 is de hoogte van de leges derhalve geactualiseerd. De leges voor de toetsing van urgentieverzoeken zijn niet kostendekkend, waarmee we beogen de tarieven voldoende laagdrempelig te houden voor de aanvragers.

4.2 Risicobeheersing en weerstandsvermogen

De deelnemende gemeenten zijn, op grond van de gemeenschappelijke regeling, gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiële situatie bij het samenwerkingsorgaan en voor mogelijke tekorten of financiële tegenvallers. Dit houdt in dat Regio Holland Rijnland geen weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit hoeft aan te houden (zie kader). Omdat het samenwerkingsorgaan niet beschikt over vreemd vermogen, is Regio Holland Rijnland niet gevoelig voor fluctuaties in rentepercentages.

Regio Holland Rijnland heeft bij het opstellen van deze begroting €11K ter beschikking als algemene reserve die kan worden ingezet wanneer risico’s zich voordoen. Daarnaast heeft Regio Holland Rijnland in de begroting 2027 een post opgenomen voor uitgaven die onuitstelbaar, onvoorzienbaar en onvermijdbaar zijn.

Regio Holland Rijnland informeert de deelnemende gemeenten driemaal per jaar over het verloop van de begroting door middel van de begroting, de Tussentijdse rapportage (Turap) en de jaarrekening. Indien aan de orde, informeert het DB het AB over ontwikkelingen en legt zo nodig een begrotingswijziging voor aan het AB. Eventuele risico’s worden zo spoedig mogelijk gemeld. Op basis van deze informatie zijn gemeenten in staat om voldoende voorzieningen te treffen in de eigen begroting. De eventuele risico’s kunnen worden betrokken in het geheel van de door de gemeenten gelopen risico’s. Om die reden is er geen afzonderlijke risicoreserve bij de gemeenschappelijke regeling aangehouden.

Weerstandsvermogen: Het vermogen van Regio Holland Rijnland om onverwachte financiële tegenvallers op te kunnen vangen.
Risico’s: Onder risico’s verstaan we alle voorzienbare risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, of die niet tot afwaardering van activa leiden en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie.

Weerstandscapaciteit

Het BBV schrijft niet voor welke middelen tot de weerstandscapaciteit behoren. Randvoorwaarde is dat de inzet van deze middelen geen invloed heeft op de uitvoering van de programma’s. Voor Regio Holland Rijnland geldt dat de algemene reserve en de post onvoorzien deel uitmaken van de weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit bedraagt derhalve € 101K.

Risico’s

Jaarlijks inventariseert Regio Holland Rijnland in de begroting de risico’s voor de organisatie. Deze risico’s kunnen zowel van binnen als van buiten de organisatie afkomstig zijn. In deze inventarisatie proberen we de risico’s zo veel mogelijk te kwantificeren. Dat doen we door twee onderdelen nader te bepalen: de mate van risico (kans x impact) en de geraamde financiële impact wanneer het risico zich voordoet.

De mate van risico bepalen we door de kans te vermenigvuldigen met de impact, beide op een schaal van 1 tot 5. In de mate van risico onderscheiden we laag (1-8), midden (9-16) en hoog (17-25).

Omschrijving risicoKansImpactScoreBeheersmaatregelGeraamde impact maximaal
1De inhoud van de nog af te sluiten CAO 2026 is niet bekend. We gaan voor 2027 uit van een (loon)stijging van 6,3% (inschatting ABP), volgt uit septembercirculaire. We krijgen 4,53% geïndexeerd conform advies FKGR. RHR haalt zodoende mogelijk de gestelde doelen niet en extra inzet is nodig om deze alsnog te behalen.5315We hebben in de begroting minder activiteiten ingezet op de producten.€112K (1,7% van de bruto loonsom: 1,7% * €6.586K = €112K)
2Toegekende (totale) indexatie vanuit deelnemende gemeenten (=advies FKGR) loopt achter op de stijging van de materiële kosten.326Regio Holland Rijnland vangt prijsstijgingen op binnen de eigen begroting.€56K (1% van de materiële lasten: 1% * €5.612K = €56K)
3Wanneer gemeenten geen eigen inleg doen voor verkeersveiligheidsprojecten (SRM-gedragsbeïnvloeding), dan zal er geen doorgang kunnen vinden voor deze projecten voor de betreffende gemeente en zal het bedrag dat de provincie bijlegt, vaak 75%, terugbetaald moeten worden.155Regio Holland Rijnland onderhoudt actief contact met de deelnemende gemeenten over de subsidie en benoemde risico's. We schatten de kans laag in dat alle (of de meeste) gemeenten geen eigen inleg doen.€694K (Dit is de hoogte van de subsidie PZH)
4Structurele subsidieverstrekkers houden de subsidiebijdragen op een vast prijspeil. Holland Rijnland moet dezelfde hoeveelheid werkzaamheden uitvoeren met minder middelen. Op termijn is dit niet houdbaar.5210We voeren minder activiteiten uit op de gesubsidieerde werkzaamheden.€101K (2,6% * € 3,9 mln)
5De baten van Regio Holland Rijnland vanuit de gemeentelijke bijdragen worden niet gecorrigeerd voor de groei van het aantal inwoners in de regio, waardoor Regio Holland Rijnland meer inwoners moet bedienen en daar geen middelen voor ontvangt.515Regio Holland Rijnland vangt eventuele extra werkzaamheden op binnen de eigen begroting. Impact is gering aangezien dit primair gevolgen heeft voor de uitvoerende taken. Merk op dat uiteindelijk een grotere regio een groter beroep doet op een ambtelijke organisatie, ook waar het beleidstaken betreft.€ 35K (groei inwoners 0,45% * gem. bijdrage € 7.672K = €35K) Merk op dat dit effect structureel lagere baten sorteert, dit werkt jaar op jaar door).
6Regio Holland Rijnland is naar aanleiding van de regionale woondeal aangewezen als trekker van de Versnellingstafel Woningbouw. Voor dekking van de activiteiten is Regio Holland Rijnland afhankelijk van de provincie Zuid-Holland als subsidieverstrekker.326De financiële bijdrage van de provincie Zuid-Holland is in 2026 bijgesteld naar €67K. Dit is lager dan de €110K die Regio Holland Rijnland in 2025 kon bijschrijven. Het bedrag voor 2027 is nog niet bekend, we gaan uit van €67K.€67K (dit is de hoogte van de subsidie)
7Er is niet voorzien in financiële dekking voor claims bij openbaar worden gegevens of verlies van gegevens en boetes van de Autoriteit Persoons gegevens (AVG en Wpg).133Investeren in bewustwording privacy en informatieveiligheid. Implementeren, borgen en toezien op naleving maatregelen door Privacy Officer en Functionaris Gegevensbescherming.€30K (hoogte boete AP bij kleinere gemeente)
8Wanneer een grootschalig beveiligingsincident plaatsvindt (hack of ransom aanval) moet Regio Holland Rijnland de expertise inhuren om hiernaar te handelen.155Regio Holland Rijnland heeft een risico-inventarisatie uitgevoerd op de ICT-processen en heeft beheersmaatregelen getroffen.€100K

Tabel 4.1: Risicotabel 2027

Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van de score uit de risicotabel en de (maximaal) geraamde impact wanneer het risico zich voordoet, kunnen we een inschatting maken van de benodigde weerstandscapaciteit. Een lage score (1-8) telt voor 25% van de (maximaal) geraamde impact mee, een midden score (9-16) voor 50% en een hoge score (16-25) telt voor 75% mee voor de benodigde weerstandscapaciteit.

In € x 1.000 RisicoWegingMaximale impactBenodigde weerstands-capaciteit
1Cao-stijging hoger dan looncompensatie FKGR50%11256
2Materiële kostenstijging hoger dan indexatie FKGR25%5614
3Geen eigen inleg gemeenten SRM-gedragsbeïnvloeding25%694174
4Geen indexatie subsidies50%10151
5Baten niet gecorrigeerd voor groei aantal inwoners25%359
6Geen structurele dekking Versnellingstafel Wonen25%6717
7Claims bij datalekken en boetes Autoriteit Persoonsgegevens25%308
8Inhuur expertise bij beveiligingsincident25%10025
Totaal29%1.195352

Tabel 4.2: Benodigde weerstandscapaciteit 2027

Weerstandsratio

De weerstandsratio is de verhouding tussen benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit. Regio Holland Rijnland heeft geen norm vastgesteld voor de weerstandsratio. Een eventueel negatief resultaat brengt Regio Holland Rijnland immers in rekening bij de deelnemende gemeenten, conform de afspraken rond garantstelling die volgen uit artikel 33 van de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland.

Wanneer we de benodigde weerstandscapaciteit gelijkstellen aan de waarde van de risico’s, bedraagt de weerstandsratio van Holland Rijnland: € 101.000 / € 352.000 = 0,29. Een weerstandsratio van 1,0 wordt beschouwd als voldoende, een weerstandsratio lager dan 0,6 als ruim onvoldoende. Met 0,32 is de weerstandscapaciteit van Holland Rijnland ruim onvoldoende om de financiële risico’s af te dekken.

Onderstaande tabel toont een normering waartegen de ratio kan worden afgezet.

Normering WeerstandsratioUitstekendRuim voldoendeVoldoendeMatigOnvoldoendeRuim onvoldoende
Ratio Weerstandvermogen> 21,4 < 2,01,0 < 1,40,8 < 1,00,6 < 0,8< 0,6

Tabel 4.3: Normering weerstandsratio 2027

Een eventueel negatief resultaat groter dan de weerstandscapaciteit brengt Regio Holland Rijnland in rekening bij de deelnemende gemeenten, conform de afspraken rond garantstelling die volgen uit artikel 33 lid 1 van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Holland Rijnland. Voor deelnemende gemeenten is het daarom raadzaam in hun eigen risicoparagraaf deze garantstelling op te nemen.

Financiële kengetallen

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat enkele kengetallen in de jaarrekening worden opgenomen die helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen staan in onderstaande tabel.

Financiële kengetallen:Jaarrekening 2025Begroting 2026Begroting 2027Begroting 2028Begroting 2029Begroting 2030
Netto schuldquote-11,40%-24,30%11,40%11,40%11,40%11,40%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen-11,40%-24,30%11,40%11,40%11,40%11,40%
Solvabiliteitsratio3,00%2,80%-5,70%-5,70%-5,70%-5,70%
Structurele exploitatieruimte0,40%0,00%0,40%0,40%0,40%0,40%

Tabel 4.4: Financiële kengetallen 2027

Netto schuldquote: De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De quote is negatief. Dit betekent dat de eigen middelen hoger zijn dan de schuldenlast.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen: Regio Holland Rijnland leent geen gelden uit. Daarom is deze schuldquote gelijk aan de netto schuldquote.

Solvabiliteitsratio: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin een organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het getal geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en de schulden. Regio Holland Rijnland heeft slechts een beperkte algemene reserve en bestemmingsreserves. Vandaar dat dit getal zeer laag is.

Structurele exploitatieruimte: Regio Holland Rijnland wordt grotendeels bekostigd uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten en structurele subsidies van de provincie Zuid-Holland. De omvang van deze middelen beschouwt Regio Holland Rijnland als taakstellend wat maakt dat de structurele baten en lasten exact in evenwicht zijn, een enkele incidentele inzet vanuit een bestemmingsreserve daargelaten. Met een structureel begrotingssaldo van 0 bedraagt de ratio voor de structurele exploitatieruimte dan ook 0%.

Onderstaande tabel toont een normering waartegen de diverse ratio’s kunnen worden afgezet.

Normering financiële kengetallen:VoldoendeMatigOnvoldoende
Netto schuldquote< 100%100% > < 130%> 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle< 100%100% > < 130%> 130%
Solvabiliteitsratio> 50%30% < > 50%< 30%
Structurele exploitatieruimte> 0,6%0% > < 0,6%0%

Tabel 4.5: Normering Financiële kengetallen 2027

4.3 Financiering

De exploitatietekorten van Regio Holland Rijnland worden gefinancierd door de dertien deelnemende gemeenten. Op basis van de vastgestelde begroting wordt de geraamde gemeentelijke bijdrage als voorschot in rekening gebracht. Bij de vaststelling van de jaarrekening wordt tevens de definitieve bijdrage over het betreffende jaar vastgesteld. Zo spoedig mogelijk daarna vindt er een verrekening plaats met de gemeenten. Daarnaast zijn er geldstromen van ministeries en provincie waarvan de bedragen worden doorgesluisd naar de betreffende instanties.

Kasgeld

Tijdelijke overschotten worden in verband met het Schatkistbankieren (zie kader) uitgezet bij de Schatkist. Dit gebeurt in daggeld of in deposito’s. Tijdelijke tekorten komen sporadisch voor en zijn slechts van korte duur. Hiervoor wordt dan gebruik gemaakt van de kredietlimiet (rood staan) van de BNG-bank.

Leningenportefeuille

Het samenwerkingsverband beschikt niet over een leningenportefeuille.

In- en externe ontwikkelingen

Er zijn geen in- of externe ontwikkelingen die invloed hebben op de treasuryfunctie, de treasury-organisatie, het risicoprofiel, de financiële posities, de vermogenswaarden of de geldstromen. Deze worden ook niet verwacht.

Risicobeheer

Treasury dient uitsluitend de publieke taak en het beheer van de uitzettingen gebeurt zorgvuldig. Er wordt ruim voldaan aan de kasgeldlimiet, er zijn geen geldleningen en kasgeldoverschotten worden tijdelijk uitgezet bij de Schatkist.

Renterisico’s

Het renterisico is gering vanwege de zeer beperkte financieringsbehoeften en het zorgvuldig wegzetten van overtollige kasgeldmiddelen in de Schatkist. Voor 2027 bedraagt de renterisiconorm € 2.809K (20% van het begrotingstotaal). Regio Holland Rijnland gaat geen vaste geldleningen aan. We voldoen dan ook aan de rente-risiconorm.

Financieringsrisico’s

Er zijn geen financieringsrisico’s omdat de gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het financiële beleid van Regio Holland Rijnland en zich hebben verplicht tekorten in zijn geheel gezamenlijk te dragen.

Kasgeldlimiet

Het samenwerkingsorgaan bleef gedurende vele jaren steeds binnen de kasgeldlimiet. Dit is voor gemeenschappelijke regelingen 8,2% van het begrotingstotaal. De verwachting is dat dit ook voor de komende jaren blijft gelden. Voor 2027 bedraagt de kasgeldlimiet € 1.152K.

Meerjarenprognose

Op basis van de meerjarenbegroting is de inschatting dat Regio Holland Rijnland ook de komende jaren geen geldleningen hoeft aan te gaan. Een renterisico vaste schuld is dan ook niet aanwezig.

4.4 Bedrijfsvoering

De ambtelijke organisatie van Regio Holland Rijnland staat onder leiding van de secretaris-directeur. De taken van de organisatie zijn ondergebracht in drie programma’s, verdeeld over de afdelingen Strategie & Beleid en Regionale Uitvoering. In de afdeling Bedrijfsvoering zijn de aan het primaire proces ondersteunende taken ondergebracht. Het organogram ziet er als volgt uit:


U kunt ook de tekstversie van het organogram bekijken.

Secretaris-directeur

De secretaris-directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie en geeft leiding aan drie managers.

Strategie & Beleid

In de afdeling Strategie & Beleid staan de invulling en uitvoering van de strategische thema’s centraal waarop de dertien deelnemende gemeenten samenwerken. De afdeling Strategie & Beleid voert tevens regie op de totstandkoming en uitvoering van de Regionale Investeringsagenda. De dagelijkse leiding van de afdeling is belegd bij de manager Strategie & Beleid. De afdeling telt 15,8 FTE. De helft van de inzet van de Manager Strategie & Beleid (0,5 FTE) rekenen we tot het primaire proces, conform de notitie overhead van de Commissie BBV.

Regionale Uitvoering

De afdeling Regionale Uitvoering voert een drietal taken uit voor de deelnemende gemeenten: Woonurgenties, contractbeheer van de Regiotaxi en het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL). De dagelijkse leiding is belegd bij de manager Regionale Uitvoering. De afdeling telt 29,2 FTE. De helft van de inzet van de Manager Regionale Uitvoering (0,5 FTE) rekenen we tot het primaire proces, conform de notitie overhead van de Commissie BBV.

Bedrijfsvoering

De uitvoering van de taken ondersteunend aan het primaire proces zijn belegd binnen de afdeling Bedrijfsvoering. De afdeling bedrijfsvoering bevat communicatie/public affairs, (algemene) juridische zaken, documentatie- en informatievoorziening, ambtelijk en directiesecretariaat en financiën & control. Het bedrijfsonderdeel Interne Dienstverlening en Advisering (IDA) van de gemeente Leiden voert een deel van de bedrijfsvoeringstaken voor Regio Holland Rijnland uit, net zoals voor de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude. Voor Regio Holland Rijnland gaat het hierbij om:

  • ICT (laptops, inrichting werkplek, advies)
  • HRM (recruitment, advies)
  • Inkoop (inkoopadvies en begeleiding inkooptrajecten)
  • Facilitaire Zaken (AV-middelen vergaderzalen)
  • Juridisch advies (specialistisch advies waar Holland Rijnland zelf niet over beschikt)

De afdeling bedrijfsvoering wordt geleid door de manager Bedrijfsvoering die tevens de functie van concerncontroller invult. De afdeling bedrijfsvoering bestaat uit 14,7 FTE. Daarvan betreft 2,0 FTE de tot overhead gerekende inzet van de managers Strategie & Beleid (0,5 FTE), Regionale Uitvoering (0,5 FTE), Bedrijfsvoering en de Secretaris-Directeur.

Formatie Holland Rijnland

Tabel 4.6 laat de totale formatie 2027 voor Regio Holland Rijnland zien.

AfdelingFormatie 2025Realisatie 2025Formatie 2026Formatie 2027
Regionale Uitvoering30,831,730,829,2
Regionaal Bureau Leerrecht27,328,427,328,3
Regiotaxi0,80,90,80,9
Woonurgenties2,72,42,70
Strategie & Beleid12,311,812,315,8
Woonurgenties---2,5
Beleid12,311,812,313,3
Bedrijfsvoering (incl management)15,014,315,014,7
Totaal Regio Holland Rijnland58,157,858,159,7

Tabel 4.6: Formatie Regio Holland Rijnland 2027

4.5 Wet open overheid

Op 1 mei 2022 trad de Wet open overheid (Woo) gedeeltelijk in werking. De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en regelt het recht van burgers op informatie van de overheid. Zo krijgt iedereen meer inzicht in het handelen van de overheid.

Een belangrijk verschil met de Wob is dat de Woo naast informatieverstrekking op verzoek (passief) overheidsorganisaties ook verplicht zelf informatie gefaseerd openbaar te maken (actief). Mede hierdoor is de Woo een belangrijke stap naar een open overheid. Uitgangspunt hierbij is dat iedereen recht heeft op toegang tot publieke informatie en dat alle overheidsinformatie in beginsel openbaar is. Alleen in uitzonderingsgevallen wordt hiervan afgeweken.

Verder wijzen alle overheidsorganisaties een contactpersoon Woo aan. Deze helpt bij de beantwoording van vragen van burgers en journalisten over de beschikbaarheid van publieke informatie. Bij Regio Holland Rijnland is de jurist van de afdeling Bedrijfsvoering contactpersoon voor de Woo. Ook de website van Regio Holland Rijnland voorziet in informatieverstrekking over de Woo.

Beleidsvoornemens

Het Dagelijks Bestuur van Regio Holland Rijnland heeft een ‘basis’-ambitie om te voldoen aan de Woo. Op deze manier voldoen wij minimaal aan de wet. We lopen niet voorop, maar bereiden ons organisatorisch en technisch voor op het moment dat actieve openbaarmaking per categorie verplicht is. We zorgen dat informatie binnen de wettelijke termijnen openbaar is.

Op 1 november 2024 trad de eerste tranche van de Woo in werking. Regio Holland Rijnland heeft de verplichtingen uit de Woo tijdig geïmplementeerd en voldoet daarmee aan de eerste tranche van de Woo én aan het ambitieniveau. Regio Holland Rijnland blijft het verplicht actief openbaar maken van informatiecategorieën volgen om blijvend te voldoen aan de Woo en het ambitieniveau.

Regio Holland Rijnland werkt continu aan de verbetering van de informatiehuishouding aan de hand van de aanbevelingen uit het KPI-verslag van de archiefinspecties van Erfgoed Leiden en Omstreken.

5. Financiële begroting

5.1 Meerjarenbegroting 2027-2030

Hieronder ziet u de meerjarenbegroting van Regio Holland Rijnland. De begroting per programma per product vindt u bij de betreffende programma’s zelf.

Rekening 2025Begroting 2026Begroting 2027Meerjarenraming 2028Meerjarenraming 2029Meerjarenraming 2030
Strategie en BeleidLasten6.6685.5574.5293.8243.8243.824
Baten-4.455-3.253-1.917-1.272-1.272-1.272
Saldo2.2142.3042.6122.5522.5522.552
EnergieprogrammaLasten-2.4701.8241.8241.8241.824
Baten--2.174-1.824-1.824-1.824-1.824
Saldo-296----
Regionale UitvoeringLasten3.5264.0644.1434.1434.1434.143
Baten-1.786-2.040-2.216-2.216-2.216-2.216
Saldo1.7402.0241.9271.9271.9271.927
Algemene dekkingsmiddelen en overheadLasten3.4313.3863.2443.2333.2333.233
Baten-8.060-7.602-7.723-7.712-7.712-7.712
Saldo-4.629-4.216-4.479-4.479-4.479-4.479
Lasten13.62515.47613.74013.02413.02413.024
Baten-14.301-15.069-13.680-13.024-13.024-13.024
Saldo voor mutatie reserves-67540760000
Storting in reserves219
Onttrekking uit reserves-368-459-60
Mutatie reserves-149-459-60---
Saldo na mutaties reserves-825-520000

Tabel 5.1: Meerjarenbegroting Regio Holland Rijnland

De begroting in meerjarenperspectief is in evenwicht. De geraamde lasten met een omvang van € 13,7 miljoen worden bekostigd uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten (± 55%) en subsidies van Rijk en provincies, aanvullende bijdragen van gemeenten of leges woonurgenties (± 45%).

5.2 Overzicht incidentele baten en lasten

Het overzicht incidentele baten en lasten stelt het Algemeen Bestuur van Regio Holland Rijnland en de provincie, in haar rol als financieel toezichthouder, in staat om te bepalen in hoeverre de begroting en meerjarenraming structureel en reëel in evenwicht zijn.

Met structureel evenwicht wordt bedoeld dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Met reëel evenwicht wordt bedoeld dat de geraamde baten en lasten in de begroting en meerjarenraming volledig, realistisch en haalbaar zijn. Wat hierbij een rol speelt is, onder andere, in hoeverre loon- en prijsstijgingen zijn verwerkt, de verhouding van het weerstandsvermogen en de risico’s en het onderzoek van de jaarrekening.

De bepaling van het structureel evenwicht verloopt als volgt:

  • Saldo van de lasten en baten ná mutaties reserves
    • Af: incidentele lasten en baten per programma en algemene dekkingsmiddelen
    • Uitkomst: totaal van de structurele lasten en baten van de programma’s en algemene dekkingsmiddelen
    • Bij: structurele verrekeningen met de reserves
    • Definitieve uitkomst: structureel saldo begroting en meerjarenraming

Op basis van onderstaand overzicht tonen we aan dat de meerjarenraming 2027-2030, conform de uitgangspunten in het BBV, structureel in evenwicht is. Dit houdt in dat structurele lasten kunnen worden gedekt met structurele baten. In cijfermatige zin is hiervan sprake als het structurele begrotingssaldo kleiner is dan € 0 (de baten geven we immers weer met een minteken).

Incidentele baten en lasten betreffen die posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden. Het gaat om eenmalige zaken en om (meerjarige) projecten of subsidies als deze eveneens het karakter van tijdelijkheid c.q. eindig doel hebben. Voor Regio Holland Rijnland merken we de baten en lasten op de Leidse VSV-subsidie en de regionale gemeentelijke VSV-projecten aan als incidenteel, net zoals de activiteiten op de Versnellingstafel Wonen, de lasten en baten op de RIA-projecten en het Regionaal Fonds, cofinancieringsfonds en activiteiten op het Energieprogramma. Daarnaast merken we onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves aan als incidenteel.

Dat leidt tot het volgende overzicht voor de incidentele baten en lasten.

2027202820292030
Saldo van baten en lasten vóór mutaties reserves60---
Mutaties reserves-60---
Saldo van baten en lasten ná mutaties reserves0---
Incidentele baten (negatieve correctie)806161161161
incidentele lasten (positieve correctie)-1.297-592-592-592
Incidentele onttrekking aan reserves (negatieve correctie)60---
Incidentele toevoegingen aan reserves (positieve correctie)----
Structurele verrekeningen met reserves----
Structurele saldo van de begroting-431-431-431-431
Structureel evenwicht (bij structureel saldo ≤ 0)JAJAJAJA

Tabel 5.2: Structureel evenwicht

In de begroting 2027 (en verder) hebben we nog geen activiteiten op de RIA-projecten en het Regionaal Fonds opgenomen. Wanneer we deze activiteiten in de begroting brengen, zullen de (incidentele) lasten gelijk zijn aan de baten.

In 2027 hebben we nog activiteiten vanuit het RIF begroot, deze merken we aan als incidenteel. Vanaf 2028 hebben we enkel de activiteiten voor de Versnellingstafel Wonen die we aanmerken als incidenteel onder S&B.

2027202820292030
Programma Strategie en Beleid806161161161
Programma Energieprogramma----
Programma Regionale uitvoering----
Algemene dekkingsmiddelen en Overhead----
Totale incidentele baten806161161161
Programma Strategie en Beleid-890-186-186-186
Programma Energieprogramma
Programma Regionale uitvoering-406-406-406-406
Algemene dekkingsmiddelen en Overhead----
Totale incidentele lasten
Totaal incidenteel programma's-1.297-592-592-592
Reserve cofinanciering60
Onttrekking Reserve regionale energiestrategie (RES)296---
Incidentele onttrekking aan reserves356---
Toevoeging reserve cofinacniering----
Toevoeging Reserve Regionale Energiestrategie (RES)----
Incidentele toevoeging aan reserves----
Totale incid. onttrekkingen en toevoegingen reserves356---
Saldo incidentele posten-135-431-431-431

Tabel 5.3: incidentele baten en lasten per programma

Tegenover de incidentele baten staan activiteiten met lasten die incidenteel van aard zijn. Die vullen we grotendeels in met inhuur en bestaan voor het overige uit materiële lasten.

5.3 Geprognosticeerde balans

Bedragen x € 1000,-RealisatieBegrotingBegrotingMeerjarenbegrotingMeerjarenbegrotingMeerjarenbegroting
202520262027202820292030
PASSIVA
Vaste Passiva
Eigen vermogen
Reserves883424424424424424
Saldo van rekening89900000
Voorzieningen154143143143143143
Vaste schuld
Opgenomen geldleningen000000
Waarborgsommen000000
Overige vaste schulden000000
Vlottende schuld
Opgenomen kasgeldlening000000
Banksaldi000000
Overige vlottende schulde2.0732.0732.0732.0732.0732.073
Overlopende passiva
Overige overlopende pass30.13630.13630.13630.13630.13630.136
Totalen34.14432.77632.77632.77632.77632.776
Bedragen x € 1000,-RealisatieBegrotingBegrotingMeerjarenbegrotingMeerjarenbegrotingMeerjarenbegroting
202520262027202820292030
ACTIVA
Vaste activa
Materiële vaste activa
Overig880000
Uitzettingen
Vorderingen op openbare
lichamen2.1612.1612.1612.1612.1612.161
Uitzettingen in ’s Rijks
schatkist met een looptijd < 1 jaar31.30230.02930.03730.03730.03730.037
Overige vorderingen606060606060
Liquide middelen (kas-
en banksaldi)9500000
Overlopende activa
Overige overlopende
activa518518518518518518
Totalen34.14432.77632.77632.77632.77632.776

5.4 Ontwikkeling reserves en voorzieningen

Meerjarig ontwikkelen de reserves zich als volgt:

OmschrijvingSaldo 1-1- 202CMutaties 202CVerwachte Balans 1-1-Toevoeging 2027Onttrekking 2027Saldo 31 -12- 2027Begrote mutatiesBegrote mutatiesBegrote mutatiesVerwachte Balans 31-12-
Algemene reserve
Algemene Reserve10.577010.5770010.57700010.577
Bestemmingsreserves
Reserve cofinanciering539.034-162.500376.53400376.534000376.534
Reserve Energieprogramma332.925-295.93036.9950036.99500036.995
Totaal reserves882.536-458.430424.10600424.106000424.106

Meerjarig ontwikkelen de voorzieningen zich als volgt:

OmschrijvingSaldo 1-1- 202CMutaties 202CVerwachte Balans 1-1-Toevoeging 2027Onttrekking 2027Saldo 31 -12- 2027Begrote mutatiesBegrote mutatiesBegrote mutatiesVerwachte Balans 31-12-
Voorzieningen met een verplichting:
Voorziening Verlofsparen142.8280142.8280142.828000142.828
Voorziening personeelslasten11.446-11.4460000000
Totaal Voorzieningen154.274-11.446142.82800142.828000142.828

5.5 Overzicht lasten en baten per taakveld

HoofdtaakveldenTaakveldLastenBaten
Bestuur en ondersteuning0.4Overhead, Ondersteuning organisatie3.340
0.5Treasury-40
0.8Overige baten en lasten118-11
0.10Mutaties reserves (980)-60
Totaal3.459-111
Verkeer, vervoer en waterstaat2.1Verkeer en wegen1.174-1.538
2.5Openbaar vervoer338-435
Totaal1.512-1.973
Economie3.1Economische ontwikkeling2.462-3.604
3.2Fysieke bedrijfsinfrastructuur135-174
Totaal2.597-3.778
Onderwijs4.3Onderwijsbeleid en leerling-zaken3.735-4.719
Totaal3.735-4.719
Sport, cultuur en recreatie5.7Openbaar groen en (open lucht) recreat1.139-1.492
Totaal1.139-1.492
Sociaal domein6.1Samenkracht en burgerparticipatie408-519
Totaal408-519
Volksgezondheid en milieu8.3Wonen en bouwen888-1.146
Totaal888-1.146
Totaal13.73913.739

5.6 Investeringsplan

Regio Holland Rijnland heeft voor 2027 – 2030 geen investeringen opgenomen.

ProgrammaOmschrijvingBenodigd krediet2027202820292030
Afdelingskosten- plaatsen-00000

6. Besluit

Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Regio Holland Rijnland in de vergadering van 24 juni 2026

E. Loenen, Secretaris-directeur
P.J. Heijkoop, Voorzitter

7. Bijlage: compensabele BTW voor gemeenten

De dienstverlening van de gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland is vrijgesteld van de heffing van BTW op grond van de BTW-koepelvrijstelling (samenwerkingsvrijstelling). Dit houdt in dat de dienstverlening aan de gemeenten niet met BTW wordt belast, wat betekent dat de BTW op onze kosten niet verrekend kan worden met de fiscus. Omdat een gemeenschappelijke regeling ook geen recht heeft op BTW-compensatie bij het BTW-compensatiefonds, is de BTW op de kosten voor Holland Rijnland een kostenpost. Vanaf het eerste jaar zijn de lasten in de begroting van Holland Rijnland, en daarmee de grondslag voor de omvang van de gemeentelijke bijdrage, ook geraamd inclusief BTW.

Hoewel de gemeentelijke bijdrage gebaseerd is op de lasten inclusief BTW, wordt de BTW op de kosten van de gemeenschappelijk regeling geen kostenpost voor de gemeenten. De wetgever vindt het namelijk ongewenst dat overheidstaken waarvan recht op compensatie van BTW bij het BTW-compensatiefonds bestaat, worden benadeeld vanwege samenwerking in een gemeenschappelijke regeling. Vanuit de zogeheten BTW-transparantiemethode kunnen we namelijk de BTW over de kosten doorschuiven naar de deelnemende gemeenten. De gemeenten kunnen de doorgeschoven BTW vervolgens compenseren bij het BTW-compensatiefonds.

Onderstaande tabel geeft de verwachte omvang van doorschuif-BTW van iedere gemeente weer. De deelnemende gemeente kan deze kosten meenemen in de opgave voor het BTW-compensatiefonds. Hieruit volgt een teruggave voor iedere gemeente.

Raming 2025 Reguliere takenRaming 2025 LeerrechtRaming 2025 Totaal
Totale lasten13.746.493
gecorrigeerd voor lasten zonder relevante btw-component:
Lonen-6.434.792
Subsidies-1.062.591
Activiteiten waar compensatie obv factuur gebeurt (Leader)-111.501
Bedrijfsmatige activiteiten (HR verrekent zelf met fiscus)-174.726
Totale lasten met relevante BTW-component5.962.883
Lasten met BTW-component gerubriceerd naar productgroepen5.533.762429.1215.962.883
Grondslag compensabele btw (= lasten met BTW-component /121*100)4.573.357354.6454.928.002
Compensabele BTW voor gemeenten (21% van de grondslag)960.40574.4761.034.881

De toedeling naar de gemeenten ziet er als volgt uit:

Verdeelsleutel Inwonertal CBS 1-1-2025Verdeel- sleutel Leerlingtal CBS 1- 1-2025Compensabele BTW Reguliere taken (verdeling o.b.v. inwonertal)Compensabele BTW Leerrecht (verdeling o.b.v. leerlingtal)Compensabele BTW Leader (verdeling o.b.v. inwonertal)Totaal compensabele BTW
Alphen aan den Rijn114.966187.072021.719208.790
Hillegom22.8223.01037.1363.7864.31145.233
Kaag en Braassem29.1683.82847.4624.8155.51057.787
Katwijk66.96610.634108.96613.37512.651134.992
Leiden130.10813.761211.71017.30824.579253.598
Leiderdorp27.7363.87645.1324.8755.24055.247
Lisse23.4473.14938.1533.9614.42946.543
Nieuwkoop29.50148.00405.57353.577
Noordwijk45.7345.98774.4187.5308.64090.588
Oegstgeest25.9484.28942.2225.3954.90252.519
Teylingen38.4705.40262.5986.7957.26776.660
Voorschoten25.6254.01741.6975.0524.84151.590
Zoeterwoude9.7321.25915.8361.5841.83919.258
Totaal590.22359.212960.40574.476111.5011.146.382