skip to Main Content

Foto Regiodag

Nieuwe investeringsagenda concretiseert ambities

Het gemeentehuis van Kaag en Braassem in Roelofarendsveen, vormde woensdag 8 februari het decor van de eerste Holland Rijnland Regiodag van dit jaar. Portefeuillehouders van de dertien gemeenten kwamen bijeen voor een gezamenlijk gesprek over de op te stellen Investeringsagenda Holland Rijnland.

In de raadszaal van het gemeentehuis gaf Robbert-Jan van Duijn, burgemeester van Nieuwkoop en DB-lid van Holland Rijnland, de aftrap. Hij uitte zijn zorg dat Holland Rijnland lang niet overal goed bekend is. En dat terwijl er voldoende thema’s en crises zijn die regionale aanpak vereisen. ‘Er is werk aan de winkel’, benadrukte Van Duijn.

Maar volgens hem is het momentum niet verkeerd. ‘De regio is een prima schaalgrootte om samen, als dertien gemeenten, het verschil te maken.’ Daarbij refereerde Van Duijn aan de drie strategieën die Holland Rijnland eerder opleverde: de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM), de Regionale Energiestrategie (RES) en de Regionale Omgevingsagenda (ROA). ‘Deze strategieën geven richting, maar zijn nog niet concreet. Het onlangs vastgestelde Werkprogramma is al een stuk concreter, over hoe we onze ambities kunnen verwezenlijken.’

De volgende stap is om meer integraal en gebiedsgericht aan de slag te gaan. De focusgebieden bij die aanpak zijn de Duin- en Bollenstreek, de Stedelijke As en het Groene Hart. De gebiedsgerichte programma’s resulteren in een investeringsagenda van waaruit concrete projecten per gebied moeten worden gefinancierd. Van Duijn deed daarbij de oproep: ‘Durf ook te dromen. Denk goed na over wat we wensen voor de regio in de toekomst. En wat daarvoor nodig is. Dat hoeft geen boekwerk te zijn. Een kernachtig document volstaat.’

Niet vrijblijvend

Daarna vroeg Van Duijn aan de aanwezige portefeuillehouders, of ook zij de meerwaarde inzien van deze aanpak en investeringsagenda. De reacties waren veelal instemmend, maar er werden ook enkele kanttekeningen geplaatst. Want hoewel in alle gemeenten de raden werden betrokken, wordt lang niet overal het eigenaarschap gevoeld over het werkprogramma. ‘Het vaststellen van het werkprogramma betekent wel iets’, benadrukte DB-lid Liesbeth Spies. ‘Het is zeker niet vrijblijvend. Besturen moeten met hun raden het gesprek aan gaan.’

Verder werd het belang onderstreept om de energie van het traject niet te verliezen. ‘Door de hogere abstractie van de strategieën, dreigt de fut er uit te gaan. Er is behoefte aan concrete verhalen. En ook het Rijk en de provincie zijn gebaat bij helder gedefinieerde projecten.’

‘Het antwoord is dus: maak het concreet’, reageerde Van Duijn. ‘Er liggen genoeg kansen en uitdagingen. Als we die oppakken, dan komt er vanzelf energie vrij voor het vervolg.’

Back To Top